nieuws

Permanent loeren naar wel en wee van Noord-Zuidlijn

infra Premium

Permanent loeren naar wel en wee van Noord-Zuidlijn

Pottenkijker Grontmij is bij de Amsterdamse Noord-Zuidlijn uitgegroeid tot een waardevolle schakel in risicobeheer. Namens de verzekeraars houdt het ingenieursbureau de vinger aan de pols.

Neem nou de zinksleuf, pal onder het Centraal Station. Hoogwaardig vakmanschap is nodig om het tunnelelement precies op zijn plek te krijgen. Overal loert gevaar. Stel dat tijdens het afzinken ophangpunten bezwijken, waardoor schade ontstaat aan de bouwput. Ook met die uitglijder is rekening gehouden, door het opstellen van een calamiteitenplan. Het element ligt inmiddels keurig op zijn plek en wordt ondersteund met groutzakken.

De lijst van risico’s bij de zinksleuf is lang. Hoe voorkom je slecht onderhoud van de systemen die moeten monitoren? Hoe te reageren op houtrot van de waterbassins en lekkages van het tunnelelement? Op elke vraag wil Grontmij een gedegen antwoord. Blijft de gewenste reactie uit dan kunnen de verzekeraars, in het uiterste geval, beslissen de dekking voor bepaalde onderdelen van het werk in te trekken. Dat risico wil niemand lopen. Tot op heden is deze uiterste maatregel dan ook nog nooit toegepast.

Geotechniek

Grontmij controleert sinds 2004 met een team van vijf specialisten het wel en wee van de Noord-Zuidlijn. Teamleider Wolfgang Wieser, een Oostenrijker die al vijftien jaar in Nederland woont, is specialist in geotechniek en ondergronds bouwen. “In het begin was het best moeilijk om je een positie te verwerven. Je wordt gezien als pottenkijker. Wat komen die doen? Nu zijn wij geaccepteerd vanwege onze vakmanschap en de toegevoegde waarde. Dat is een positieve ervaring die je opdoet.”

In 2003 zag de gemeente Amsterdam zich gedwongen om de risico’s van de Noord-Zuidlijn zelf te dragen. Te gewaagd, te veel open eindjes. De verzekeraars gaven niet thuis. De hoofdstad besloot zelf garant te staan. Onder de voorwaarde van professor Horvat, die destijds de gemeente over het thema adviseerde, dat er een onafhankelijke controleur van de risico’s zou worden ingesteld, het zogenaamde Risk Control Plus Team. Sinds 2004 bekleedt Grontmij deze functie. In 2007 kwam door de veranderde marktsituatie alsnog een CAR-verzekering tot stand met het consortium HDI-Gerling, Allianz, Delta Lloyd en Lloyds. Sindsdien waakt Grontmij ook namens de verzekeraars op het voorkomen van bouwschade.

Met zijn team vraagt Grontmij alle partijen die aan de Noord-Zuidlijn meewerken het hemd van het lijf. Interviews vinden plaats met diverse niveaus van de dienst Noord-Zuidlijn en de aannemers. Ook worden gesprekken gevoerd met het bevoegd gezag en zo nodig met de ontwerper. Daarnaast bestaat een intensieve uitwisseling met het risicomanagement van het project. Alles met het doel om tijdens de voortgang van de bouw scherp zicht te houden op de risico’s. De verzekeraars krijgen nauwgezet verslag van de gesprekken. Ook de andere partijen profiteren van de informatie.

“Werkzaamheden stilleggen kunnen we niet. Wel kan de verzekeraar, als het risico aanzienlijk groter is dan in het contract voorzien, werk uit de dekking halen. In eerste instantie willen we dan meer weten om zoiets te voorkomen. Een volgende stap zijn de aanbevelingen. Wat gedaan moet worden om het risicoprofiel tot een aanvaardbaar niveau te reduceren. In 2008 hadden we zo’n discussie over station Vijzelgracht. Na de verzakkingen moest beslist worden over het verdere ontgraven. Gaan we van binnenuit bevriezen? Wij wilden dat liever van buitenaf. We hebben toen tal van expertmeetings bijgewoond. Vriezen van binnenuit was nooit eerder gedaan, een innovatie. Door de gesprekken konden wij ertoe bijdragen het risicoprofiel omlaag te brengen tot een voor de verzekeraars aanvaardbaar niveau. De zorg zat voornamelijk nog in het in scheurrisico van het beton. Dat is echter weggenomen door een aanvullende second opinion door de TU Delft.”

Een ander aspect waar het risicoteam van Wieser de vinger op legde, was de brandveiligheid van de boormachine. De verzekeraar had in het verleden zijn lessen geleerd. Onverhoopt brand? Wie kan dan het beste blussen? Het bedienend personeel natuurlijk, want de brandweer komt niet onder de grond. Dus werd – naast andere veiligheidsverhogende maatregelen – ook ruimte ingepland om het personeel een aanvullende training brand blussen te geven.

Gedetailleerd brengt Grontmij bij de Noord-Zuidlijn in kaart wat in de voorgaande drie maanden is gebeurd en wat het komende kwart jaar te wachten staat. Punt voor punt worden de risico’s gewogen en van de kleuren groen, oranje dan wel rood voorzien. Alleen risico’s met de kleur groen worden als voldoende beheerst beschouwd. De verzekeraar wil kost wat het kost minstens twee weken voor werk in uitvoering komt, weten wat hem te wachten staat.

Flexibiliteit

De gekozen werkwijze heeft nauw te maken met de veranderende markt en de opkomst van nieuwe contractvormen zoals design & construct. Bij de klassieke RAW-opdrachten staat vrijwel alles van te voren vast en zijn daarmee ook de gevaren vrij helder. Als ontwerp en bouw samen optrekken, komt bij de projecten flexibiliteit aan boord die vooraf ongekende, laat staan beoordeelde, effecten kan hebben op de risico’s.

“De Noord-Zuidlijn is wereldwijd een hoogstandje. Boren naast en – in De Pijp zelf – onder houten palen. Dat is eenmalig. Je krijgt veel inzichten in de benaderingswijzen, verwerft ook veel technische kennis. Je bekijkt alle stukken, ziet alle verbanden. Een beter overzicht valt niet te krijgen. Tijdens de bouwplaatsinspecties praten we met de mensen die het werk moeten uitvoeren. Leuke ervaringen. Als alleen alles op papier klopt, is dat niet genoeg. De menselijke factor is één van de grootste risico’s en daarom ook een van de belangrijkste speerpunten in ons werk op de Noord-Zuidlijn.”

Reageer op dit artikel