nieuws

‘Niks wanprestatie bij Julianakanaal, Tweede Kamer is fout geïnformeerd’

infra Premium 7003

‘Niks wanprestatie bij Julianakanaal, Tweede Kamer is fout geïnformeerd’
11122018 Cobouw Opdracht DEME Jaap van der Weele . Foto Erald van der Aa

De Vries & van de Wiel ontkent dat ze de fout is ingegaan bij de verruiming van het Julianakanaal. “Wanprestatie? Klinkklare onzin. Rijkswaterstaat zet ons met de rug tegen de muur. Recent onafhankelijk onderzoek wijst uit dat niemand dit waterprobleem ‘nat’ kan oplossen.”

De minister heeft de Tweede Kamer verkeerd geïnformeerd, gebaseerd op verouderde informatie, is het standpunt van directeur Jaap van der Weele van De Vries & van de Wiel en ceo Alain Bernard van moederconcern de DEME-Group. Zij pikken het niet langer dat hun goede naam door het slijk wordt gehaald. Zij voelen zich onheus bejegend, niet serieus genomen.

Vorige maand werd de aannemer van het Julianakanaal-project gehaald door Rijkswaterstaat. De opdrachtgever had er geen vertrouwen meer in dat De Vries & van de Wiel de ontstane problemen op het werk nog zou kunnen oplossen.

    • Project Julianakanaal
  • Opdrachtgever: Rijkswaterstaat
  • Opdrachtnemer: De Vries & van de Wiel Kust en Oeverwerken
  • Contractvorm: d&c volgens UAV-GC 2005
  • Contractwaarde: 37,4 miljoen euro
  • Gunning: 2012
  • Start uitvoering: 2013
  • Geplande oplevering: eind 2018
  • Nieuwe tender: binnenkort
  • Nieuwe verwachte oplevering: 2023

Een geldkwestie? “Dit gaat helemaal niet over geld”, reageert Bernard. “Ik zit 38 jaar in deze branche, maar zoiets heb ik nog nooit meegemaakt. Nooit eerder is ons bedrijf van een werk gehaald. Een probleem los je op. Dat is ons vak, onze expertise. Ook als er onverwachte tegenvallers zijn. Maar die kans moeten we wel krijgen. We zijn bereid het project af te maken, desnoods met een open boekhouding. Willen alles bespreken, alles overleggen. Maar dat wordt ons op deze manier onmogelijk gemaakt.”

Ordentelijk: ‘Daar hou ik me aan vast’

De ceo van de DEME-Group, een onderneming met een omzet van ruim 2,3 miljard euro, bemoeit zich van meet af aan met het dreigende conflict over het Julianakanaal, een contract van nog geen 38 miljoen euro. Sinds de escalatie begin november hebben beide ingenieurs minimaal twee keer per week contact over de kwestie.

Bernard heeft er ook al een nacht van wakker gelegen, bekent hij. De kwestie zit hem hoog en hij wil persoonlijk tekst en uitleg geven. “De laatste brief van Rijkswaterstaat eindigt met de oproep voor een ‘ordentelijke afwikkeling’ van de overeenkomst.. Daar hou ik me aan vast.” Beseffend dat Rijkswaterstaat ‘zijn eigen beleving’ zal hebben van de gang van zaken.

In 2013 begon het bedrijf voortvarend aan de verruiming van het Julianakanaal. Er werd gekozen voor een nieuwe innovatieve methode voor het verbreden en verdiepen van de dijken. Ruim 80 procent van het werk is klaar, maar het liep mis in de zomer van 2016 met de vernatting van de omgeving. Sindsdien ligt het project zo goed als stil.

Voor hem ligt de beruchte brief van 12 november waar De Vries & van de Wiel Kust en Oeverwerken van het werk wordt gezet, met de aankondiging dat Rijkswaterstaat op zoek gaat naar een nieuwe aannemer om het resterende laatste deel van het project af te maken, op kosten van de waterbouwer. “Formeel is het contract niet opgezegd”, benadrukt Bernard. Op de precieze formulering wil hij niet ingaan.

De kwestie ligt gevoelig

De print ligt voor zijn neus in de vergaderruimte van het hoofdkantoor van DEME, met weids uitzicht over de Antwerpse haven.

De vloot telt inmiddels 100 schepen die actief zijn in 90 landen. DEME is een wereldspeler op het gebied van water- en baggerwerk, maar voert in Nederland ook de Blankenburgtunnel, de Rijnlandroute en zeesluis Terneuzen uit. Dat maakt de kwestie extra lastig en gevoelig. “Het Julianakanaal is niet het enige werk dat we voor Rijkswaterstaat uitvoeren. En er is ook weleens vaker een kwestie, maar dat is altijd oplosbaar”, stelt hij met enige frustratie vast.

Cijfers Deme Group (2017)

  • Omzet: 2,365 miljard euro
  • Bedrijfsresultaat: 226 miljoen euro
  • Ebita: 402 miljoen euro
  • Orderportefeuille: 3,5 miljard euro
  • Aantal werknemers: 4488

Vervolgens pakt Bernard het interview van HID Jean Luc Beguin met Cobouw uit zijn stapel. Daarin heeft hij geel gearceerd dat Rijkswaterstaat ‘langer on speaking terms wil blijven’, werkt met de Marktvisie en contractpartijen beschouwt als gelijkwaardige partners. “Dat is niet wat wij ervaren.”

‘Dit kan ons de kop kosten’

Hoe heeft deze kwestie dan zo kunnen ontaarden? Directeur Jaap van der Weele voelt zich inmiddels machteloos, heeft de grote moeite om zijn personeel nog gemotiveerd te houden. Verschillende opdrachtgevers hebben hem al laten weten de waterbouwer niet meer uit te nodigen voor onderhandse klussen. “Dit kan ons de kop kosten. Maar het is zo onterecht.”

Hij was “ongelukkigerwijs” in Amerika op vakantie toen de zaak escaleerde. Vrijdag 9 november stuurde minister Van Nieuwenhuizen een brief aan de Tweede Kamer over het conflict, pas de maandag daarna volgde de officiële brief van Rijkswaterstaat. Die volgorde steekt, maar het bedrijf maakt zich nog veel meer zorgen over het feit dat sindsdien communicatie met het ministerie of Rijkswaterstaat nauwelijks mogelijk blijkt. “We worden op afstand gehouden”, stelt Van der Weele vast.

Imagoschade

Aanvankelijk was de DEME-dochter terughoudend met reageren op de gebeurtenis, maar langzaam maar zeker drong het besef door dat minister Cora van Nieuwenhuizen zich “zeer waarschijnlijk” baseerde op verouderde informatie. De directeur: “Deze gang van zaken leidt tot imago-schade aan onze onderneming. We hebben juist alles gedaan om het project weer vlot te trekken. Kosten nog moeite zijn gespaard. Dit moet rechtgezet.”

Lees meer over risicomanagement

Lees meer over risicomanagement

De laatste brief van Rijkswaterstaat heeft het bedrijf overvallen. De minister schrijft dat Rijkswaterstaat steeds heeft meegedacht en openstond voor overleg. “Daar is niets van waar. Er is afgelopen 12 maanden op geen enkel moment technisch overleg mogelijk geweest, ondanks meerdere pogingen van onze kant om dat wel op gang te krijgen. We wilden graag samen tot een werkbare oplossing komen.

Vijf keer een gesprek

In de afgelopen anderhalf jaar hebben we welgeteld vijf gesprekken gevoerd met Rijkswaterstaat, maar dat was uitsluitend in de sfeer ‘hoe gaan jullie nu verder’ en werd zeker niet meegedacht”, heeft Van der Weele ervaren. Alleen direct na de eerste waterproblemen eind 2016, is intensiever met de technici gebrainstormd.

Wat is er nu misgegaan bij het Julianakanaal? Volgens de directeur liep het project aanvankelijk op rolletjes en is in de drie jaar ervoor 80 procent van het werk uitgevoerd met de dunne bentonietmatten die uitzetten naar de zijkanten. “Dat liep perfect. Een mooie innovatie waardoor veel minder grond hoeft te worden afgegraven. De methode heeft zich ook bewezen bij Bocht van Elsloo en Stein. Maar op de laatste twee kilometer bij Obbricht liep het in de zomer van 2016 alsnog mis.

Het water bleef vloeien

Bemalen hielp niet, het water bleef vloeien en kelders in huizen 500 meter verderop liepen onder. Dan is er toch iets raars aan de hand. We hebben zelf meteen het werk stilgelegd om schade voor de omgeving te voorkomen. Kosten nog moeite zijn gespaard om de bron vast te stellen. We hebben een legertje van technici, adviesbureaus en kundige hoogleraren ingeschakeld. Een actie die Rijkswaterstaat al onzinnig vond.  We kregen in november 2017 na een gesprek met Jean Luc Beguin en Wim Anemaat een officiële aanzegging om het werk af te maken. Maar voordat je veilig verder kunt, moet toch eerst de oorzaak duidelijk zijn?”, zet Van der Weele uiteen.

Voorjaar 2018 zijn 200 peilbuizen geslagen en 35 boringen gedaan. Met een speciale meetklok in het kanaal werd er gemeten. Nog meer onafhankelijke deskundigen bogen zich over het probleem van het opborrelende water.

(Tekst loopt door onder de foto)

DEME-topman Alain Bernard: “Ik zit 38 jaar in deze branche, maar zoiets heb ik nog nooit meegemaakt. Nooit eerder is ons bedrijf van een werk gehaald.” Foto: Erald van der Aa

Na heel veel meten en studeren kwam het inzicht: Er blijkt ter hoogte van Obbicht sprake van een bobbel in het Bredazand, waardoor het beruchte badkuipeffect ontstaat en water elders omhoog komt. “Een bodemstructuur die aanzienlijk afwijkt van de vooraf door Rijkswaterstaat verstrekte informatie, een niet te voorziene geologische situatie. Dat heeft dus niets met wanpresteren te maken.”

‘Dit wist niemand’

Begin oktober zijn de eerste resultaten gedeeld met Rijkswaterstaat en op 6 november zijn alle bevindingen en conclusies aan de opdrachtgever overhandigd. Ruim 600 pagina’s met metingen en onderzoek, uitgevoerd door onafhankelijke experts. De unanieme conclusie is dat verdere uitvoering in de natte onveilig en onverantwoord is.

Hoe moet het nu verder? Rijkswaterstaat heeft het contract opengebroken en wil op zoek naar een andere waterbouwer. De kosten voor de afbouw worden verhaald op De Vries & Van de Wiel, schrijft de minister aan de Tweede Kamer. Een gang van zaken waar de waterbouwer het pertinent mee oneens is.

Het ontstane vacuüm leidt tot grote onzekerheid bij onderaannemers en andere betrokken partijen, heeft het bedrijf gemerkt. De publicaties in Cobouw hebben het vuurtje verder aangewakkerd. De directeur heeft alle ‘stakeholders’ vrijdag 7 december een brief gestuurd met tekst en uitleg.

Maar één veilige en snelle oplossing

Van der Weele heeft de strijd nog lang niet opgegeven en vindt dat zijn bedrijf het project zelf moet afronden. “Het is alsof je een emmer water van een flatgebouw gooit en die wil opvangen. Zoveel water stroomt er ondergronds uit bij het Julianakanaal, blijkt nu. Dat wist vooraf niemand. Dat kan je met de werkgangen ontgraven en afdichten niet aanpakken, maar geen enkele natte methode is bestand tegen zoveel water. Ook dat is onderzocht. Er is maar één veilige en snelle oplossing: het kanaal over 2,5 kilometer voor 12 weken droogleggen. Het is de enige betrouwbare oplossing. Als je dat goed voorbereid en in de zomervakantie uitvoert is ook de hinder nog minimaal, want het kanaal blijft voor de rest gewoon bevaarbaar. Daarmee kan het project volgend jaar zijn afgerond en de aangekondigde vertraging tot 2023 helemaal niet nodig. Wie nu nog verder gaat met een natte of halfnatte oplossing krijgt grote problemen en loopt het risico op bezwijken van de complete dijk, ernstige vernatting en schade aan het milieu. Zo’n blunder kan Rijkswaterstaat zich toch niet veroorloven”, waarschuwt Van der Weele eventuele concurrenten die de klus wel willen afmaken.

Hinder eis nummer 1

Maar wat vindt Rijkswaterstaat hier dan van? Sinds de zomer van 2017 houdt Rijkswaterstaat vast aan uitvoering in de ‘natte’, zoals in het contract is vastgelegd. Het voorgestelde alternatief is in strijd met eis nummer 1 dat er geen hinder mag zijn voor de scheepvaart.

Per brief heeft Rijkswaterstaat er fijntjes op gewezen dat een droge methode “aanzienlijk eenvoudiger en goedkoper is”. Een zinsnede die Van der Weele niet kan bevatten, alsof er een alternatief zou zijn: “Daarbij gaat de opdrachtgever volledig voorbij aan het feit dat het simpelweg onmogelijk is om het project nat af te ronden. Niemand kan dat. Het zou volstrekt onverantwoord zijn en gepaard gaan met onbeheersbare risico’s. We zullen hierop blijven hameren en willen op alle mogelijke manieren dit gesprek aangaan met Rijkswaterstaat. Blijkbaar is dit besef niet doorgedrongen.”

Nog 12 weken werk

Meerdere pogingen om het gesprek te hervatten zijn al stukgelopen en ook de minister heeft vooralsnog niet inhoudelijk gereageerd. Diep in hun hart hopen zowel Van der Weele als Bernard op een klein wonder: Dat Rijkswaterstaat alsnog tot het inzicht komt dat er geen andere oplossing is en De Vries & van de Wiel het werk alsnog binnen 12 weken afrondt. Van der Weele besluit met een oproep: “Het is jammer dat alles zo vanuit wantrouwen wordt benaderd. Niemand wil met modder gooien. We zijn in de bouwsector zo diep gezonken dat normaal in gesprek blijven niet eens meer lukt. We zijn aan het hakketakken in plaats van mooie projecten te maken. Zo willen we niet meer werken. Die streep zouden we eindelijk eens moeten zetten.”

Directeur De Vries & Van de Wiel Jaap van der Weele: “Er is maar één veilige en snelle oplossing: het kanaal over 2,5 kilometer voor 12 weken droogleggen.” Foto: Erald van der Aa

Reageer op dit artikel