nieuws

IJpolderdijk doorgebroken, Tuindorp Oostzaan kopje-onder

infra

IJpolderdijk doorgebroken, Tuindorp Oostzaan kopje-onder

Op de kop af vijftig jaar geleden werden de bewoners van Tuindorp Oostzaan wakker te midden van het water. Door een enorm gat in de IJpolderdijk golfde op 14 januari 1960 water uit het Noordzeekanaal binnen. De oorzaak was een raadsel.

Binnen korte tijd stonden 2600 woningen onder 1,60 meter water en waren
11.250 mensen dakloos. Honderden bewoners die niet tijdig wisten te vluchten,
moesten met vletten en roeiboten van de daken worden gered. Boeren probeerden
hun vee tussen ijsschotsen door op het droge te brengen. Na ontruiming
grendelden patrouilleboten van de rijkspolitie en militaire politie met stenguns
de wijk in Amsterdam-Noord af om plundering te voorkomen. Het beeld van een
nationale ramp was compleet met een bezoek van koningin Juliana en het
openstellen van een gironummer van het Rampenfonds. Dichten van het gat met zand
en keien begon moeizaam. Omdat de eerste kraangrijper die ter plaatse was direct
onklaar raakte, begon het werk pas diep in de nacht echt. De daarop volgende
dagen stuurden aannemers Bos en Kalis en de Amsterdamse Ballast Maatschappij
twintig zandzuigers om de polder weer droog te malen. Ze moesten ruim 4 miljoen
kubieke meter water wegpompen. Na twee weken pompen kon de reparatie van huizen,
elektriciteitsmasten en 80.000 vierkante meter wegdek beginnen. Het
Polygoonjournaal repte op de dag van de doorbraak van ‘een overstroming die
herinneringen oproept aan de watersnoodramp van 1953’. Een tikje overdreven,
want er was slechts één dode – een vrouw die van schrik in haar ronddobberende
bed een hartaanval kreeg. En van natuurgeweld was geen sprake. Maar wat was dan
wel de oorzaak? Waterbouwkundigen wezen naar het zware vrachtverkeer over de
dijk richting een nabijgelegen kruitmagazijn. Ook zou het slaan van damwanden in
een zijkanaal hebben gezorgd voor extra druk op het getroffen dijkgedeelte.
Getroffen bewoners spraken schande over gebrekkig onderhoud en eisten aanpak van
de verantwoordelijken. De Leeuwarder Courantstelde het hele Nederlandse volk
verantwoordelijk voor de dijkdoorbraak omdat het ‘blijft beknibbelen op ieder
stukje belangrijk gemeenschapswerk’. Maar een onderzoeksteam onder leiding van
prof.ir. J. Th. Thijsse (Waterloopkundig Laboratorium) wees een breuk in een
nieuwe asbestbetonnen waterleiding aan als oorzaak. Baggerwerk, heiwerk en
drukgolven van passerende schepen hadden gezorgd voor zettingen in het
dijklichaam, met de leidingbreuk als gevolg. Die zorgde voor wegspoelen van
grond en bezwijken van het dijklichaam. Strafvervolging bleef uit, want,
constateerde Thijsse, van ‘grove nalatigheid of grove onvoorzichtigheid was geen
sprake’. Het samenspel van factoren die tot de ramp hadden geleid waren
‘redelijkerwijs niet te voorzien en zeker niet te voorkomen geweest’.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels