nieuws

ProRail-top negeerde interne kritiek op miljoenenschikking met tunnel-aannemers

infra Premium 5116

ProRail-top negeerde interne kritiek op miljoenenschikking met tunnel-aannemers

Medewerkers van ProRail hadden forse bezwaren tegen een schikking van bijna 40 miljoen euro die de spoorbeheerder in 2006 sloot met aannemerscombinatie BeCIG (Imtech en GTI). “Slechte prestaties van de bouwer worden nu beloond,” merkte personeel destijds op.

De Prorail-top negeerde de bezwaren van de eigen medewerkers en maakte het geld gewoon over aan de installatiebedrijven die verantwoordelijk waren voor tunnelinstallaties van de Betuweroute. Die leverden desondanks toch nog veel te laat op.

Foto: Ronald Tilleman

Foto: Ronald Tilleman

Dat is op te maken uit een brief over de toekomst van ProRail die staatssecretaris Sharon Dijksma (I&M) vrijdag naar de Tweede Kamer stuurde. Dijksma rept in die brief van een oproep uit 2015 van de raad van bestuur van ProRail aan het personeel om misstanden te melden. Dat leverde een melding op die betrekking had op een schikking uit 2006 tussen ProRail en de bouwcombinatie BeCIG.

ProRail weigerde de meerkosten op te hoesten

BeSIG had de klus, voor de aanleg van de tunneltechnische installaties in de vijf tunnels van de Betuweroute, destijds voor 73 miljoen euro aangenomen – een aanzienlijk lager bedrag dan de 118 miljoen die ProRail zelf had becijferd – maar de teller stond ruim voor de beoogde oplevering van de Betuweroute al op 135 miljoen. Opdrachtgever ProRail weigerde de meerkosten van 62 miljoen op te hoesten en stelde de installateurs na maanden getouwtrek zelfs in gebreke omdat de geplande opleverdatum keer op keer niet werd gehaald.

Toch ondertekende de toenmalige bestuursvoorzitter van ProRail, Bert Klerk, in september 2006 een overeenkomst met de aannemers waarin stond dat BeCIG 25 miljoen euro van het tekort voor zijn rekening zou nemen en ProRail de resterende 37 miljoen plus nog eens 2,7 miljoen aan ‘acceleratiekosten’. In ruil daarvoor beloofde de bouwcombinatie op 2 januari 2007 op te leveren. Ook projectdirecteur Patrick Buck stond achter de schikking.

De combinatie werd beloond voor een wanprestatie

Maar lager in de Projectorganisatie Betuweroute leefden grote bezwaren tegen de financiële afspraak. Belangrijkste bezwaar van onder andere de contractmanager en de directeur uitvoering was dat ProRail al haar machtsmiddelen had weggegeven om een tijdige ingebruikname van de Betuweroute te bewerkstelligen. Bovendien werd de combinatie nu beloond voor een wanprestatie. De contractmanager stapte vanwege zijn bezwaren op en de directeur weigerde verantwoordelijkheid te nemen voor de overeenkomst. BeCIG leverde uiteindelijk pas in juni 2007, weer een half jaar te laat, op.

Schikkingsbedrag kan niet worden onderbouwd

Nieuw feitenonderzoek door Wladimiroff Advocaten bracht begin dit jaar aan het licht dat het schikkingsbedrag niet onderbouwd kan worden met concrete claims of werkzaamheden van BeCIG, omdat een gespecificeerde accountantsverklaring met die strekking ontbreekt, meldt Dijksma nu aan de Tweede Kamer..

Verder is ProRail nu naar aanleiding van het aanvullend onderzoek tot de conclusie gekomen dat het schikkingsbedrag destijds onterecht als investering in 2006 in de financiële administratie is opgenomen. Dit is in 2016 door ProRail gecorrigeerd in de jaarrekening.

Meer ruimte voor tegenspraak

Staatsecretaris Dijksma schrijft aan de Kamer dat ze tevreden is met hoe ProRail deze kwestie tien jaar later heeft aangepakt. “Ik vind het een belangrijk signaal dat ProRail dergelijke meldingen serieus neemt en daarop op een zorgvuldige wijze actie onderneemt.” Volgens de bewindsvrouw heeft de spoorbeheerder ondertussen maatregelen genomen om soortgelijke situaties te voorkomen. “Er is meer ruimte voor tegenspraak, er zijn procedures die inschrijvingen tegen een te laag bedrag moeten uitsluiten en de risicoverdeling tussen opdrachtgever ProRail en haar opdrachtnemers is gewijzigd.”

Reageer op dit artikel