nieuws

Inframarkt krabbelt weer enigszins op

infra Premium

Inframarkt krabbelt weer enigszins op

De inframarkt veert de laatste maanden weer op. De orderportefeuille van grond- en waterbouwers groeide in het voorjaar met 8 procent. Dat blijkt de conjunctuurmeting van het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB). De gemiddelde orderportefeuille in de gww-sector groeide tussen maart en mei van 5,3 naar 5,7 maanden.

Vooral de wegenbouwers zagen hun werkvoorraad in deze voorjaarsmaanden toenemen, met 11 procent.

De groep infrabedrijven die klaagt over te weinig werk slinkt snel: 18 procent van de bedrijven heeft te weinig orders, veel minder dan in februari toen meer dan de helft (51 procent) van de ondernemingen onvoldoende werk meldde.

Optimisme

Het kantelende beeld in de infra is ook te zien in de personeelsbezetting. Slechts 3 procent van de bedrijven denkt de komende maanden mensen te moeten ontslaan. In maart dacht nog 20 procent aan het schrappen van banen.

Bij de grondbedrijven en waterbouwers is het optimisme iets sterker dan bij wegenbouwers. Slechts 1 procent van de hoofdaannemers in grond- en/of waterbouw denkt aan personeelsreductie, dat was in maart nog 8 procent.

De groei van de orderportefeuilles zal de infrabouwers weer wat lucht geven. De bedrijven kampten sinds de zomer van 2014 met een slinkende werkvoorraad. Ten opzichte van vorig jaar is de huidige markt nog steeds slechter. Vorig jaar op deze tijd lag de werkvoorraad 8 procent hoger. De werkvoorraad lag op 6,5 maanden. In mei 2013 werd dezelfde werkvoorraad als nu gemeten, ook 5,7 maanden.

Voor wegenbouwers lag er vorig jaar op deze tijd 13 procent meer werk te wachten. Ook dacht maar 1 procent van de wegenbouwers toen dat het nodig was het personeelsbestand te verkleinen.

Voorjaar

De opkrabbelde inframarkt betekent niet per definitie herstel. In het voorjaar nemen de orderportefeuilles vaker toe. In de wintermaanden melden de hoofdaannemers meestal een teruggang in werkvoorraad.

De utiliteitsbouw zag de werkvoorraad eveneens groeien, met drie tiende maand naar 7,1 maanden. De woningbouw bleef stabiel op 7,7 maanden. Per saldo steeg de burgerlijke en utiliteitsbouw met een tiende maand naar 7,4 maanden. Voor de totale bouw geldt dat de orderportefeuilles met twee tiende maand zijn gestegen naar 7,0 maanden.

De conjunctuurmeting vindt maandelijks plaats onder vierhonderd hoofdaannemers met minstens tien werknemers in dienst.

Reageer op dit artikel