nieuws

Jan Pesie: “We hebben ons gewaagd aan te grote risicovolle projecten”

infra 4716

Jan Pesie: “We hebben ons gewaagd aan te grote risicovolle projecten”

BSB Staalbouw uit Sumar ging kopje onder in een financieel moeras. Tegenvallers, te veel risicovolle projecten en pech vielen de bruggenbouwer ten deel. Het failliete bedrijf gaat echter niet verloren, is de overtuiging van vertrekkend directeur Jan Pesie. Een gesprek met een getergd man.

Had het faillissement in uw ogen voorkomen kunnen worden?
“Ja, al was het voorkomen ervan niet makkelijk geworden. Het bedrijf is in september met een gigantische onkostenpost geconfronteerd als gevolg van het ongelukkige, dodelijke ongeval met een duiker in de Nederrijn. Tijdens de bouw van een tijdelijke waterkering bleek totaal onverwacht op een ongunstige plek een enorme hoeveelheid grind te liggen. We konden de tijdelijke stuw daarom niet plaatsen. In opdracht van ons is de duiker het water in gegaan. Op een iets andere plek, om te checken of daar ook grind lag, kwam hij om het leven. Dramatisch was dat. Daar kwam bij dat de Arbeidsinspectie het werk drie weken stillegde, terwijl alle onderaannemers met materieel en mensen ter plaatse waren. De kosten waren zo’n veertigduizend euro per dag. De schadepost liep op naar 1,2 tot 1,5 miljoen euro, maar die konden wij nergens onder brengen.”

Dat is de feitelijke oorzaak, maar er zal meer aan de hand zijn geweest.
“Uiteraard. Financieel stond BSB Staalbouw uitermate zwak. We kregen te maken met tegenvallers bij twee grote werken, de Ketelbrug in de A6 en een fiets- en voetgangersbrug in Utrecht. Met een verlies van 3,8 miljoen euro werd daardoor het complete eigen vermogen opgesoupeerd. Het is lastig acteren als je dan continu een beroep op crediteuren moet doen. Omdat we het werk in de Nederrijn pas in 2018 kunnen afmaken, komt ook die geldstroom tot stilstand. Dan loopt het op een gegeven moment spaak.”

U heeft nu twee faillissementen meegemaakt. Zijn die met elkaar te vergelijken?
“Nee. De oorzaak is totaal verschillend. In 2003 leidde een opdrachtgever ons bedrijf heel bewust naar een faillissement. Nu is het een opstapeling van tegenvallers.”

Het aantal van tachtig personeelsleden werd in 2003 naar dertig teruggebracht, maar zat inmiddels weer bijna op hetzelfde niveau. BSB Staalbouw zat dus weer in de lift?
“Met name in 2007, 2008 en 2009 ging het ons voor de wind. 2011 was een goed jaar, maar de crisis heeft er ook bij ons ingehakt. De marktsituatie was slecht en ook wij hebben ons gewaagd aan te grote risicovolle projecten, vooral om maar aan het werk te blijven.”

Na het faillissement uitte u scherpe kritiek op de provincie Friesland als opdrachtgever. Waarom?
“Het gaat met name om de manier van handelen. Met de renovatie van de Stationsbrug over het Van Harinxmakanaal in Franeker in 2016 ondervonden we dat aan den lijve. Al snel na de aanbesteding bleek dat ontwerp en berekening niet deugden. De provincie heeft dat een half jaar lang ontkent. Uiteindelijk heeft bruggenbouwdeskundige Jaco Reusink als arbiter het consortium, waar wij samen met Reimert Bouw & Infrastructuur uit Almere en aannemingsbedrijf K. Dekker uit Krabbendam in zaten, voor het grootste deel gelijk gegeven. Dit heeft uiteindelijk geleid tot het nodige meerwerk. De provincie weigerde botweg zo’n 40 procent van dat bedrag te betalen. Zonder uitleg en tegenbegroting. De claim van circa 1,5 miljoen euro kwam daardoor op nog geen miljoen uit. De arbiter geeft ons gelijk, maar de projectleider zegt simpelweg ‘Dat lees ik anders.’ Dan ben je snel uitgepraat. Ik had mij voorgenomen om nooit meer werk van de provincie aan te nemen en ik weet dat meerdere partijen er zo over denken.”

Heeft het ongeval in Alphen aan den Rijn het imago van BSB Staalbouw nog geschaad?
“Alleen in de media, die over het algemeen op sensatie zijn gericht, worden wij met dit ongeval geassocieerd. Opdrachtgevers hebben hier niet één keer een kritische noot over gekraakt. We leggen het goed uit en hebben alles ook netjes met de gemeente Alphen opgelost. BSB Staalbouw heeft een goede naam en uiteindelijk is dit ongeval geen smet op het blazoen gebleken.”

Hoe ziet u de toekomst van BSB Staalbouw?
“Een aantal partijen heeft zich gemeld voor een doorstart. Er ligt een behoorlijke hoeveelheid werk, dus ik verwacht dat dit binnen nu en anderhalve week gebeurt. Het bedrijf staat goed te boek, ook bij Rijkswaterstaat, ‘s lands grootste opdrachtgever. Dan is het bijna onvoorstelbaar dat BSB Staalbouw verloren gaat. De toekomst is wel zonder mij. Ik ben bijna 67 jaar en hoop dat ik van mijn pensioen mag genieten. Ik blijf het technische vak wel leuk vinden. Mocht men mijn jarenlange ervaring en out of the box-denken nodig hebben bij technische hoofdbrekens, dan help ik graag. Maar niet meer met managementzaken of financiën.”



Jan Pesie
Jan Pesie (1950) is van origine scheepsbouwer. Op 1 juni 1991 is hij met die ervaring als projectleider bij het toenmalige Bergum Staalbouw begonnen. Anderhalf jaar later werd hij bedrijfsleider. In januari 1994 werd hij zelfs directeur van het bedrijf. In 1995 heeft hij een buy out gedaan. Na het faillissement in 2003 maakte de onderneming onder zijn leiding als BSB Staalbouw een doorstart.

Directeur Jan Pesie van BSB Staalbouw

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels