nieuws

Schultz ziet infrageld slinken

infra

Minister Schultz van Infrastructuur vindt niet dat zij de 21 miljard euro die nog in haar langetermijnpotje zit allemaal mag uitgeven.

Ze gaat spelregels onderzoeken die haar ook die mogelijkheid ontneemt. Dat
maakte ze maandag duidelijk tijdens het marathondebat over infrastructuur
(behandeling MIRT) in de Tweede Kamer. “Er zijn zoveel wensen, zoveel goede
projecten, maar helaas zijn er geen spelregels over de uitgaven. Dat betekent
dat we onze agenda tot 2028 kunnen volzetten”, verwoordde ze. Al het infrageld
nu al verdelen is volgens Schultz echter onverstandig. “Ik kan me daarmee
misschien de meest populaire minister van infrastructuur aller tijden maken,
maar voor mijn opvolger schiet dat niet op.” Schultz weet wat het is om als
minister weinig geld te hebben. Door tegenvallers lijkt de speelruimte die
voorganger Eurlings haar naliet wekelijks te slinken.

Had ze het vorige week nog over een resterend bedrag van 21 miljard voor
nieuwe infra na 2020, maandag sloot ze niet uit dat het restbedrag onder de 20
miljard duikt. “Het kan zijn dat er meer geld naar beheer en onderhoud moet. Dan
blijft er 15 tot 20 miljard over. Daar moet ik het mee doen.” De komende maanden
gaat Schultz nadenken over spelregels over de maximale bestedingsruimte van een
minister. Zo’n regel moet overigens ook Kamerleden beteugelen.

Dat parlementariërs tijdens de MIRT-behandeling graag iets in de
projectenmelk te brokkelen hebben is niets nieuws. Ditmaal maakt het CDA het met
steun van de VVD en de PVV wel heel bont, vindt de oppositie. Met een motie
wilde Sander de Rouwe (CDA) miljarden vrijmaken voor veertien regionale
infraprojecten. De oppositiepartijen spraken gisteren van een schaamteloze,
onfatsoenlijke claim, hoewel ook zij het ongehoord vinden dat Schultz de
‘schaarse’ euro’s vooral wil investeren in Eindhoven, Rotterdam en Amsterdam. Na
een schorsing besloot De Rouwe de miljardenmotie voorlopig aan(vast) te houden.
Schultz adviseerde de CDA’er onderhandelingen van haar met de provincies volgend
voorjaar af te wachten. “Ik voorzie geen strijd met de provincies.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels