nieuws

CPB: infra-miljarden blijven op plank; meer handjes voor nieuwbouw

infra 846

CPB: infra-miljarden blijven op plank; meer handjes voor nieuwbouw

De vraag naar naar renovatie-, verbouw- en herstelwerkzaamheden daalt in 2019. Daardoor is er bij bouwbedrijven meer tijd voor de bouw van nieuwe woningen.

Dat verwacht het Centraal Planbureau (CPB) in een nieuwe raming van de Nederlandse economie. Het hoge groeitempo van de Nederlandse economie is volgens de denktank nu echt voorbij. Dit jaar en in 2020 groeit het bruto binnenlands product (bbp) met 1,5 procent. De afgelopen jaren lag de groei steevast boven de 2 procent.

Bedrijven worden volgens het CPB terughoudender met investeringen vanwege de grotere internationale onzekerheden. De investeringen in woningen normaliseren in 2019, na jaren van onstuimige groei. “Door het dalende aantal transacties van bestaande koopwoningen vermindert de vraag naar renovatie-, verbouw- en herstelwerkzaamheden. Deze capaciteit kan worden benut bij de bouw van nieuwe woningen.”

Infra-miljarden blijven op de plank

Het handelsbeleid van de Verenigde Staten, de brexit en de staat van de Chinese economie zijn enkele onzekerheden die voor vertraging van de economische groei zorgen.

Opvallend is dat veel infraplannen op de plank blijven liggen. Een krappe arbeidsmarkt is volgens het CPB een van de oorzaken. Het Regeerakkoord behelst omvangrijke extra uitgaven aan infrastructuur en defensie. In totaal wordt 2,5 miljard euro in 2019 niet uitgegeven; in 2020 komt daar nog 1,0 miljard euro bij.

De werkloosheid blijft ondanks de lagere groei laag, met een stabilisering op 3,8 procent dit jaar en in 2020 een lichte stijging naar 4,0 procent van de beroepsbevolking.

Flexarbeiders rukken op

De Nederlandse economie lijkt volgens het CPB weer boven Jan. “De economische groei is vier jaar op een rij boven de 2 procent per jaar uitgekomen, de werkloosheid is gedaald tot een zeer laag niveau en de koopkracht neemt al vijf jaar toe. Internationaal gezien zijn de arbeidsproductiviteit en de consumptie per hoofd van de bevolking hoog. De overheidsfinanciën zijn redelijk op orde. Ook de tevredenheid met het eigen leven is, vanaf een hoog niveau, enigszins toegenomen, net als het vertrouwen in de toekomst (zie figuur 7 links). Niet alleen harde economische variabelen als bruto binnenlands product en werkloosheid, maar ook deze zachtere indicatoren van het welbevinden van de Nederlandse bevolking suggereren dat het beter gaat.”

Toch is het volgens het CPB niet alleen maar rozengeur en maneschijn. “Door de flexibiliserende arbeidsmarkt is de kwetsbaarheid van Nederlanders voor conjunctuuromslagen toegenomen. De Nederlandse arbeidsmarkt is blijvend veranderd. Meer werknemers hebben nu een flexibel arbeidscontract en het aantal zzp’ers is toegenomen. Vooral laagopgeleiden hebben flexibele contracten: in 2003 had 26 procent van de laagopgeleide werkzame beroepsbevolking een flexibel contract of was zzp’er, nu is dat 45 procent. Slechts een minderheid van de werknemers heeft vrijwillig gekozen voor een flexibel contract. De groei van flexibele arbeid was in Nederland sterker dan in andere Europese landen.”

De lagere economische groei is volgens het CPB-directeur Laura van Geest geen reden voor “paniekvoetbal”. Door bijvoorbeeld te bezuinigen kan het kabinet de situatie juist verergeren. “In tijden van onzekerheid is het van belang om niet nog meer onzekerheid toe te voegen”, aldus Van Geest.

Reageer op dit artikel