nieuws

Nederlandse bouw duikelt dit jaar nog dieper

infra Premium

Terwijl in heel Europa de economie weer langzaam aantrekt, komt er maar geen eind aan de malaise in de bouw. Ook in Nederland is dat het geval. maar de timing wijkt hier af. In 2008 kwam de bedrijfstak als geheel in Europa al in de rode cijfers terecht. In Nederland was toen sprake van een topproductie. Waar in West-Europa het dieptepunt van de bouwcrisis in 2009 ligt, belandt de Nederlandse bouw in 2010 op de bodem. Herstel komt pas voorzichtig op gang in 2011.

De productie van de bouw bestaat voor een groot deel uit
investeringsgoederen. Daaronder valt de bouw van nieuwe woningen,
bedrijfsgebouwen en infrastructuur. Maar ook herstel- en verbouwactiviteiten
horen daar bij. Daarmee is de bouw bij uitstek een cyclische bedrijfstak.
Figuur 1 laat zien
dat de bouwproductie in versterkte mate en met vertraging de ontwikkeling van
het bruto binnenlands product (bbp) volgt (klik op deze link om het figuur in de
PDF te bekijken!).

Orderportefeuille

De bouwproductie in Nederland bereikt in 2010 een dieptepunt. Vooral de
nieuwbouw in de b&u loopt sterk terug. In 2010 verliest de woningsector 18,5
procent van het productievolume, terwijl in de utiliteitsbouw 17,5 procent van
het nieuwbouwvolume wegvalt. Na een terugval met respectievelijk 10,5 en 8,5
procent in 2009, verliezen beide sectoren in twee jaar tijd dus meer dan een
kwart van hun productiewaarde. De oorzaak is de sterk verslechterde economische
situatie gekoppeld aan het optreden van specifieke financieringsproblemen sinds
de uitbraak van de kredietcrisis in 2008. Als typische investeringsgoederen zijn
nieuwbouwprojecten van woningen en utiliteitsgebouwen bij uitstek gevoelig voor
de ups en downs van de conjunctuur. In een neergaande conjunctuur is in veel
bedrijfstakken geen behoefte meer aan uitbreidingsinvesteringen en worden
vervangingsinvesteringen uitgesteld.

Financieringsproblemen

Woningprojecten krijgen te maken met financieringsproblemen bij ontwikkelaars
en hun afnemers, de gezinshuishoudingen. Voor de bedrijven die zich bezighouden
met de levering van investeringsgoederen (waaronder de bouw) valt daardoor een
groot deel van de vraag weg. Doordat de bouw een relatief langdurig proces is,
manifesteerde de vraaguitval zich nog niet in 2008. In de tweede helft van dat
jaar begon de economische groei sterk af te vlakken, maar de productie van de
bouw bereikte juist een topniveau. De oorzaak is, dat begonnen werken nog werden
afgemaakt, ondanks dat de vraag naar nieuwe projecten al sterk stagneerde. Dat
laatste werd in de loop van 2008 duidelijk uit de buitengewoon sterke terugval
van de orderportefeuilles in de b&u. Figuur 2 laat dat zien (klik
voor het bekijken van de figuur op de link in de eerste alinea!
).

Sectorbreed

Tabel 1 geeft aan dat de terugval van de bouw in 2010 niet beperkt blijft tot
de nieuwbouw in de b&u, maar dat sectorbreed gevoelig wordt ingeleverd
(klik voor het bekijken van de tabel op de link in de eerste
alinea!
). Ook een relatief stabiele sector als de grond, water- en
wegenbouw moet 4 procent van het productievolume prijsgeven. Deze sector krijgt
hiermee haar deel van de rekening gepresenteerd voor de stagnatie van veel
woningbouw- en utiliteitsbouwprojecten. Immers, minder projecten betekent ook
minder vraag naar grond- en bestratingswerken.

Aanpassing

De raming voor 2010 betekent dat we ten opzichte van de raming van begin dit
jaar uitgaan van een verdere vermindering van de bouwproductie. De snelle
tussentijdse aanpassing van de raming is het gevolg van zeer ongunstige
ontwikkelingen in de bouw in de eerste vier maanden van dit jaar. In deze
periode lag de toegevoegde waarde in de bouw 14 procent lager dan een jaar
eerder. Daarnaast blijkt ook, dat de werkgelegenheid in de uitvoerende bouw
sinds het uitbreken van de crisis is gedaald van bijna 170.000 naar 150.000 en
dat het aantal werklozen onder de bouw-CAO is gestegen van 3 procent in de zomer
van 2009 naar 8 procent aan het begin van dit jaar. Het gaat hier dan alleen om
voormalig personeel van bouwbedrijven dat een werkloosheidsuitkering ontvangt.
Jongeren die niet kunnen toetreden tot de bouw, maar geen recht hebben op een
werkloosheidsuitkering zijn hier nog niet bij inbegrepen.

Nog slechter

De situatie wordt voor de bouwbedrijven dus nog slechter dan we een half jaar
geleden nog dachten. Daar staat tegenover dat we nu denken, dat 2011 weer enige
groei kan laten zien. Daarmee schaart Nederland zich meer in het ritme van de
Europese bouwcyclus, die 2011 ziet als het jaar van de ommekeer. Hierbij moeten
we wel bedenken dat het niveau waarop 2011 begint lager ligt dan we in januari
nog dachten. Door de verwachte groei eindigt dit jaar echter wel in de plus. In
ons land wordt het herstel gedragen door de woningnieuwbouw. De aantrekkende
economie zorgt er voor dat de demografisch bepaalde vraag zich in die sector
weer meer kan manifesteren. Vooral in 2012 zet de groei in die sector echt door.
In dat jaar delen overigens alle onderdelen van de bouw weer in het herstel. De
nieuwbouw in de gww draagt het minst bij aan de groei van de bouw. De verwachte
bezuinigingen op het overheidsbudget zijn hier verantwoordelijk voor.

Werkgelegenheid

De versterkte daling van de bouwproductie heeft natuurlijk ook gevolgen voor
de benodigde arbeidscapaciteit. Gingen we er bij de eerdere ramingen nog van uit
dat dit jaar 30.000 arbeidsjaren verloren zouden gaan, de huidige ramingen
wijzen op een terugval van ongeveer 40.000 arbeidsjaren. Het dieptepunt in
termen van productie wordt naar de huidige inzichten aan het eind van dit jaar
bereikt. Voor de werkgelegenheid wordt het dieptepunt verwacht in de eerste
helft van 2011. Vooral de werknemers worden slachtoffer van de krimp. Door hun
flexibelere arbeidsvoorwaarden zijn de zelfstandigen beter in staat zich op de
arbeidsmarkt te handhaven. Hun aandeel in het totale arbeidsbestand in de bouw
zal daardoor verder toenemen.

Reageer op dit artikel