nieuws

Amsterdam kent zijn bruggen slecht

infra Premium

Amsterdam kent zijn bruggen slecht

De Amsterdamse binnenstad heeft een groot probleem met de opvolging van onderhoudsmonteurs en inspecteurs van de gemeentelijke bruggen. Veel van deze ‘bruggenfluisteraars’ naderen de pensioensleeftijd en opvolging is er niet.

De gemeente Amsterdam bespaarde de afgelopen jaren flink op het onderhoud van bruggen en de inzet van nieuwe monteurs. Regelmatig werd de staat van onderhoud verlaagd van ‘verzorgd’ naar ‘minimaal’ of ‘sober’. Maar de precieze betekenis van die termen is voor onderhoudsmonteurs onduidelijk. Volgens Gert-Jan van den Berg, teamleider techniek bij de dienst Infrastructuur, Verkeer en Vervoer (DIVV) van de gemeente is het dieptepunt onderhand wel bereikt. “Ik denk dat we aan de ondergrens zitten van wat nog sober genoemd kan worden.” Zijn collega Peter Joosten vindt dat het met het onderhoud de laatste drie jaar sterk achteruitgaat. “Er zijn risicobruggen die al sinds 2007 zo te boek staan. Die liggen er nu nog steeds zo bij.”

Het relaas van de onderhoudsmonteurs hoort bij een rapport van de Amsterdamse rekenkamer RMA dat woensdag werd gepubliceerd. Daarbij zaten drie fimpjes waarin de monteurs aan het woord komen.

Het geschetste beeld is zorgwekkend: de voortdurende bezuinigingen en de stop op het aannemen van nieuw personeel betekent dat de kennis over de staat van de bruggen langzamerhand verdwijnt. De oude ‘bruggenfluisteraars’ gaan de komende jaren met pensioen of zijn het al. Er komt niets voor in de plaats en de kennis verdwijnt.

Dat heeft ook te maken met het ontbreken van een centraal systeem waarin de staat van elk van de 274 bruggen wordt bijgehouden. De monteurs proberen het zo goed mogelijk zelf te doen, maar meer dan eens moet worden teruggegrepen op de zogeheten ‘Bruggenboeken’, waarin tot 1980 de gegevens, techniek en materialen van een brug waren beschreven. Na 1980 werden die niet meer gemaakt en bijgehouden.

De gemeente wil al sinds 2008 een systeem van asset management gebruiken. RMA stelt dat de gemeente duidelijke uitgangspunten heeft geformuleerd over dat nieuwe beleid, maar de basis ontbreekt: een duidelijk inzicht in de huidige staat van onderhoud. Zo vroeg de Rekenkamer aan DIVV om een inventarisatie van de werkzaamheden en de onderhoudskosten van een drietal bruggen tussen 2010 en 2013. Het kostte de dienst in totaal maar liefst zestig manuren om de gegevens boven tafel te krijgen. En dan nog kon geen garantie worden gegeven dat het overzicht compleet was.

Wat ook niet meehielp, was het feit dat de afdeling de afgelopen jaren voortdurend onderhevig was aan reorganisaties, verbetertrajecten en naamswijzigingen. Inmiddels is de naam DIVV alweer verdwenen: sinds 2015 valt het onderhoud onder Verkeer en Openbare Ruimte (V&OR).

Het RMA vindt het feit dat het zo moeilijk is om de doelmatigheid van het bruggenonderhoud vast te stellen, een “verontrustende conclusie”. De Rekenkamer doet drie aanbevelingen. In de eerste plaats moet de gemeente doorgaan en meer haast maken met de invoering van asset management en een methode om de staat van onderhoud van bruggen beter te kwantificeren, in plaats van het gebruik van termen als sober of top, waarvan niemand weet wat ze betekenen. Ten tweede moet er een goed beheerssysteem komen dat het beheer en onderhoud kan monitoren. Als laatste moet de gemeente terughoudender zijn met reorganiseren, omdat elke reorganisatie ervoor zorgt dat belangrijke kennis verloren gaat.

Reageer op dit artikel