nieuws

Saneringstechniek ISMP is laboratoriumfase ontgroeid

infra Premium

In Situ Metaal Precipitatie, de saneringstechniek waarbij zware metalen uit het grondwater worden neergeslagen, moet zijn werking in de praktijk bewijzen. De eerste resultaten van een proefsanering van twee jaar in Budel wijzen op een aanzienlijke reductie van concentraties zware metalen in het grondwater. Hoe stabiel de gevormde neerslagen daadwerkelijk zijn, is nog onderwerp van nader onderzoek.

In Situ Metaal Precipitatie (ISMP) vindt geleidelijk aan steeds meer
toepassing. Deze relatief jonge saneringstechniek zorgt ervoor dat zware metalen
die het grondwater verontreinigen gebonden worden aan de vaste bestanddelen van
de bodem. Volgens Thomas Keijzer, senior adviseur afdeling Bodem bij
ingenieursbureau Tauw, is de veelbelovende techniek na zeven jaar de
laboratoriumfase ontgroeid. “Het uit het water halen van zware metalen is
lastig. Veel overheden weten niet wat ze daarmee aan moeten. Met ISMP hebben
aannemers en opdrachtgevers een effectief alternatief in handen tegen
aanzienlijk lagere kosten. Laboratoriumproeven wijzen uit dat de techniek werkt.
De risico’s van deze techniek zijn beheersbaar. Op sommige vervuilde locaties is
deze techniek een kosteneffectieve oplossing.” Door het injecteren van organisch
substraat worden met ISMP de in het grondwater opgeloste metalen gereduceerd tot
sulfiden. Door de transformatie naar een vaste vorm zijn de metalen immobiel.
Keijzer vergelijkt de werking met kalk die neerslaat uit het leidingwater,
bijvoorbeeld in een waterkoker. De gestimuleerde vastlegging van zware metalen
uit grondwater gebeurt door de bodembacteriën te activeren. “Je kietelt als het
ware de bodembiologie om het natuurlijke afbraakproces te stimuleren. Zeker
onder ideale omstandigheden heeft deze techniek een grote kans van slagen.” Hij
noemt een lage grondwaterstromingssnelheid en niet te zuur grondwater. Zo mag de
pH-waarde (zuurgraad grondwater) niet lager zijn dan 5. “De techniek is uit de
kinderfase en moet zich nu in de praktijk bewijzen.” Het ingenieursbureau is
zelf betrokken bij een veldproef op het NS-placement in Budel-Schoot. Het
praktijkgerichte onderzoek in opdracht van SKB en Actief Bodembeheer de Kempen
wordt uitgevoerd in samenwerking met Wageningen Universiteit en A&G
Milieutechniek.

Zinkassen

Op de 15 bij 10 meter grote proeflocatie zijn grond en grondwater vervuild
met zware metalen als zink, cadmium, arseen, koper en lood. De verontreiniging
is ontstaan door zinkassen, een restproduct van het zinksmelten, dat als
verharding van wegen en erven is toegepast. De situatie is representatief voor
veel locaties in het Nederlandse deel van de Brabantse Kempen. Keijzer noemt de
eerste, voorlopige resultaten, twee jaar na het injecteren “indrukwekkend”. Met
een interval van een half jaar is gekeken naar de processen en verspreiding in
de ondergrond. “We constateren een flinke reductie van concentraties aan zware
metalen in het grondwater, van 14.000 microgram per liter naar 100 tot 200
microgram per liter. Afgezien daarvan is de uitspoeling minimaal. De hoge
concentraties zien we niet meer in het grondwater terug. Ook het bodemsysteem
past zich feilloos aan de nieuwe omstandigheden aan.”

Injecteren

Bij de saneringsproef is gekozen voor het injecteren van het substraat
melasse, een restproduct uit de suikerwinning. “De juiste dosering van het
substraat is een belangrijk aandachtspunt. Een te hoge concentratie kan het
bodemleven overvoeden. Deze techniek is kennisintensief. De extra kosten voor
een vooronderzoek worden echter ruimschoots terugverdiend in de uitvoering.” Hoe
duurzaam de techniek uiteindelijk is, zal de toekomst moeten uitwijzen. “Een
minpunt van deze techniek is dat de verontreinigingen in het bodemsysteem
blijven. De zware metalen blijven aanwezig, maar dan in neergeslagen vorm. Toch
is het milieurendement uiteindelijk hoger dan bijvoorbeeld de gangbare
grondwaterzuivering omdat deze biologische techniek geen afval produceert en
minder energie gebruikt.” De praktijkproef in Budel-Schoot die nu twee jaar
gaande is, moet verder nadere informatie verschaffen over de stabiliteit van de
gevormde metaalsulfiden. “In laboratoriumexperimenten zien we dat de neerslagen
vaak een beperkte stabiliteit hebben. Verdere monitoring van de saneringsproef
moet onder andere antwoord geven op de vraag hoe de gevormde neerslagen zich
houden en of ze ook op langere termijn stabiel blijven.” De definitieve
onderzoeksresultaten worden deze maand verwacht.

Reageer op dit artikel