nieuws

Infratecture: niet klaar als functionaliteit op orde is

infra

Infratecture: niet klaar als functionaliteit op orde is

Infrastructuur is niet alleen een kwestie van pure functionele noodzaak, goed ontwerp ervan bepaalt ook hoe een stedelijke omgeving functioneert. In zijn boek ‘Infratecture. integraal ontwerpen van infrastructuur’ pleit Marc Verheijen voor nauwere samenwerking tussen disciplines.

Grand Central Station verwerkt niet alleen dagelijks 575.000 reizigers, het is ook een van grote trekpleisters van New York. Jaarlijks komen 21 miljoen toeristen alleen maar kijken naar het machtige treinstation. Toen ‘infratect’ Marc Verheijen er voor het eerst kwam, keek hij drie uur in verbijstering vanaf een bankje naar de soepele wijze waarop de “sorteermachine voor reizigers” mensenstromen geleidt.

Marc Verheijen

Het rare is dat het gebouw aan geen enkele richtlijn voldoet die verkeerskundigen hanteren

“Het rare is dat het gebouw aan geen enkele richtlijn voldoet die verkeerskundigen hanteren. En toch functioneert het”, zegt Verheijen. “Kopiëren kun je het nooit, maar het is een ongelooflijk inspirerend voorbeeld.” Niet alleen omdat het infrastructuurknooppunt is ontworpen als een systeem dat reizigers voordurend in beweging houdt en soepel vervoert van drukke hoofdstromen naar rustiger gedeelten. Grand Central is ook een architectonisch meesterwerk en een unieke verblijfsplek voor wachtende mensen. Zorgvuldig en geïntegreerd ontwerpen kan op kleine, maar ook op megaschaal winst opleveren.

In ‘Infratecture, integraal ontwerpen van infrastructuur’ (Engelse uitgave: ‘Infratecture, infrastructure by design’) draait het allemaal om integratie van verkeerskunde, architectuur en stedenbouw. Want dat resulteert in plekken die ook maatschappelijke, culturele, ecologische en economische meerwaarde hebben, stelt de auteur.

Marc Verheijen is verkeerskundige én architect; hij is lector infratecture (Hogeschool Rotterdam) en architect bij Stadsontwikkeling Rotterdam. Die dubbele pet heeft zijn blikveld verruimd. “Infrastructuurvraagstukken worden vaak gezien als een functionele puzzel. Maar je bent niet klaar als je de functionaliteit op orde hebt.”

Een stad als Zoetermeer begint na drie generaties pas wat te worden

Waarom voelt een historische stad comfortabel als een oude jas en is menig moderne stad kil en afstandelijk, vraagt hij zich af. Omdat de ene organisch is gegroeid, zonder planners, terwijl de andere geometrisch gerangschikt is: eerst de wegen, dan de huizenblokken. De infrastructuur die het oplevert stuurt de verkeerstromen, maar waardering ontstaat pas als die integraal onderdeel is van de ruimte waarin we ons bewegen. “En dat kan lang duren bij strikt doelmatig ontworpen gebieden. Een stad als Zoetermeer begint na drie generaties pas wat te worden.”

Weg dus met die planners en verkeerskundigen? Nee, dat gaat niet, want daarvoor is onze wereld en ons verkeer te complex geworden, stelt Verheijen. Aan de hand van vijftien invalshoeken en dertig internationale voorbeelden onderzoekt hij hoe het ook kan. De zoektocht voert van de stations van Berlijn en New York naar Parijs, met ‘infrabuildings’ als Les Halles en La Défense en het tot groene route omgetoverde Viaduc des Arts. Laatstgenoemde bouwwerk uit 1859 is een voorbeeld hoe zelfs in onbruik geraakte infrastructuur bindend element kan zijn in een stedenbouwkundig weefsel. Het antieke luchtspoor is nu een langgerekt park, met eronder ruimten voor galeries en antiekhandelaren. De populaire groene verbindingsroute door drie Parijse wijken trekt voortdurend nieuwe economische activiteiten aan.

Een casus uit eigen land is de Tilburgse rotonde met ronddraaiend huis

Een casus uit eigen land is de Tilburgse rotonde met ronddraaiend huis. John Körmeling neemt met zijn kunstwerk onder vuur wat Verheijen ook dwars zit: de scheiding die van infrastructuur uitgaat. De Hasseltrotonde knipte bij aanleg in 1959 het rijke sociale leven in de Hasseltsestraat en omgeving doormidden. Zijn rondjes rijdende huis verwijst naar het leven dat verdween en is geen kunstwerk ter opleuking. Het gaat de interactie aan: met het verkeer, maar ook met de omgeving. Het huis is beklad, gekraakt, er is ingebroken en er zijn acties gevoerd. Verheijen: “Prachtig toch? Te vaak wordt kunst slechts ingezet als een sausje dat moet verhullen dat een plek waardeloos is. Terwijl het juist kan bijdragen aan integraal ontworpen infrastructuur, die in balans is met haar omgeving. Infrastructuur met een verhaal.”

Voor de nieuwe minor Integrated Infrastructure design van de TU Delft verzorgt Marc Verheijen de afsluitende ontwerpstudio. De minor van één semester is het resultaat van samenwerking tussen de faculteiten Bouwkunde, Civiele Techniek en Waterbouwkunde en ligt volledig in lijn met het boek ‘Infratecture’. Dat is uitgegeven door NAi010 Uitgevers.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels