nieuws

Onderhandelingen verlies A15 MaVa slepen voort

infra Premium 101

Onderhandelingen verlies A15 MaVa slepen voort
Ingrid Koenen

Ruim een half jaar na de bindende uitspraken in de arbitrage over de A15 MaVa slepen nog steeds onderhandelingen over de verliezen. In april is het project overgegaan naar de exploitatiefase en de eerste evaluatie is achter de rug, maar de geschillen zijn nog altijd niet opgelost. Inmiddels hebben de aanhoudende storingen geleid tot weer een extra schadepost.

De A15 Maasvlakte Vaanplein kampt met een verliespost van 318 miljoen euro, die vooral op het bordje van de bouwcombinatie ligt. Zij dienden een torenhoge claim in vanwege de hoge meerkosten en jaren daarna sleepte een arbitrage. December 2015 is de laatste bindende uitspraak gedaan door de speciale arbitragecommissie, die bestaat uit professor Chris Jansen (voorzitter), Jan Bijkerk (namens Rijkswaterstaat) en Joost Wentink (namens de bouwers). Zowel opdrachtgever Rijkswaterstaat als Strukton, Strabag en Ballast Nedam hebben die uitspraak over vier majeure disputen aanvaard. De uitspraken zijn geheim, maar ondanks dat de contracten goed zijn dichtgetimmerd in het voordeel van Rijkswaterstaat, zijn een aantal claims van de bouwer toegekend.

Sindsdien slepen onderhandelingen over het bijbehorende prijskaartje en andere geschillen die buiten de arbitrage zijn gehouden. Partijen zijn daarover nog steeds in gesprek, bevestigt Rijkswaterstaat.

Optimisme

Het optimisme om alle problemen op te lossen voordat het project naar de expoitatiefase zou gaan, blijkt onterecht. Op 29 april is het beschikbaarheidscertificaat afgegeven en is de realisatiefase van het project formeel afgerond. Overigens is ProRail momenteel nog druk bezig om het spoor aan te leggen op de nieuwe Botlekbrug. 

De projectorganisatie van Rijkswaterstaat heeft inmiddels de A15 geëvalueerd. Lees daarover alles in het weekblad van woensdag as. De evaluatie biedt een ontluisterd kijkje in de pioniersaanpak bij dit dbfm-contract. Een van de hoofdoorzaken van de opeenstapeling van problemen is de toepassing van het Bahamamodel, blijkt daaruit. Dat model brengt met zich mee dat de opdrachtgever op grote afstand blijft en resulteert in de keus om het complete ‘stakeholdersmanagement’ bij de markt te leggen.

Dat had nooit mogen gebeuren en ontslaat Rijkswaterstaat niet van de verantwoordelijkheid, concludeert de evaluatie: “Uiteindelijk draag je als opdrachtgever altijd verantwoordelijkheid op het gebied van stakeholdermanagement en omgevingsmanagement: of je dat nu uitbesteedt of niet.”

Wijs de opdrachtnemer actief op de risico’s, die moet begrijpen waar hij instapt

Het ging al mis bij de officiële dialoogfase tijdens de tender die een hoog juridisch karakter had en waarbij kennis vooral niet werd gedeeld. “Wijs de opdrachtnemer actief op de risico’s, die moet begrijpen waar hij instapt”, is dan ook de aanbeveling voor nieuwe projecten. De dialoogfase lijkt bij uitstek geschikt om risico’s op tafel te leggen en de beheersing ervan door te spreken. Ook dat lijkt niet te zijn gebeurd.

Hoge meerkosten

Tijdens de uitvoering vertaalden de risico’s zich al snel in problemen met hoge meerkosten. De opdrachtgever hield zich – conform het Bahamamodel – aanvankelijk vooral op grote afstand. “Deze aanpak resulteerde in een groot aantal problemen.” Problemen waarbij vooral naar de markt gekeken werd om ze op te lossen. Contractueel was dat overigens geheel juist.

Toch draait Rijkswaterstaat in elk geval op voor kosten als gevolg van alle toezeggingen die de bouwcombinatie deed richting ‘stakeholders’ als Rotterdam, Havenbedrijf en ProRail. De tijdsdruk was enorm en Rijkswaterstaat was soms helemaal niet op de hoogte van die toezeggingen omdat het complete ‘stakeholdersmanagement’ bij de bouwcombinatie was belegd. In het contract was helemaal geen rekening gehouden met extra wensen of eisen die gedurende de uitvoering op tafel kwamen en de markt was ‘lost in translation’ door de vage formuleringen.

Storingen

Sinds de oplevering kampt de brug overigens met meer dan zestig storingen. De kosten voor extra controles en onderhoudsploegen loopt inmiddels op tot 2,7 miljoen euro, blijkt uit een recente brief van minister Schultz aan de Tweede Kamer. Volgens haar zijn er twee sanctiemogelijkheden op te leggen om te korten op de beschikbaarheidsvergoeding die inmiddels elk kwartaal wordt betaald: “Het betreft boetepunten voor niet functioneren van de brug en een beschikbaarheidskorting voor rijstrookafzettingen buiten de toegestane werkbare uren.” Een van de storingen heeft geleid tot schade aan een omloopwiel. De kosten voor herstel hiervan zijn voor Rijkswaterstaat.  

Reageer op dit artikel