nieuws

Rijkswaterstaat drinkt wél koffie met de bouwer

infra 10

Rijkswaterstaat drinkt wél koffie met de bouwer

Aanbesteden op basis van samenwerking, kan dat eigenlijk wel? Marktpartijen zijn wel gecharmeerd van het idee, maar zien ook wel wat beren op de weg, zo blijkt op de Infratech in Rotterdam. “Opdrachtgevers durven vaak niet eens een kopje koffie met ons te drinken.”

Cobouw-verslaggever Thomas van Belzen peilde op de eerste beursdag de mening over verregaande samenwerking in de gunning van projecten. De reacties zijn overwegend positief, vooral omdat iedereen ziet dat de huidige relatie tussen opdrachtgever en -nemer sterk voor verbetering vatbaar is. Het is vooral een gebrek aan vertrouwen, constateerde Van Belzen, omdat opdrachtgevers maar weinig durven uit angst de regels te overtreden. “Een aannemer klaagde dat opdrachtgevers zelfs geen kopje koffie meer met ze durfden te drinken.”

Innige relatie

Toch startte Rijkswaterstaat een aantal jaar geleden een traject waarbij een innige relatie met de opdrachtnemer juist werd opgezocht. Voor de aanbesteding van de renovatie van de Nijkerkerbrug moesten de bestaande regels zo min mogelijk in de weg zitten, moest er geen juridisch getouwtrek zijn en de prijs geen gunningscriterium. Het project DOEN moest aan een aantal basisregels voldoen: zo min mogelijk verspilling van tijd en geld, maximale klantwaarde en een optimale samenwerking. Volgens projectteamlid Marieke Plegt van Rijkswaterstaat werd de markt al vanaf het begin bij het project betrokken. “Wij hebben dus juist wèl koffie gedronken.”

Echt gesprek

Het betekende dat Rijkswaterstaat al voor het publiceren van de tender bij brancheverenigingen te rade ging. Plegt: “Je kan in een contract niet zeggen: we willen samenwerking, zonder dat je met de markt overlegd wat dat dan eigenlijk betekent. We wilden een echt gesprek, waarbij beide partijen hun inbreng geven.  De vraag is hoe je dat goed aanpakt. Je kan het bij de aanbesteding al meteen fout doen.” De belangstelling was groot: 15 partijen reageerden.

Nog steeds geen ontwerp

“Besloten werd om de eerste selectie te doen met een visiedocument, waarin vooral is gekeken of we met de inschrijvers op dezelfde lijn van denken zaten. Dat betekende ook dat er ruimte was voor kritiek op onze plannen.” De overgebleven vijf partijen werden vervolgens beoordeeld op hun vermogen tot samenwerking. Plegt: “We wilden dat niet zelf doen, dus voor die assessment hebben we een externe partij gebruikt. Ook Rijkswaterstaat heeft deelgenomen aan die sessies, om er zeker van te zijn dat de mensen die straks ook het werk moeten gaan doen, goed beoordeeld werden.” De overgebleven drie partijen hebben vervolgens een plan van aanpak moeten schrijven waarin partijen moesten aangeven hoe ze de klantbehoefte kunnen waarmaken. Let wel: ook in deze fase was er nog steeds geen ontwerp.”

Niet de goedkoopste oplossing

Tenslotte bleef één partij, de combinatie NU (Mourik en Besix), over. Met deze laatste partij wordt nu samen het ontwerp gemaakt, worden risico’s verdeeld en gewerkt en een prijs bepaald. Het lijkt vreemd dat de definitieve gunning wordt voorbereid door beide partijen, maar volgens Plegt betekent dat niet dat er absurde prijzen uitkomen.

“Als het ontwerp een bepaalde vorm gaat krijgen, dan blijven we ook overleggen over de gevolgen voor de kosten. Het gaat er dan niet om dat we de goedkoopste oplossing krijgt, maar de beste oplossing voor een goede prijs. In deze samenwerking moeten we daar met  open gesprekken uitkomen. Dan krijg je bedragen die voor alle partijen goed uit te leggen zijn.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels