nieuws

‘Kans op doorbreken deltadijk uiterst klein’

infra

‘Kans op doorbreken deltadijk uiterst klein’

De kans op doorbraak bij deltadijken is veel kleiner. Dat ligt aan de constructie van die dijken.

Dat schrijft Willem Ligtvoet van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) dinsdag in een opinieartikel in Cobouw. Ligtvoet reageert op de opiniebijdrage van emeritus hoogleraar Hugo Priemus die d.d. 21 oktober in Cobouw stond. Priemus richt in dit artikel zijn pijlen op de term doorbraakvrije dijk die volgens hem niet zou bestaan.

“Daar heeft hij gelijk in, er is altijd een kleine kans dat een dijk bezwijkt”, zegt de projectleider van de PBL studie ‘een delta in beweging’. “Een doorbraakvrije dijk is breder of kent technische ingrepen zoals verticale damwanden, die de dijk versterken. Door de groeiende kennis over mogelijke faalmechanismen de afgelopen decennia weten we vandaag de dag beter hoe een dijk kan bezwijken. Wanneer een dijk onverhoopt bezwijkt zijn de gevolgen het grootst, veel groter dan wanneer de dijk stand houdt en er ‘slechts’ water overheen stroomt. Bij ‘doorbraakvrije dijken’ (ook wel ‘deltadijken’ genoemd) wordt de kans op doorbreken geminimaliseerd en dusdanig klein, dat de term ‘doorbraakvrij’ is ontstaan.”

Volgens Ligtvoet zou een dijk, anders dan Hugo Priemus schrijft, op een slappe ondergrond met een duidelijke kans op bezwijken dan ook nooit als een doorbraakvrije dijk gekarakteriseerd kunnen worden.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels