nieuws

Hoe slapper de bodem hoe liever

infra Premium

Hoe slapper de bodem hoe liever

Met een speciale mixer en een meerijdende menger die nauwkeurig kan doseren, stabiliseert Allu zelfs de slapste bodems. Na succesvolle projecten van Spanje tot Engeland hoopt de Finse machinefabrikant in Nederland aan de slag te gaan met massastabilisatie.

Hetis geen frees, geen boor en al helemaal geen avegaar. Mixer is volgens
Kees van der Fluit van Allu nog de beste benaming voor het apparaat dat de Finse
machinefabrikant op de markt brengt. De kop met grote schoepen die aan de giek
van elke rupskraan kan worden gemonteerd, woelt de bodem tot 7 meter diepte om
terwijl gelijktijdig een heel precieze dosering bindmiddel aan de grond wordt
toegevoegd. In principe worden bij de Allu-methode geen kolommen of stroken
gestabiliseerd, maar wordt het complete grondlichaam onder een toekomstige weg
of industrieterrein onder handen genomen. Vandaar de naam massastabilisatie die
de Finnen aan de techniek meegaven. Het is volgens Van der Fluit een mengvorm
van mixed-inplace, soilmix en andere bodemverbeteringtechnieken. Maar als het
nodig is kan een gestabiliseerd grondpakket ook op kolommen worden neergezet,
door de grond lokaal met een boorstelling te mengen met een bindmiddel. Van der
Fluit: “Ook is het mogelijk dat de Allu-methode de weg vrijmaakt voor machines
voor verticale drainage. Want dat blijft toch altijd de goedkoopste methode om
grond te verbeteren. Maar dat vraagt tijd en heel zware machines.”

Binders

Allu ontwikkelde het apparaat ruim tien jaar terug, in nauwe samenspraak met
ingenieursbureau Ramboll dat al sinds begin jaren negentig experimenteerde met
mogelijkheden om slappe bodems te stabiliseren. Gedegen laboratoriumonderzoek
leverde een reeks geschikte binders op voor de meest uiteenlopende bodemsoorten.
Met de juiste dosering vliegas, cement en eventueel kalk is volgens Van der
Fluit zelfs van baggerspecie een draagkrachtig materiaal te maken. De menger
rijdt zelfstandig mee en kan op afstand worden bediend door de kraanmachinist of
een andere medewerker van de aannemer. Een dag later kan de kraan al over de
behandelde grond rijden. Zo baant hij zich een weg over de slappe bodem, zonder
dat rijplaten hoeven te worden uitgelegd. De crux van de techniek is volgens Van
der Fluit die koppeling van laboratoriumresultaten naar de praktijk. Daarmee
loopt Ramboll volgens hem voor op veel andere ingenieursbureaus en
onderzoeksinstellingen die zich in de wereld met bodemverbetering bezighouden.
Het nauwkeurige doseren met de menger van Allu maakt het mogelijk de resultaten
van het laboratorium in de praktijk te evenaren. Als het te bewerken bodempakket
bijvoorbeeld langzaam kleiiger wordt, kan de menger de samenstelling en de
dosering van de binder daarop continu aanpassen. Elk stukje grond wordt tijdens
een behandeling in principe twee keer omgewoeld. Een goed ingewerkte ploeg kan
zo’n 120 kuub grond per uur behandelen.

Verontreinigingen

De techniek kan ook worden gebruikt om verontreinigingen vast te leggen. In
de haven van Helsinki immobiliseerde Allu een TBT-verontreiniging, afkomstig van
de algengroeiwerende verf op scheepsrompen. Voor de uitbreiding van de haven
hoefde dus niet eerst een hoop baggerslib te worden afgevoerd en vervangen, het
werd ter plekke vastgelegd. Het leverde de bouwers zo’n 1,5 jaar tijdswinst op.
Ook in Trontheim werden goede ervaringen opgedaan bij de uitbreiding van de
haven, evenals recentelijk in Valencia. Zo kan Van der Fluit nog een reeks
referentieprojecten opdissen, maar geen enkele in Nederland. De Nederlandse
projectmanager van Allu bespeurt hier nog wat huiver om met de techniek in zee
te gaan. Hij begrijpt het wel, want er is geen officiële norm. De enige
officiële documenten waarop Nederlandse opdrachtgevers of aannemers zich kunnen
baseren zijn een Euoroil Stab-rapport uit 2000 en een Europese richtlijn. “Maar
wat de boer niet kent dat vreet hij niet”, zegt Van der Fluit. De afgelopen tijd
nam hij tien tot vijftien aannemers en potentiële opdrachtgevers mee naar het
werk in Helsinki. Daar zagen velen het licht en ontdekten ze plotseling
onvermoede mogelijkheden. Van der Fluit heeft goede hoop dat binnenkort een
pilotproject wordt gestart.

Reageer op dit artikel