nieuws

Weg nog niet aanpassen aan zelfrijdende auto’s

infra 14

Weg nog niet aanpassen aan zelfrijdende auto’s

Infrastructuur hoeft vooralsnog niet op grote schaal te worden aangepast aan zelfrijdende voertuigen. Dat is pas zinvol wanneer 99,9 procent van het verkeer automatisch rijdt.

Vooralsnog is 99,9 procent van het verkeer afhankelijk van bestuurders die voertuigen over de weg leiden. En dat blijft voorlopig zo, vertelden John Boender, ontwerpexpert bij CROW, en Arjan van Vliet, keuringsvoorbereider bij de RDW, op de vakbeurs Intertraffic in Amsterdam. De term ‘zelfrijdend’ roept bij beheerders niet zelden visioenen op van wegen zonder dure borden en verkeerslichten. Dat doet ook het feit dat bestuurders zich steeds vaker door bijvoorbeeld navigatie-apparatuur laten leiden. Voeg daarbij het feit dat zelfrijdende voertuigen aan een smalle strook genoeg hebben en beheerders verwachten minder geld kwijt te zijn aan hun wegen. Smalle rijstroken zijn alleen mogelijk wanneer al het verkeer automatisch rijdt, menen Boender en Van Vliet. Zolang er nog één bestuurder achter het stuur zit, vergt die wegen met de huidige breedte om bijvoorbeeld de gevolgen van een verkeerde manoeuvre op te vangen.

Verkeer rijdt vooralsnog alleen zonder problemen automatisch wanneer het niet met ander verkeer kruist en wanneer er geen verkeer vanuit de tegenovergestelde richting komt. Mede daardoor is zelfrijdend verkeer in de bebouwde kom vooralsnog geen optie. Markeringen spelen een belangrijke rol in het automatiseren van verkeer en vervoer. Die ontbreken op onder meer erftoegangswegen. Het is nog een vraag hoe een zelfrijdende auto daarop reageert. In onder meer Ooststellingwerf en Wageningen vinden al op bescheiden schaal proeven plaats met zelfrijdend verkeer op de openbare weg. Op zich hoeft dat geen onoverkomelijke technische problemen te veroorzaken.

De vraag rijst evenwel of de bestaande voorzieningen geschikt zijn te maken voor vernieuwingen in verkeer en vervoer. Dat vraagt van ontwerpers het vermogen om zeker een kwart eeuw vooruit te kijken, de gemiddelde tijd dat een weg meegaat. Met de kennis van nu zouden wegen dan flexibel en aanpasbaar moeten zijn voor elke noviteit. Dat lijkt lastig, maar hoeft het niet te zijn. De oplossing: een centraal informatiepunt waar alle betrokken partijen kennis en kunde bijeenbrengen die wegen bestand maken tegen de eisen van de toekomst.

Eén daarvan is het voorkomen van spoorvorming, een gevaar dat vooral dreigt bij een zelfrijdend konvooi vrachtwagens. Zo’n konvooi kan ook een te zware belasting uitoefenen op kunstwerken. Het laatste is niet ondenkbaar, zeker niet wanneer de kans op overbelading wordt meegenomen. Dat is vooral een gevolg van verkeerde belading, waarbij de last ongelijk is verdeeld over de assen. De kans op schade is niet ondenkbaar. Een groot deel van de infrastructuur stamt uit de jaren 50, 60 en 70 en nadert het einde van de begrote levensduur.

Met het oog op verwachte veranderingen als zelfrijdende vrachtwagenkonvooien valt het volgens Lindy Molenkamp, hoofd wegen en water bij de provincie Overijssel, te overwegen infrastructuur te bouwen die maar twintig jaar meegaat en daarna makkelijk kan worden aangepast of zelfs worden vervangen.

Nederlandse bedrijven en instellingen die daarvoor systemen weten te bedenken, kunnen daarmee ook succes boeken op de internationale markt, verwacht Marcel Hertogh van de TU Delft en Rijkswaterstaat. Daar hoort volgens hem ook een standaardisatie bij van alle elektronica die voor al dan niet automatisch verkeer en vervoer wordt gebruikt.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels