nieuws

Nare verrassingen bij sanering

infra Premium

Nare verrassingen bij sanering

Bij het saneren van bouwgrond, zeker als daar woningen op moeten komen, kun je voor nare verrassingen komen te staan. Wie draait er dan voor de (meer)kosten op? De opdrachtgever of de aannemer?

In dit geval maakt een aannemer voor een gemeente een terrein bouw- en woonrijp, voor een vaste aanneemsom van 839.000 euro. Onderdeel van het werk is volgens de aannemingsovereenkomst ‘het uitvoeren sanering conform de uitgangspunten van het bestek’. In de overeenkomst is ook bepaald dat afwijkingen in hoeveelheden voor rekening en risico van de aannemer zijn.

Tijdens de uitvoering stuit de aannemer op verontreinigingen die niet in het bestek staan vermeld. Zo treft hij spots met asbest aan en ook een grote sintelhoudende grondlaag. De aannemer meldt enkele van de extra verontreinigingen en saneert ze. Vervolgens factureert hij voor het meerwerk ruim 130.000 euro. De gemeente vindt daarentegen dat er duidelijk een ‘lump sum’ is afgesproken en weigert de extra factuur te betalen.

Meerwerk

Daarop stapt de aannemer naar de Raad van Arbitrage. Kort samengevat beroept hij zich erop dat de extra verontreinigingen niet in het RAW-bestek staan. Daarom gaat het om meerwerk. Mochten de arbiters het daar niet mee eens zijn dan beroept hij zich (‘subsidiair’) op paragraaf 29 lid 3 UAV, die ook slaat op onverwacht aangetroffen afwijkingen van het bestek. Verder zou de gemeente tijdens het werk hebben ingestemd met de extra sanering. De gemeente geeft echter geen krimp.

Adviseur én aannemer

Behoren de betreffende werkzaamheden nu wel of niet tot de ‘scope’ van het werk? Daarbij telt niet alleen de tekst van de aannemingsovereenkomst. Alles wat zich voorafgaand aan de totstandkoming ervan tussen partijen heeft afgespeeld is ook van belang. De arbiters stellen om te beginnen vast dat de aannemer in die voorfase zélf, als bodemdeskundig adviseur, voor de gemeente bodemonderzoek doet. Bij dat onderzoek heeft hij bovendien de vrije hand.

Na rapportage van de resultaten krijgt de aannemer de opdracht het bestek te schrijven. De gemeente wil dat bestek vervolgens aanbesteden, maar de aannemer biedt aan het zelf uit te voeren. Dat vindt de gemeente geen slecht idee: op voorwaarde dat er geen financiële verrassingen volgen. Dat is de aannemer duidelijk. Zo garandeert hij vooraf het budget voor het realiseren van het bestek. In de overeenkomst staat vermeld dat de sanering wordt uitgevoerd ‘conform de uitgangspunten van het bestek’, zonder dat enig voorbehoud wordt gemaakt. Mede gezien de voorgeschiedenis is volgens de arbiters dan ook geen sprake van een RAW-bestek in de gebruikelijke zin.

Alles in ogenschouw genomen stellen de arbiters de gemeente in het gelijk. Die mocht er wel degelijk op vertrouwen dat de verontreinigingen volledig in beeld waren gebracht én dat de sanering voor het overeengekomen bedrag zou worden uitgevoerd. De aannemer betoogt nog dat de gemeente tijdens het werk akkoord zou zijn gegaan met het ‘meerwerk’. Maar dat kan hij volgens de arbiters niet aannemelijk maken. Zijn vorderingen worden afgewezen en hij moet alle proceskosten betalen.

Ton Hesp

(Meer over dit vonnis is te vinden op raadvanarbitrage.info, onder nummer 34.451)

Vonnissen van de Raad van Arbitrage zijn vaak interessant voor een breder publiek dan alleen de partijen die bij het geschil betrokken zijn. In deze rubriek wordt elke maand een zaak van de Raad besproken.

Reageer op dit artikel