nieuws

Vispassages Amsterdam overtreffen verwachting

infra

Niet alleen spiering en paling passeren de sluizen in het Noordzeekanaal. Bij onderzoeken naar de vispassage bij de Oranjesluizen trof Rijkswaterstaat ook bot, tong en andere zeevissen in de visnetten aan.

Tot 2014 doet Rijkswaterstaat onderzoek naar de hoeveelheid heen en weer trekkende vissoorten in het Noordzeekanaal. Dat gebeurt onder andere binnen de programma’s Noordzeekanaal en Natuurlijk IJmeer-Markermeer.

Veel vissen moeten ongehinderd van zout naar zoet water kunnen zwemmen of omgekeerd voor hun voortbestaan. Palingen leven in zoet water, maar planten zich ver op zee voort. Zalmen en een soort als de driedoornige stekelbaars die hier veel voorkomt, doen het juist andersom. Zij trekken vanuit de zee naar zoet water om zich da ar voort te planten. Het noordzeekanaal is voor dit visverkeer een cruciale verbinding. Het vormt een geleidelijke overgang van zout, via brak, naar zoet water. Wat de trekvissen de gelegenheid geeft zich aan te passen aan de nieuwe omstandigheden.

De sluizen bij IJmuiden en de Oranjesluizen aan de oostkant van het kanaal vormen voor de migrerende vissen een flink obstakel. Daarom zijn al in de jaren negentig van de vorige eeuw vispassages aangelegd in de sluizen. De werking van de twee passages bij de Oranjesluizen worden momenteel onderzocht.

Opvallend

De eerste resultaten zijn volgens de onderzoekers ronduit opvallend. Naast de soorten die verwacht mogen worden, zwemmen bot en tong vanuit zee via de vispassages naar het Markermeer en IJmeer. Het onderzoek moet ook verbeterpunten opleveren voor het functioneren van de vispassages. Aan het onderzoek werken diverse waterschappen mee, provincie Noord-Holland, gemeente Amsterdam en een vereniging van sportvissers.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels