nieuws

Tekort asfalteerders dreigt

infra Premium

Tekort asfalteerders dreigt

Een tekort aan asfalteerders dreigt. Door een gebrek aan stages kiezen jongeren noodgedwongen steeds vaker voor het grondverzet, waarschuwt Anke van Bodegom, directeur van het Soma College.

Landelijk bevindt het aantal aanmeldingen voor infra-opleidingen zich al jaren op een dieptepunt. Sinds 2008 is de kweekvijver van talentvolle grondverzetters en asfalteerders gehalveerd, meldt een woordvoerder van kennisinstituut Fundeon. Het wordt er ook niet beter op. “Ondanks het herstel op de markt, zien we het nog niet aantrekken.”

Dat staat in schril contrast met de enige echte infraschool in Nederland, het Soma College in Harderwijk. Daar hebben ze helemaal geen last gehad van de magere jaren. “We zitten stampvol”, prijst directeur Anke van Bodegom zich gelukkig. Toch ziet ze een vervelende ontwikkeling. “Voor de wegenbouw is verminderde belangstelling. Het bemannen van asfaltploegen kan op termijn een probleem worden.”

Verschillende oorzaken spelen de wegenbouw parten. “Nachtwerk wordt meer en meer als problematisch ervaren. Je merkt dat jongeren van nu een goede balans tussen privé en werk belangrijker vinden dan vroeger. Maar ze zien ook vooral de gevaren van het vak.”

Een goede invulling van de stage is echter de grootste bedreiging, waarschuwt de directeur van het opleidingsinstituut waaraan infrabedrijven meebetalen: “Dat heeft te maken met strengere controles op wettelijke eisen. Jongeren onder de achttien mogen niet meer dan gemiddeld veertig uur per week werken en ‘s nachts werken is niet toegestaan. Daar moeten we met zijn allen een mouw aan zien te passen.”

Van Bodegom dringt aan op meer flexibiliteit. “TWW uit Oldenzaal geeft het goede voorbeeld. Die wegenbouwer biedt een student van ons een stage op maat aan. Eerst draait hij mee met het grondverzet en als hij wat ouder is, mag hij mee met de asfaltploeg.”

Het is doodzonde als de asfaltsector kleerscheuren oploopt door dit soort praktische problemen, vindt Van Bodegom. “Het is een hartstikke mooi vak waar je nog echt kameraadschap tegenkomt. Wegenbouwers zouden hun beroepstrots ook veel beter moeten etaleren. Want als je de jongeren eenmaal binnen hebt, dan blijven ze.”

Evert de Jong, jarenlang een van de drijvende krachten achter de Vakgroep Bitumineuze Werken (VBW Asfalt), onderschrijft het verhaal van Van Bodegom. Hij vreest dat de branche die zich zo laat kenmerken door homogeniteit en sociale banden, uiteen dreigt te vallen: “De regen is niet langer de grootste vijand van het eindproduct, dat is het verlies aan vakmanschap. De sector is oud geworden.”

Bedrijven investeren steeds minder in gedeelde kennis, beschouwt De Jong. “Maar als die kennis verdwijnt, kom je voor je het weet als sector tot stilstand en mis je innovaties. Een bedrijfstak zonder innovaties is op sterven na dood.” Hij vergelijkt het met rafeling, een bekend faalmechanisme voor asfalt: “Je raakt een paar steentjes kwijt en vervolgens wordt het een gat. De vraag is nu of je het gat gaat repareren of niet. Of frezen we straks de hele weg? De keuze is aan de bedrijven.”

Na negentien jaar moest De Jong vorige maand noodgedwongen VBW Asfalt als onderdeel van Bouwend Nederland verlaten. Hij belooft dat hij terugkomt in de sector. In welke hoedanigheid is nog onduidelijk.

Lees ook: Interview met Evert de Jong

Reageer op dit artikel