nieuws

‘Het gaat weer bruisen in de bouw’

infra 6

‘Het gaat weer bruisen in de bouw’

Nog een jaar of tien, dan heeft het indrukwekkende stuwcomplex bij het Noord-Brabantse Grave het einde van zijn levensduur bereikt. Ook zes andere stuwen in de Maas zijn vanaf 2028 aan vervanging toe.

Het gehele systeem van stuwen en sluizen, gerealiseerd in het begin van de twintigste eeuw, is volgens Rijkswaterstaat vooral gebouwd om steenkolen te kunnen vervoeren van Limburg naar de Randstad. De stuwen moeten hoe dan ook vervangen worden, de vraag is echter hoe.

Nu spelen immers totaal andere ontwikkelingen dan honderd jaar geleden het gebied van onder meer technologie, economie en klimaat en energie. Met andere woorden: Rijkswaterstaat staat voor een vernieuwingsopgave, maar kan het niet alleen. Wat nu?

Om een goed antwoord te krijgen op die vraag, heeft Rijkswaterstaat – in nauwe samenwerking met De Bouwcampus – de hulp ingeroepen van experts uit alle windhoeken. Zes multidisciplinaire teams hebben tijdens vier bijeenkomsten een brede (lees: andere) kijk op de Maas als systeem gegeven. Dat gebeurde in het co-creatielab van De Bouwcampus in Delft, de best denkbare plek om deze vernieuwingsopgave – die de naam Grip op de Maas heeft meegekregen – handen en voeten te geven.

Zoeken naar verbinding

Gebruikers waren aanwezig, maar ook opdrachtnemers, opdrachtgevers, kennisinstituten, advies- en ingenieursbureaus en zelfs partijen buiten de sector. Ze deden mee op basis van vrijwilligheid, waarbij het zoeken naar verbinding tussen mensen en ideeën centraal stond.

Het resultaat is een zogenaamd Oogstboekje, met daarin de ‘opbrengst’ van de vier bijeenkomsten. Rijkswaterstaat beschouwt het Oogstboekje als aftrap voor de vernieuwingsopgave.

Neutrale plek voor complexe onderwerpen

Verbinden van mensen en ideeën: dát is misschien wel de kern van De Bouwcampus, zegt Nico de Vries, voorzitter van het dagelijkse bestuur van De Bouwcampus en voormalig CEO bij BAM. “Het is een neutrale plek waar overheid en marktpartijen zich vrij moeten voelen om complexe onderwerpen neer te leggen. Zoals Rijkswaterstaat deed met Grip op de Maas. Het is een project waar met veel enthousiasme aan is gewerkt door mensen uit allerlei disciplines. De Bouwcampus biedt niet alleen ruimte, maar zoekt ook de juiste partijen bij de aanpak van een vraagstuk. Wij makelen en schakelen.”

De plek waar expertise samenkomt

De Bouwcampus is in januari 2016 officieel van start gegaan, in het bijzijn van ministers Blok (Wonen en Rijksdienst) en Schultz van Haegen (Infrastructuur en Milieu). De Bouwcampus ‘stimuleert en faciliteert open innovatie voor actuele en toekomstige opdrachten in de woningbouw, infrastructuur, utiliteitsbouw en openbare ruimte’. Denk aan het toekomstbestendig maken van woningen en gebouwen en de vervanging van natte kunstwerken, maar bijvoorbeeld ook om een kwalitatieve verbetering van het bouwproces.

De Bouwcampus moet – fysiek en virtueel – de plek worden waar partijen uit de gehele bouwsector hun expertise, creativiteit en netwerk met elkaar gaan delen, aldus De Vries. “Het moet gaan bruisen. En dat gaat ook gebeuren, daarvan ben ik overtuigd.”

Elkaars vragen en zorgen leren kennen

Ruim 120 bedrijven, overheidsinstanties en kennisinstituten zijn intussen verbonden aan De Bouwcampus. Zij erkennen allemaal dat ze sommige uitdagingen in de bouw individueel niet aankunnen, dat ze elkaar hard nodig hebben. Juist op De Bouwcampus is ruimte om, in een pre-competitieve setting, te experimenteren en om over de grenzen van de sector heen kijken.

De Vries: “Ik merk dat de huidige leden van het gezelschap volop gemotiveerd zijn om de bouw te vernieuwen. Ze staan open om elkaars zorgen en vragen te leren kennen. Mooi om te zien, want die vernieuwing is hard nodig. We zijn dit jaar begonnen, maar het gonst. De Bouwcampus krijgt veel positieve feedback.”

Ontmoetingsplaats, werkplaats en leeromgeving

De Bouwcampus is gevestigd op het terrein van TU Delft en beschikt over zo’n 5000 vierkante meter. Het is een ontmoetingsplaats, maar ook een werkplaats en een leeromgeving. De Bouwcampus is een kennis- en innovatiecentrum, maar ook een vestigingsplaats voor start-ups. Bovendien worden studenten nadrukkelijk bij De Bouwcampus betrokken.

De Bouwcampus gaat volgens De Vries een belangrijke rol spelen bij het opstellen van de vernieuwingsagenda van de bouw. Hij is hoopvol gestemd. “Sinds de Bouwaffaire heeft de sector  een geweldige draai gemaakt. De bouw is naar een hoger plan getild, is beter geprofessionaliseerd. De bouwsector is innovatief en in beweging. Een voorbeeld? Er is veel geïnvesteerd in de ontwikkeling van de nul-op-de-meter woning, ook bij bestaande woningen. De bouwtijd is korter geworden, we gaan rationeler om met bouwproducten.” 

De sector moet het doen

“Maar we zijn er nog niet. Wil de bouw een gezonde bedrijfstak worden en blijven, dan is vernieuwing hard nodig. De Bouwcampus moet wat mij betreft dé plek worden voor het ontwikkelen van innovatieve oplossingen. De sector moet het doen, De Bouwcampus jaagt aan.”


Dit artikel verscheen in de Cobouw Special Infra.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels