nieuws

Kennis vertalen naar praktische kwaliteit

infra Premium

Marcel van Rijnbach Het werkterrein van Curnet heeft zich uitgebreid naar de gehele bouw- en infrasector. Het onderzoeken en opstellen van eenduidige regels is de kerntaak. Bedrijven en organisaties die in Curnet partciperen zitten eerste rang bij het onderzoeken van innovaties, zegt algemeen directeur Jaco ter Wal.

Menig actor in de infrasector zal de handboeken en aanbevelingen van Curnet in de kast hebben staan. Al zestig jaar een kennisbron voor in eerste instantie de betonbranche, maar later voor de gehele infrasector. Een levendige cocktail van opdrachtgevers, aannemers en adviesbureaus die eendrachtig en zonder winstoogmerk nieuwe producten en technologieën onderzoeken. Gebaseerd op maatschappelijke behoeften en noden. Curnet vertaalt de kennis naar praktische kwaliteit en CUR-aanbevelingen voor de infrawereld.

Nieuwe ontwikkelingen beginnen dikwijls bij een kleine groep koplopers die beseft dat je bepaalde zaken anders moet aanpakken om problemen op te lossen. Dat was ook het geval bij pioniers in 1952 die een researchgroep vormden op het gebied van beton. Destijds een relatief onontgonnen materiaal voor Nederland. Leveranciers en afnemers werden bij elkaar gebracht om kennis over beton op te doen en deze te vertalen naar de praktijkbehoefte van dat moment. “Beton vormt onze bakermat”, zegt algemeen directeur Jaco ter Wal van Curnet. “Bij de wederopbouw van Rotterdam na de Tweede Wereldoorlog is veel beton toegepast. Daarvoor waren aanbevelingen en richtlijnen nodig voor een hoge productkwaliteit en een goede toepassing.” Later heeft het werkterrein van Curnet zich uitgebreid naar de gehele bouw– en infrasector. Het onderzoeken en opstellen van eenduidige regels en voorschriften is de kerntaak. “Let wel, het zijn geen wettelijke normen, maar vaak lopen de CUR-aanbevelingen vooruit op de NEN-normen. De CUR-aanbevelingen worden dikwijls in programma’s van eisen voorgeschreven”, weet Ter Wal.

Logisch, omdat Rijkswaterstaat als voornaamste opdrachtgever van infrawerken vertegenwoordigd is in Curnet, evenals ProRail, Bouwend Nederland en vele grote en kleine bedrijven. Die betalen geen contributie, maar zetten vrijwillig en belangeloos specialisten in om nieuwe ontwikkelingen te onderzoeken en de resultaten daarvan te verwerken in CUR-aanbevelingen en handboeken. “Noem het een r eturn-on-investment”, meent Ter Wal. “Bedrijven en organisaties die in Curnet participeren zitten eerste rang bij het onderzoeken van innovaties en worden daar op termijn voor beloond. Bedrijven kunnen zelf die innovaties sturen, dus mag het wat waard zijn om personele energie te steken in onderzoek en research”.

Effectief praktijkvoorbeeld

Een simpel maar effectief praktijkvoorbeeld zijn de voegovergangen op de snelwegen in Nederland. Volgens Ter Wal droegen deze bij aan de filevorming in Nederland. Om dit maatschappelijk probleem te tackelen ging een groepje experts van aannemers, adviesbureaus en opdrachtgevers bij elkaar zitten om het product te verbeteren en richtlijnen op te stellen voor de kwaliteit van voegovergangen en hoe deze te verwerken in de weg. “Betere voegovergangen besparen maatschappelijke kosten. Dat kan een criterium zijn in een aanbesteding van Rijkswaterstaat voor een dbfmo-contract. Als een bedrijf daaraan voldoet, omdat hij die kennis via Curnet heeft opgedaan, kan hij een langjarige order binnenslepen en geld verdienen”. In die zestig jaar heeft Curnet zich bewezen als een rijke bron van kennis die vertaald wordt naar de praktijk van alledag. Virtueel bouwen, waterbouwkundige constructies, nieuwe betonproducten, wegfunderingen, constructieve veiligheid, bouwputten, noem maar op. Het zijn zaken waaraan Curnet qua technische kennis haar steentje heeft bijgedragen. “Wij vormen een veilige ontmoetingshaven tussen private en publieke sector. Curnet heeft namelijk geen winstoogmerk. Opdrachtgevers en -nemers werken aan een kwaliteitsverbetering en innovatie, zonder daar in eerste instantie geld aan te hoeven verdienen. De overige infrasector weet dat de richtlijnen goed onderzocht zijn en breed worden gedragen.” Uiteraard zal Curnet vertegenwoordigd zijn op de InfraTech, volgend jaar januari in Rotterdam. Hoewel nog ver weg, weet Ter Wal waar de accenten gelegd worden. “Duurzaamheid en ketensamenwerking zijn de speerpunten. We willen ons kennisnetwerk vergroten en verdiepen om invulling te geven aan deze kennisprogramma’s.”

Reageer op dit artikel