nieuws

Reportage: Gemini legt de offshore-lat hoger

infra

Reportage: Gemini legt de offshore-lat hoger

Met de aanleg van Gemini wordt het bouwen van offshore-windparken in Nederland naar een nieuw niveau getild. Het is een tak van sport waarin waterbouwer Van Oord zich steeds verder specialiseert.

“Heeft iedereen een flyer? Mooi.” De veiligheidsinstructie op het opslag- en laadterrein van project Gemini in de Eemshaven is summier. Niet onlogisch, want het materieel dat op het terrein rijdt en de materialen die opgeslagen liggen zijn zo immens groot dat je er niet per ongeluk over struikelt. Zeker niet als de lucht kraakhelder is en de nazomerzon prettig schijnt.

Toch ligt hier nog maar een klein deel van wat er uiteindelijk ruim 80 kilometer ten noorden van deze plek in de zeebodem wordt gezet. “Er worden steeds een aantal monopiles en transitiestukken overgebracht van de locaties waar ze worden gefabriceerd. Die liggen hier te wachten tot ze meegaan”, zegt deputy projectmanager Floren Verweij van Van Oord.

Gemini is op papier al een indrukwekkend project, maar toch is het veel indrukwekkender om de onderdelen in de haven te zien, waar het perspectief laat zien hoe reusachtig het allemaal is. Voor Verweij is het misschien niet zo bijzonder meer, toch blijft hij enthousiast. Hij wijst op een liggende monopile, 750 ton staal, tussen de 60 en de 73 meter lang, en met een doorsnede van circa 7 meter. “Hier kan een heftruck gewoon doorheen rijden.”

De transitiestukken, knalgeel geverfd, staan rechtop aan de wal te wachten. Ze hebben het formaat van een kleine watertoren. Op zee worden de transitiestukken op de monopile gezet en vervolgens ter plekke vastgebout. Om dat mogelijk te maken, zit er een extra flens aan de bovenkant van de monopile. Daar wordt een platform ingelegd waarop de monteurs straks de armgrote bouten vastmaken.

Het kost ongeveer een dag om de monopiles en de transitiestukken in de zeebodem te zetten. “Het gaat eigenlijk heel eenvoudig: we slaan ze met een hamer in de grond.” zegt Ronald Vogelsang, kapitein van de Aeolus, één van de twee schepen die het zware materiaal naar het park vervoeren. “Maar we beginnen rustig,” vult Verweij aan. “De zeebodem wisselt sterk van sterkte. Soms blijft een paal van 750 ton staal gewoon op de zeebodem staan. Maar als we de hamer er dan zacht op leggen, dan zakt ie zo naar beneden.”

Dat de monopiles onderling zoveel verschillen, heeft een belangrijke reden: kostenreductie. De palen verschillen in lengte en breedte, afhankelijk van de grondsamenstelling. “Het zijn 150 verschillende, dus ze hebben allemaal een eigen plaats.” Op die manier wordt een heleboel duur staal bespaard. “Dat gaat om aanzienlijke bedragen, die echt opwegen tegen het extra ontwerpwerk.” Daarnaast past Van Oord ook een nieuwe techniek toe om het gebruik van stenen als bescherming van de grondlaag om de windturbine te reduceren.

Cyclus

Dit is de tweede grote klus voor de Aeolus, een schip dat Van Oord in 2014 liet bouwen voor de aanleg van windpark Luchterduinen, uit de kust bij Noordwijk. Maar dit project bestaat uit drie keer zoveel windturbines en ze zijn een slag groter.

Naast de Aeolus gebruikt Van Oord daarom een tweede schip, de Pacific Osprey, om de monopiles, de transitiestukken en straks de turbines te vervoeren en plaatsen. Zo’n vijfhonderd mensen werken offshore en verbijven in twee accommodatieschepen. Vogelsang: “Het is voor de Aeolus een cyclus van drie dagen. Het is ongeveer zes uur varen naar het park, daarna worden er drie monopiles en transitiestukken geplaatst en dan leeg weer terug. We varen vanavond weer uit.” Hij wijst op het schip, waarvoor een transitiestuk klaarstaat om ingeladen te worden: “ze moeten dus een beetje opschieten.”

Het is een grapje, want de sfeer is erg ontspannen. Het project loopt ruim voor op de planning. Verweij: “Je houdt altijd rekening met dagen waarop je niet kan varen. Maar die zijn eigenlijk nauwelijks voorgekomen. Alleen met die zomerstorm van vorige maand hadden we golven van 7 meter in het park. Toen is iedereen die op het park werkte naar de wal gehaald.” Inmiddels is al meer dan de helft van de monopiles geplaatst. Vogelsang: “We hebben precies tot 31 december om 23.59 om alle palen erin te krijgen. Dat gaan we wel halen.”

Logistiek

Een ander verschil met Luchterduinen: dat park ligt slechts 28 kilometer uit de kust. Toch maakt dat weinig uit, zegt Vogelsang die de Aeolus ook daar voer. “We moesten de onderdelen van Luchterduinen ook nog steeds ophalen in Vlissingen. Qua afstand maakt dat niet veel uit.”

Als de fundaties straks allemaal zijn geplaatst, wordt het schip omgebouwd om de turbines te kunnen plaatsen. Verweij “De tweede kraan gaat er dan af en de gripper, die wordt gebruik om de monopile in de juiste positie te brengen, is ook niet meer nodig. Net als de hamer.”

De turbines worden vanaf februari, direct van de werf in Denemarken naar het park verscheept. “Dat lijkt ver, maar de afstand is vergelijkbaar met de Eemshaven.”

Voor Van Oord is dit project groter dan de vorige, maar Vogelsang verwacht dat het in de toekomst alleen maar groter gaat worden. “En dan is de 800 tons kraan van de Aeolus eigenlijk te klein. Er zijn nu al 21 monopiles die wij niet kunnen verschepen. Die gaan mee met de Osprey. Die is een slagje groter.”

Volgens Verweij is er veel geleerd van het werk aan Luchterduinen. “Veel dingen die we hebben geoptimaliseerd op de Aeolus zijn het gevolg van de ervaringen met het vorige werk. Bijvoorbeeld de manier waarop we de stukken op het schip zetten, of hoe we de gripper aansturen.”

Cijfers

2,8 miljard euro – projectfinanciering

150 – aantal windturbines

600 megawatt – productiecapaciteit van Gemini

2,6 terawatt/uur – elektriciteit per jaar geproduceerd

68 km2 – oppervlakte windpark in de Noordzee

36 kilometer per uur – de gemiddelde windsnelheid in het gebied

1.347 ton – totaalgewicht van de zwaarste, geïnstalleerde turbine

59–73 meter – lengte van de monopiles

7–11 centimeter – wanddikte van de monopiles

110 km – lengte exportkabel vanaf elk offshore substation naar land

990 ton – hefvermogen van de kraan op het offshore installatieschip Aeolus

450 – aantal turbinebladen, elk met een gewicht van 18 ton

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels