nieuws

Droge voeten voor vluchtelingen in Zuid-Soedan

infra 4

Droge voeten voor vluchtelingen in Zuid-Soedan

Hoe zorg je ervoor dat 120.000 vluchtelingen in een kamp in een moeras droge voeten houden. Ambassadeur in Zuid-Soedan Robert van den Dool weet inmiddels het antwoord: met Nederlands watermanagement.

Bij de plaats Bentiu in de noordelijke provincie Unity in Zuid-Soedan ligt een groot vluchtelingenkamp op de plek waar eerst een VN-basis was. “Dat was niet bedoeld en ook niet geschikt voor vluchtelingen. In de regentijd waad je er kniediep door het water. Dat kon niet zo, vonden we op de ambassade, vooral toenmalig hoofd ontwikkelingssamenwerking Paul Tholen”, vertelt Van den Dool.

Op dat moment zaten er al 40.000 vluchtelingen. Door de aanhoudende turbulente situatie in het noorden van Zuid-Soedan groeide dat aantal naar 120.000. “Het was een wonder dat er geen ziektes als cholera, tyfus en difterie op grote schaal zijn uitgebroken”, zegt de ambassadeur.

Eind 2014 begin 2015 is daarom samen met onder meer de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) gekeken wat gedaan kon worden aan de situatie. Dat heeft ertoe geleid dat een ontwerp is gemaakt met kanalen, wegen en duikers om te zorgen voor een goede waterafvoer. Tegelijkertijd werd duidelijk dat het kamp te klein dreigde te worden door de aanhoudende stroom vluchtelingen. Dat betekende dus uitbreiding van het kamp, uitbreiding van het ontwerp en de opbouw van menswaardige onderkomens.

“Het is uiteindelijk een bijzonder project geworden dankzij betrokkenheid van het bedrijfsleven. Vooral Sweco Nederland (toen nog Grontmij, red.) heeft veel werk verzet, met het ontwerp en als adviseur en toezichthouder op de uitvoering. Want je kunt een ontwerp maken, maar dan moet het ook wel zo worden uitgevoerd. Zo moet erop gelet worden dat kanalen goed worden gegraven, anders kun je na één regenseizoen weer opnieuw beginnen.”

Het klinkt allemaal nog simpel, maar probeer in een door burgeroorlogen geteisterd land met slechte wegen die zeker in de regentijd vrijwel onbegaanbaar zijn, maar eens voldoende materieel ter plaatse te krijgen. Dat is een hele logistieke opgave. “Een aannemer uit buurland Eritrea deed de uitvoering. De man had familie in Nederland en sprak ook Nederlands. Hij slaagde erin om het materieel in Bentiu te krijgen.”

Natuurlijk is geprobeerd het werk af te krijgen voor aanvang van het regenseizoen in mei. “Dat is niet gelukt. Gelukkig voor ons, maar minder voor Zuid-Soedan is het een slechte regentijd geweest met weinig neerslag. In augustus waren we klaar. Net op tijd, want toen kwam de regen wel met bakken naar beneden. Konden we meteen zien dat het systeem werkte”, aldus Van den Dool.

Hij is tijdens het hele proces onder de indruk geraakt van de perfectie die waterexperts van Grontmij aan de dag hebben gelegd. “Het was een perfectie die voor dit deel van de wereld niet nodig was. Het ging om de realisatie van een werkend systeem van watermanagement om de vluchtelingen droge voeten te bezorgen. Op dat punt hebben we Sweco wel eens iets moeten afremmen.”

Het project is slechts één voorbeeld van hoe Nederlandse ambassades over de hele wereld samen met het Nederlandse bedrijfsleven samenwerken. In Zuid-Soedan staat dat op een laag pitje. “Door de aanhoudende strijd hier, zijn we genoodzaakt een negatief reisadvies af te geven voor het gebied. Het is een advies, dus daar mag iedereen van afwijken. Maar je ziet nu dat het voor onszelf ook al moeilijker wordt om onze programma’s extern te laten monitoren. Bedrijven worden huiverig om hun mensen naar een conflictgebied te sturen, al dan niet op instigatie van hun verzekeraars. In de hoofdstad Djoeba zitten overigens nog wel wat Nederlandse ondernemers. Dat zijn pioniers voor wie ik mijn petje afneem”, aldus de ambassadeur.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels