nieuws

Bergen in plaats van baggeren

infra

Bergen in plaats van baggeren

Scheepswrakken bergen is bepaald geen dagelijks werk voor een baggeraar. Maar als het dan toch moet, zet je natuurlijk zoveel mogelijk baggermaterieel in: een winzuiger, een waterinjectievaartuig en een backhoe met een rippertand.

Vrijwel helemaal onder het zand was ze verdwenen. Na bijna zeventig jaar op de bodem van de Noordzee te hebben gelegen, leek het wel of het stoomschip Cornelia Maersk was samengesmolten met de bodem. Een opname met de Multi-beam sonar wees uit dat alleen de stoomketels en voor- en achtersteven van het 85 meter lange schip nog boven het zand uitstaken.

En de mast natuurlijk, zoals een ander schip een paar jaar terug nog hardhandig ondervond. De mast brak af, het schip sloeg lek en wist nog maar net op tijd de haven van Rotterdam te bereiken, anders had PUMA nog een schip moeten bergen.

Gelukkig maar, want dat ene Deense schip dat in 1942 door een Engelse bommenwerper naar de diepte was gejaagd, was voor hoofduitvoerder Etienne Koman van PUMA wel genoeg. Hij noemt het een merkwaardige klus die hem de afgelopen maanden bezighield. De Cornelia Maersk transporteerde destijds cokes voor de Duitsers en werd daarom door de Britten uit de weg geruimd. Na de bominslag dreef het schip nog 5 mijl af in zuidwestelijke richting voordat het bijna rechtstandig naar de bodem zakte. Alle bemanningsleden konden op tijd in veiligheid worden gebracht, zodat PUMA zich geen zorgen hoefde te maken over stoffelijke resten.

Survey-boot

“Toen we het contract voor aanleg van de Maasvlakte in 2008 kregen, wisten we natuurlijk dat we ook een oplossing moesten bedenken voor het wrak”, zegt Koman. “Het lag midden in de beoogde diepzeehaven, die tot -20 meter moest worden uitgediept. Het stoomschip moest dus weg. Hoe we dat precies zouden doen wisten we nog niet, maar het leek in elk geval handig eerst een deel van het nieuwe land aan te brengen. Zo kon de berging in de luwte daarvan plaatsvinden.”

Toen eind vorig jaar 85 procent van het zand voor Maasvlakte 2 op zijn plek lag, moest de aannemer een knoop doorhakken. Een survey-boot peilde het wrak nog eens in met sonar, waarop werd besloten de omgeving vrij te baggeren tot 16 meter beneden zeeniveau, met de winzuiger Sliedrecht 27. Vervolgens werd met de Jetsed het zand van het wrak geblazen. Normaal gesproken wordt het waterinjectievaartuig gebruikt om materiaal naar beneden te blazen op hellende onderwatertaluds in dichtslibbende havenbekkens of vaargeulen. Maar het lukte ook heel aardig om het oude vrachtschip te ontdoen van de zanddeken waar het in bijna zeventig jaar onder was bedolven.

Duikers die het vrijgemaakte wrak inspecteerden, constateerden dat het in vrij slechte staat was. Koman: “Het was uitgesloten dat we het schip als één geheel boven zouden krijgen. Gelukkig hoefde dat ook niet want het had geen archeologische waarde. Maar het schip was ook weer niet in zo’n slechte staat dat we hem op de bodem aan stukken konden trekken en in een put schuiven die we daarnaast konden uitbaggeren.” Dus werd er gekozen voor berging door een backhoe, uitgerust met een bak met een rippertand. De Razende Bol is daar de afgelopen maand druk mee bezig geweest. Een kraanponton loopt momenteel de bodem nog na of er dieper, buiten het bereik van de arm van de backhoe misschien nog wat is achtergebleven. Anders komt de cutterzuiger die het havenbekken later verder moet uitdiepen weer in de problemen.

De opbrengst van een maand dreggen, knijpen en trekken ligt inmiddels verspreid op een tijdelijke oever van de toekomstige havenuitbreiding. Koman trekt aan een stuk staal dat duidelijk sporen vertoont van de rippertand en kijkt nieuwsgierig wat er onder schuilgaat. De strandjutter, die in ieder mens schuilt, flakkert even in hem op.

Met het oog van een kenner identificeert de hoofduitvoerder in een oogwenk een schroefas, een ankerketting en een scheepslier. Iets verderop wijst hij op een deel van de achtersteven, compleet met schroef. “Die gaat naar rederij Maersk, dat in de Rotterdamse haven een nieuw gebouw gaat neerzetten. Ook een paar koperen patrijspoorten die nog in behoorlijke staat verkeren, gaan naar de oorspronkelijke eigenaar van het schip.”

Weer een stukje verderop zet een staalwerker van onderaannemer Sita net zijn snijbrander in een van de twee grote stoomketels van het schip. Die hebben de tand des tijds ook aardig doorstaan en moeten met grof geweld gevierendeeld worden, voordat ze op transport kunnen naar de oud-ijzerhandelaar.

Koman schat dat van de oorspronkelijke 19 ton staal er toch zeker 10 ton is overgebleven en naar boven gehaald. “Bij de huidige staalprijzen levert dat nog aardig wat op. We rekenen met Sita af per kilo.”

Nog een paar dagen dan is alles weg en kan PUMA zich weer concentreren op het gebruikelijke baggerwerk. Wie toch nog iets wil opsnuiven van de bijzondere geschiedenis van de Cornelia Maersk moet een exemplaar op de kop zien te tikken van het boekje dat kunstenaar Marcel van Eerden maakte. In een soort stripverhaal geeft hij zijn eigen interpretatie van het oorlogsverhaal. Met ‘De legende van de Maasvlakte 2’ hoopt hij geschiedenis te geven aan het onbeschreven blad dat het gebied van Maasvlakte 2 nog is.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels