nieuws

Duinversterking Terschelling vooral ook ‘fingerspitzengefühl’ van de kraanmachinist

infra Premium 1837

Duinversterking Terschelling vooral ook ‘fingerspitzengefühl’ van de kraanmachinist
De versterking van de duinen op Terschelling. In totaal wordt er 13.000 kuub zand toegevoegd op 22 locaties. Hiervoor wordt het zand gebruikt waarmee in de jaren negentig een dijk in de duinvallei bij Formerum was aangelegd. Het gaan om een driehonderd meter lange, twintig meter brede en vier meter hoge kering. Ook worden, na een behoorlijk traject van regelgeving voor goedkeuring, duinen afgegraven. Medewerkers van Staatsbosbeheer houden wij die werkzaamheden nauwlettend in de gaten of er geen schade voor de natuur ontstaat. De zandaanvullingen variëren in grootte van ruim 3 tot 3.880 m3. De oppervlaktes variëren van enkele vierkante meters tot ongeveer een hectare. De werkzaamheden worden uitgevoerd door loonbedrijf Trip Hek op Lies (Terschelling) in opdracht van Jelle Bijlsma BV uit Gytsjerk.

Gebiedskennis is doorslaggevend bij het versterken van de duinen op Terschelling. Waar detailtekeningen van de aannemer leidend zijn, is de landschappelijke inpassing mede door het ‘fingerspitzengefühl’ van de kraanmachinist gedaan. ‘‘Ecologie staat bij dit werk samen met veiligheid op een gedeelde eerste plek.”

Paraboolduinen en stuifkuilen. Waar niet iedere machinist de aanleg van een golfbaan in de vingers heeft, geldt dat ook zeker voor zandaanvullingen in een duingebied. Bij het maken van glooiingen in het landschap is het gevoel en beleving een belangrijke factor. Helemaal in een opdracht waarbij tekeningen en gps-coördinaten in werkelijkheid altijd anders uitpakken. ‘‘Een dijklichaam is eenvoudig. Het natuurlijk inpassen van grondwerk, zoals in een duingebied, is andere kost”, vertelt technisch adviseur Jan Roelof Witting van Rijkswaterstaat.

Niet voor niets schakelt aannemer Jelle Bijlsma BV uit Gytsjerk de hulp in van lokale onderaannemers, waaronder grondverzetbedrijf Trip-Hek uit Formerum. Rijkswaterstaat en Staatsbosbeheer hebben personen op de klus gezet, die bekend zijn met het gebied. Witting woont zelf bijvoorbeeld op Vlieland. Die lokale kennis wordt goed benut. Bijvoorbeeld voor de zandwinning. Er was een ontheffing in de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) voor aanvoer van zand uit de Noordzee. Op aangeven van onder andere Witting is er gekozen voor het opruimen van een oude kering. ‘‘Een zanddijk in een laagte. Aangelegd in de jaren zeventig, maar de kering ligt als een onnatuurlijke streep tussen de duinen en het bos. Waarom niet dat zand gebruiken en de natuurlijke situatie herstellen?”

Aannemer Jelle Bijlsma BV kreeg de vrijheid om de detailtekeningen zelf te maken

Circa 13.000 m3 zand wordt op de zandwinlocatie afgegraven met een kraan en direct in vrachtwagens of trekkerdumpers geladen om te vervoeren naar de aanvullocaties. Jelle Bijlsma BV versterkt de primaire waterkering op 22 plekken op Terschelling en één op Vlieland. De zandaanvullingen variëren in grootte van ruim 3 tot 3.880 m3. De oppervlaktes verschillen van enkele vierkante meters tot ongeveer een hectare. De aannemer kreeg de vrijheid om de detailtekeningen zelf te maken. ‘‘Deze uitgangspunten zijn in de praktijk mede door de machinist natuurlijk afgewerkt.”

Voor duinen geldt dat er gewoon geen enkel stuk vlak land is. Het bestaat uit hoogtes en laagtes. De uitgetekende aanvulling van tweeduizend kuub als een pannenkoek, is in theorie een versterking van de primaire waterkering, maar de natuurcomponent is hier niet in meegenomen.

‘‘De natuurlijke inpassing van een hoeveelheid zand per strekkende meter is cruciaal. Niet voor niets gingen wij bij de versterking uit van dertig procent extra zand. De natuurlijke processen, door wind en water, van een duin moeten in het grondwerk in acht worden genomen. Daar zit de crux. Het vraagt het uiterste van het inlevingsvermogen van de kraanmachinisten. Dit wordt tijdens de uitvoering van het project duidelijk. Hierbij krijgt een natuurlijke uitstraling van het duingebied met behoud van veiligheid de overhand. De aannemer bepaalt wat wel en niet haalbaar is. ”

Dat ecologie, naast veiligheidseisen, uitgangspunt is bij de versterking van de zanderige waterkering op de Waddeneilanden, blijkt uit de visuele monitoring die door Staatsbosbeheer is uitgevoerd. Een dag is een ecoloog het gebied ingetrokken om te onderzoeken welke plant- en diersoorten er in het gebied liggen. Het leidde onder andere tot het verleggen van een fietspad. Door die tien meter te verplaatsen, kon de Vals Muizenoor worden ontzien. Dit is een plant die op de rode lijst voor bedreigde soorten staat.

‘Zitten er rugstreeppadden, dan zoeken we naar een manier om die op een goede manier te verplaatsen’

‘‘Uiteindelijk is het werk er niet moeilijker door geworden en er is een fietspad ontstaan dat nu uitzicht biedt over de duinen. Er wordt nu zelfs een picknickplaats gerealiseerd. Het versterkt dijk en natuur.” Dat geldt ook voor andere aanwezige flora en fauna. ‘‘Zitten er rugstreeppadden, dan zoeken we naar een manier om die op een goede manier te verplaatsen.” Ook voor de transportroutes is de natuur het uitgangspunt. ‘‘Die gaat via bestaande paden, om zo weinig mogelijk schade aan te richten. Passeerplaatsen voor de kippers gaan niet over plekken waar konijnenholen zitten. Met een minikraan is dat inzichtelijk gemaakt.”

De werkzaamheden duren tot in december. Door de zandaanvulling stijgt de veiligheidsniveau van 8 naar 10 punten en is de kering voor 50 jaar zeker gesteld. Omdat er geen primaire kering wordt ontgraven kunnen de werkzaamheden deels in het stormseizoen doorgaan. Volgens Witting is er nooit eerder een vergelijkbaar project uitgevoerd.” Ook de omgeving is bij het project betrokken. Er is een vijftal bijeenkomsten georganiseerd waarin aannemer, inwoners, terreinbeherende organisaties in de voorbereiding zijn meegenomen.

Doel is om een groter deel van de bebouwing op de eilanden binnen de primaire waterkeringen te krijgen

De zandaanvullingen vloeien voort uit een achtergrondrapportage in 2012 over het waterveiligheidsniveau op Terschelling en Vlieland. Doel is om een groter deel van de bebouwing op de eilanden binnen de primaire waterkeringen te krijgen. De dorpen West-Terschelling en een nieuwbouwwijk in Oost-Vlieland vallen er nog buiten. De afweging is daar een financiële. Kosten worden nu op vele miljoen geschat. Met de bewoners en deskundigen wordt bekeken of hier een andere oplossing mogelijk is.

‘‘Bijvoorbeeld de woningen aan de buitenste rand zo in te richten dat de begane grond kan overstromen. Bijvoorbeeld door alle aansluitingen van elektra bij renovaties op de eerste verdieping aan te situeren en dat de groepen op de benedenverdieping kunnen worden uitgeschakeld als er water op de verdiepingsvloer komt. Ook een drijvende kering, die uit de grond komt bij een bepaalde waterhoogte. Het zijn suggesties die langs zijn gekomen. Uiteindelijk moet er worden gekeken naar de financiële waarde van het achterliggende gebied. De verantwoordelijkheid ligt daarvoor bij de gemeente.”

Reageer op dit artikel