nieuws

Innoveren in offshore wind houdt niet op na Gemini

infra Premium 1726

Innoveren in offshore wind houdt niet op na Gemini

In windpark Gemini dat maandag officieel is geopend, zijn diverse innovaties toegepast. Bedrijven als Van Oord stimuleren bewust concurrentie tussen toeleveranciers om de innovatie aan te jagen.

Gestuurde boringen  door de zeebodem, heien op de flens, kunststof roosters op de werkplatforms. Het is een kleine greep uit de innovaties die zijn toegepast bij Windpark Gemini 85 kilometer uit de Groningse kust boven Schiermonnikoog. Met een geïnstalleerd vermogen van 600 MW behoort is het het een na grootste offshore windpark ter wereld.

De innovaties die bij de 150 windmolens zijn toegepast klinken misschien niet allemaal even wereldschokkend, maar zijn volgens projectdirecteur Didi te Gussinkloo Ohmann van Van Oord noodzakelijk om de kosten te drukken en de nog piepjonge offshore windindustrie snel tot volwassenheid te brengen. “Het is de voortdurende stapeling van ogenschijnlijk kleinere verbeteringen die de branche vooruit helpt.”

Zo’n innovatie is bijvoorbeeld het kabelbeschermingssysteem van de Nederlandse leverancier Vos, dat bij Gemini grootschalig is toegepast. Tot nu toe werd de markt gedomineerd door een Engelse leverancier die een gesegmenteerde mantel produceert die de bocht begeleidt die de kabel maakt tussen de bodem en de monopile. De mantel zet zich vast in een gat onderin de monopile.

Op aandringen van onder andere Van Oord heeft het Drentse bedrijf Vos de afgelopen jaren een concurrerend systeem ontwikkeld.  Een prototype daarvan werd al getest bij Windpark Luchterduinen voor de kust van Katwijk. Daar was één monopile uitgerust met een extra gat waarin de verankering van het nieuwe systeem werd beproefd. 

Toen dat goed verliep kreeg Vos een derde van het totaal aantal van 150 benodigde beschermingssystemen voor Gemini gegund. De Engelse producent kreeg ook een derde. De installatie pakte goed uit en Vos kreeg ook de laatste vijftig molens gegund.

Het heeft de bouwers van Gemini overigens niet direct geld opgeleverd. Het systeem van Vos is op dit moment niet  goedkoper. Maar het is volgens Te Gussinklo een goed voorbeeld hoe concurrentie wordt georganiseerd onder de toeleveranciers en tegelijkertijd werkgelegenheid binnen het MKB-bedrijf wordt gestimuleerd. “Iedereen beseft dat in de branche. Innovatie is essentieel om tot de gewenste kostenreductie en efficiëntie te komen. Vandaar dat ook opdrachtgevers en graag meegingen in dit en vergelijkbare experimenten.  We gaan ervan uit dat het ons op langere termijn wel voordeel oplevert.” Om dezelfde reden zijn de gebruikelijke lessons learned sessies in het geval van Gemini niet alleen pas bij oplevering vorig najaar gehouden, maar met grote regelmaat tijdens de hele looptijd van het megaproject. Zodat de andere offshore windparken in voorbereidingen van de meest actuele kennis konden profiteren. ” Je ziet het resultaat. Bij het project Norther voor de kust van België, waar ik voor Van Oord ook weer projectdirecteur ben, hebben zich  al weer meer partijen gemeld die een goed cable protection system kunnen leveren.”  

 

Inmiddels is ook  een alternatief beschikbaar voor de deiningcompenserende loopplank waarmee onderhoudspersoneel bij zware zeegang veilig op de werkplatforms kan worden afgezet. Het Nederlandse Ampelmann domineert al jarenlang die markt,  maar op het nieuwe onderhoudsvaartuig dat Siemens voor Gemini liet bouwen is een afzetsysteem van Duitse makelij geïnstalleerd. Dat functioneert volgens Van Oords projectdirecteur uitstekend.  

 

Kortere werkcyclus

Andere innovaties die de efficientie van wind op zee verhogen zijn misschien minder concreet, maar volgens Te Gussinklo zeker niet minder belangrijk. Zo heeft het nieuwe kabellegschip de Nexus  haar nut bij het werk in de Waddenzee inmiddels dubbel en dwars bewezen.  De werkcyclus door installatieschip de Aeolus is ook flink versneld. 

De Aeolus is momenteel actief met de bouw van een windpark voor de Britse kust. Daarna gaat ze naar de werf voor aanpassingen. Er wordt onder andere een zwaardere kraan en grotere gripper gemonteerd, zodat er grotere monopiles kunnen worden ingeslagen. Bij het Belgische Norther wordt straks gewerkt met funderingspalen met diameters van 8 meter.  

Offshore wind wordt steeds belangrijker voor Van Oord. Bij de jaarcijfers die de Rotterdamse maritiem aannemer vorige week presenteerde bleek dat ook weer. Na een zwaar jaar in 2016 is de orderportefeuille inmiddels met ruim een miljard euro gegroeid. Een belangrijk deel daarvan bestaat uit offshore windprojecten. Hoewel de prijzen daar flink onder druk staan. Gemini werd gegund met 17 eurocent subsidie per kilowattuur. Bij windpark Borssele III en IV, waaraan Van Oord ook deelneemt, is de subsidie al teruggebracht tot 5,45 eurocent. In Duitsland is inmiddels het eerste park gegund compleet zonder subsidie. De aannemers zijn daar overigens nog niet geselecteerd. Van Oord hoopt ook daar een rol te kunnen spelen met het leggen van de kabels en/of het installeren van de fundering en het plaatsen van de turbines.

Reageer op dit artikel