blog

Gebouwen als referentiepunt

infra 170

Gebouwen als referentiepunt

Kunsthistorici vinden het leuk om stadsgezichten die vaak al eeuwen geleden geschilderd zijn te vergelijken met de huidige situatie. Grappig is dan dat een rijtje panden aan een gracht er op een recent geschoten foto nog net zo bij staat als vroeger.

Eigenlijk verbazen we ons daarover. Maar zo gek is dat niet.

Wat veranderd is, is de openbare ruimte. De begroeiing is anders. Het straatbeeld is volstrekt anders. Ook al denken we vaak dat stedelijke vastgoedingrepen niet zo ingewikkeld zijn, gebouwen zijn robuust en niet zo flexibel. Ze staan er voor minstens 50 jaar (en soms eeuwen lang). En bepalen daarmee het stadsbeeld. Lang. Heel lang (om Trump te citeren).

Een prettige constatering

Infrastructuur die soms zelfs ouder is dan de gebouwen (het wegennet, het stratenpatroon, het spoor of de tram, de pleinen) blijkt echter veel dynamischer en flexibeler. Zeker in het gebruik. De openbare ruimte biedt daarmee veel meer mogelijkheden voor verbetering en zelfs vernieuwing en verandering dan we ons realiseren. De aanpasbaarheid van de openbare ruimte is al met al groter dan die van de gebouwde voorraad.

Dat betekent dat we de kwaliteit van een plek in de stad sneller en beter kunnen aanpakken via aanpassingen van de openbare ruimte. Dat is een prettige constatering, vooral ook omdat die ruimte publiek eigendom is.

Maar let op, ook openbare ruimte is schaars. Als er in steden wordt bijgebouwd dan is het effect vaak dat de openbare ruimte in omvang afneemt. En de druk van gebruikers op de openbare ruimte neemt toe. Tegelijkertijd accentueert dat het belang om kwalitatieve ingrepen juist te richten op de bestaande infrastructuur.



Lenny Vulperhorst is adviseur bij Andersson Elffers Felix Utrecht.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels