nieuws

“Als hier wat gebeurt kost dat je een arm”

infra

“Als hier wat gebeurt kost dat je een arm”

Op het oefenterrein van het SOMA College staan de machines stil. De nieuwe generatie machinisten, uitvoerders en monteurs moet eerst nog de boeken in en oefenen met simulatiecomputers. En toch melden de eerste bedrijven die op zoek zijn naar nieuw talent zich alweer bij bosjes.

“Blijf op het terrein. Onderling wisselen doen we niet, je blijft op je eigen machine. En als je naar het toilet wilt, meld je dat even.” In een oranje wegenbouwoutfit, buiten bij een bouwkeet, spreekt docent Frank Groen van het SOMA College een groepje braaf ogende eerstejaars toe. Groen weet wat het is om hier als jong broekie te staan. In 1972 stond hij zelf in de schoenen van de leerlingen die hij nu de eerste kneepjes van het asfaltvak bijbrengt. Jaren werkte hij als machinist bij HWZ (nu BAM) en Mourik Groot-Ammers. In 1988 keerde hij terug naar de school. Nu als docent.

“Vandaag leg ik de asfaltmachine uit”, vervolgt Groen. “Dat is niet zo’n gemakkelijke machine. Loop die kant maar alvast op. Ik kom zo naar jullie toe.” Als makke schapen in te grote jassen volgen de tieners zijn bevelen op. Het is discipline wat de klok slaat. Waar vind je dat nog?

Bult op je hoofd
“Discipline? Dat is te negatief. Het gaat om duidelijkheid. Daar zijn de jongens bij gebaat. Dat is de ‘mores’ hier”, zegt Groen. “Een klein beetje zwanger gaat hier gewoon niet. Als je op een vmbo van je stoel achterover valt, heb je een bult op je hoofd. Als er hier wat gebeurt, kost dat je een arm of een been. Gelukkig heb ik dat nog nooit meegemaakt en dat wil ik graag zo houden.”

 

“Jonge knapen staan te popelen om hier te beginnen.”

 Hij is betrokken. Houdt van infra. Ademt asfalt. Daarom zitten de aanstaande bezuinigingen hem niet lekker. Bang voor het toch al uitstervende vakmanschap, terwijl er ook in 2015 genoeg jongeren zijn die zijn passie delen. “Jonge knapen staan te popelen om hier te beginnen. Sommigen heb ik al drie keer op een open dag gezien. Schrijf je je dit jaar in, vraag ik dan. Nog één jaar, is vaak het antwoord. Dat zijn dus jongens van twaalf tot vijftien jaar oud.”

Vanochtend vertelde algemeen directeur Anke van Bodegom het al. Of ze nou in Terneuzen of Terschelling woonachtig zijn, uit het hele land komen jongeren naar Harderwijk om het vak van monteur, machinist, stratenmaker, landmeter of uitvoerder te leren. “En als ze hier dan zijn geweest, hebben ze allemaal zoiets van: “Wow. Hier wil ik naar toe.”

 

“Heb je nog een jongen voor me?”

 Ook bij bedrijven zijn de jongens van het SOMA College nog altijd populair. Bedrijven melden zich soms te vroeg voor nieuw talent. “Joh, Frank, heb je nog een jongen? Vorig jaar had ik Piet, daar zijn we zeer tevreden over. Dat kan ik aan de neus toch niet zien, reageer ik dan.” Trots vertelt Groen over de derdejaarsstudent die nu al op een hagelnieuwe Liebherr van 3 ton of meer op 35 meter hoogte dakplaten mag leggen.

Van de duizend leerlingen zijn er drie meisje. En bijna allemaal verblijven ze van maandag tot vrijdag in het internaat. “Slapen op school is even wennen voor eerstejaars én voor moeders”, lacht Van Bodegom. “Maar de uitval is laag. Zelden pakt een leerling met heimwee zijn tas, op zoek naar een school in zijn buurt.”

De knikdumper? Wie hier rondkijkt, ziet dat het de vakman van later nergens aan ontbreekt. In het simulatielokaal maken toekomstige machinisten van graafmachines en kranen digitaal kennis met de machines waarop ze later zullen werken. Na een aantal instructies van de docent nemen de jongens plaats op de stoel achter het computerscherm. De hendels waarmee ze werken, zijn net echt. “Hier leren ze de basisbediening”, vertelt docent Richard Kleinjan. “Dit is de tweede les. Ze voeren controles uit aan de machines.”

 

“Na een jaar willen ze naar buiten”

 De werkelijkheid nabootsen heeft zo zijn voordelen, zegt de leerkracht. “De computer liegt niet. Bovendien kunnen we met zijn vijftienen tegelijk aan het werk. Buiten niet, dan komt de veiligheid in het geding. Ze vinden het ook allemaal leuk. Al zijn ze het na een jaar wel een beetje zat. Dan willen ze naar buiten.”

Geconcentreerd voltooien de leerlingen met koptelefoons op hun opdracht. “Ze zijn allemaal gemotiveerd. Dat kan ook eigenlijk niet anders, want het is een dure opleiding”, zegt de docent. “Dat komt ook omdat ze de huur moeten betalen voor hun kamer en straks hun t-rijbewijs moeten halen hier. Dat moeten ze zelf betalen.”

Vooral het grondverzet is populair, maar de interesse in hijsen neemt ook toe, al betekent dat een extra schooljaar. Na een minuut of tien komt een van de jongens melden dat hij klaar is. Hij mag naar een andere machine. De knikdumper. “De knikdumper?”

Diagnosemannen
Beneden, tegenover het oefenterrein, leidt Martin van der Berg toekomstige monteurs op. Diagnosemannen noemt hij ze. “Zo, dus jij komt kijken op de allermooiste school van Nederland”, begint hij een babbeltje in de gang. Het plezier spat van zijn gezicht af. “Dit jaar start ik niveau 4. Dat is nieuw in Nederland. Met die opleiding kunnen onze leerlingen straks de meest gekke storingen oplossen.” Ook materieel ging digitaal. “We dachten met één klas te beginnen. Maar we hebben twee klassen nokkievol.”

Met een Noord-Hollandse tongval vertelt derdejaarsstudent Kjell de Wild dat hij op zoek is naar een storing: “Dit is een Vermeertje”, legt hij uit bij een voor leken ondefinieerbaar, vormloos apparaat: “Dit is als het ware de cabine.” Hij hoopt dat hij volgend jaar de nieuwe opleiding mag volgen. “Nu kan het nog. Als je eenmaal gaat werken, komt dat er niet meer van.”

De wortels van de boom
Zijn hele familie werkt in de bouw. Zijn vader is kraanmachinist, zijn oom zit in het timmerwerk. “Waarom ik de bouw mooi vind? De grote machines… Of de school leuk is? Het is goed te doen, ik heb leuke klasgenoten en maak hier vrienden met dezelfde interesses. Ook het internaat is goed te doen. ’s Avonds gaan we vaak zwemmen en zo, of even naar de kroeg. Tot half elf mag je het terrein af.”

“Je moet als sector jezelf weer op het schild hijsen”

 Buiten zijn de leerlingen van de spraakzame Frank Groen teruggekeerd. De docent verontschuldigt zich. Het gesprek met Cobouw duurde iets langer dan gepland. Hij legt zijn ziel en zaligheid in het ‘verkopen’ van het vak en hoopt dat meerderen zijn voorbeeld volgen. “Jarenlang is er onvoldoende geïnvesteerd in scholing. Als we zo blijven doorgaan, is er straks niemand meer die vol bravoure zegt: ik zet me in voor de wegenbouw. Je moet als sector jezelf weer op het schild hijsen. Bezuinigen op het SOMA College? Dan heb je helemaal de poppen aan het dansen. Dan ligt de bijl aan de wortels van de boom.” 

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels