nieuws

Kennisvoorsprong en de informatieverstrekking door aanbesteders

infra

Kennisvoorsprong en de informatieverstrekking door aanbesteders

Bij aanbestedingen heeft de zittende aannemer in het algemeen een bepaalde kennisvoorsprong ten opzichte van de overige inschrijvers. Dit vormt echter volgens vaste jurisprudentie in beginsel geen belemmering voor deze zittende aannemer om deel te nemen aan een aanbestedingsprocedure.

De aanbesteder is gehouden een level playing field te creëren. Dit betekent dat hij alle informatie waarover de zittende aannemer beschikt én die noodzakelijk is voor het doen van een aanbieding, aan alle overige inschrijvers dient te verstrekken. Aan deze verplichting hadden een aantal gemeenten die gezamenlijk een aanbesteding hadden uitgeschreven volgens de Rechtbank Oost-Brabant (10 januari 2013, LJN: BY9052) niet voldaan.

De aanbesteding zag op een raamovereenkomst voor het reinigen en inspecteren van de riolering in een aantal gemeenten. Voorafgaand aan de aanbesteding hadden twee ondernemingen de gemeenten diverse malen gevraagd om aanvullende informatie. Toen de gemeenten weigerden deze te verstrekken, hebben de ondernemingen afgezien van inschrijving. Zeven andere partijen schreven wel in.

De zittende aannemer kwam als laagste uit de bus, waarna de gemeenten het voornemen uitspraken om de opdracht aan deze aannemer te gunnen. De twee ondernemingen die hadden afgezien van inschrijving, kwamen tegen dit gunningvoornemen op. Zij stelden dat de gemeenten in strijd handelden met de beginselen van transparantie, gelijke behandeling, zorgvuldigheid en het verbod van willekeur door het niet verstrekken van informatie die noodzakelijk was om een deugdelijke prijsaanbieding te doen. De Rechtbank deelt deze mening en beveelt de gemeenten de opdracht opnieuw aan te besteden. Zij oordeelt dat voor een verantwoorde prijsbepaling van essentieel belang is te weten wat o.a. de vervuilingsgraad is, op welke locatie het te reinigen riool zich bevindt en wat de aard van de vervuiling is. Nu deze informatie in het bestek ontbreekt, is het voor inschrijvers volgens de Rechtbank onmogelijk een reële inschrijving te doen. Bovendien kan dit gebrek volgens de Rechtbank niet ondervangen worden door -zoals de gemeenten betoogden- de inschrijvers onder meer de risico’s en onzekerheden in hun prijs te laten verdisconteren. Hierbij dreigt immers volgens de Rechtbank het gevaar dat de zittende aannemer uit hoofde van eerdere werkzaamheden over meer informatie beschikt en daarmee in een bevoordeelde positie komt ten opzichte van de andere inschrijvers.

De Rechtbank erkent dat het onvermijdelijk is bij een aanbestedingsprocedure de zittende aannemer wellicht enige informatievoorsprong heeft. Echter, de wijze waarop de gemeenten in dit geval hun aanbestedingsprocedure hebben ingericht brengt volgens de Rechtbank mee dat deze kennisvoorsprong tot ongelijke kansen voor de inschrijvers kan leiden. De zittende aannemer is immers uit hoofde van zijn eerdere werkzaamheden op hoogte van de informatie die de gemeenten aan de overige inschrijvers weigerden te verschaffen. De informatieplicht voor de gemeenten geldt volgens de Rechtbank in dit geval temeer, nu de gemeenten kennelijk wel beschikten over deze informatie. Ter zitting hebben zij namelijk aangegeven dat aanvullende informatie tijdens de uitvoering (dus na aanbesteding) aan de aannemer verstrekt zal worden. In deze uitspraak wordt nogmaals bevestigd dat aanbesteders er voor dienen te zorgen dat alle inschrijvers een gelijke kans op gunning van de opdracht hebben. Dit betekent onder meer dat zij alle inschrijvers alle informatie over de opdracht -waaronder de relevante informatie die de zittende aannemer heeft- dienen te verstrekken die noodzakelijk is voor het doen van een reële bieding.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels