nieuws

Grensmaas Limburg voor jaren op de schop

infra Premium

Grensmaas Limburg voor jaren op de schop

Het Grensmaasgebied in Limburg is het komende decennium het toneel van ingrijpende dijkversterkingen. Het Rijk, de provincie Limburg en de Nederlandse waterschappen investeren honderden miljoenen euro’s om het gebied te beveiligen tegen het wassende water.

Een en ander vloeit voort uit een bestuursakkoord dat eerder deze week werd ondertekend door staatssecretaris Atsma (infrastructuur en milieu) en vertegenwoordigers van de provincie en de Limburgse waterschappen. Het bestuursakkoord bestaat uit drie onderdelen. In de eerste plaats is er de Grensmaas. Een gebied tussen Maastricht en Roosteren. Hiervoor hebben Rijk, provincie en het consortium Grensmaas een aparte overeenkomst is gesloten waarin afspraken zijn gemaakt over hoogwaterbeveiliging, grindwinning en het aanleggen van duizend hectare nieuwe natuur. Hiermee is ruim 34 miljoen euro gemoeid. Bovendien kan het consortium 40 miljoen euro lenen van het Rijk. Het project moet uiterlijk in 2024 worden afgerond.

Het tweede onderdeel betreft de gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum. Hier wordt over een lengte van 10 kilometer een oude Maasarm gereactiveerd. Dit om het opstuwen van de Maas tijdens hoogwater te voorkomen. Ook wordt een nieuwe randweg om Wanssum aangelegd en wordt geïnvesteerd in de haven van Wanssum. Het project kost 210 miljoen euro. Het grootste deel van het geld, 135 miljoen euro, komt van het Rijk. De resterende 75 miljoen euro wordt betaald door de provincie. De integrale Maasveiligheid is het derde en laatste onderdeel van de overeenkomst. “De Maas moet een hoogwatergolf van 3275 kuub per seconde veilig kunnen verwerken”, zo staat in een toelichting. “Alleen dan is Limburg beschermd tegen een hoogwatergolf die eens in de 250 jaar voorkomt.” De aanleg, verlegging of verhoging van keringen moet daarvoor zorgen. De Waterschappen Peel en Maasvallei en Roer en Overmaas gaan ermee aan de slag. Hiervoor wordt 170 miljoen euro uitgetrokken

Lees meer op de site van het ministerie van Infrastructuur en Milieu

Reageer op dit artikel