blog

Blij dat ik rij

infra 54

Blij dat ik rij

Rekeningrijden staat al 30 jaar op de politieke agenda. Dat zegt genoeg. De eerste keer dat de invoering mislukte, kwam dat omdat de toenmalige baas van de ANWB vergeten was hoe zijn achterban er over dacht. De Telegraaf herinnerde hem daar natuurlijk luidruchtig aan.

Nu pleiten werkgeversorganisaties en vervoerlobbyisten er opnieuw voor. Hoe rationeel het pleidooi ook klinkt, de gewone automobilist zal bij monde van De Telegraaf (en de SP) in opstand komen. De vrijheid om te gaan en (stil) te staan waar en wanneer je wilt, is voor grote groepen automobilisten immers een grondrecht.

Ik bedacht me vandaag dat ik ook tegen rekening rijden ben. Ik ga er geloof ik weliswaar financieel op vooruit, maar op de bewust gekozen tijdstippen dat ik nu rijd (na de ochtendspits en voor/na de avondspits) zal het vanwege rekening rijden alleen maar drukker worden. Ik betaal ongeveer een dubbeltje per kilometer wegenbelasting met zo’n 20.000 werk gerelateerde kilometers per jaar en ik sta zelden stil.

Congestieverslaafden

Al die sukkels die op congestiemomenten elkaar in en van de weg rijden zijn voor mij een zegen. Ze zijn de beste garantie op doorrijden tussen 9h00 en 16h00. Veel gehoord argument is dat al die congestieverslaafden niet anders kunnen. Ze moeten om half zes thuis zijn om warm te eten. Naar de biljartvereniging die om 19h00 begint. Of de hond uitlaten.

En ’s ochtends is het al niet veel beter. Alleen al de gedachte thuis de eerste koffie te moeten nuttigen, is onverdraaglijk. Het thuis afwerken van een lijst met telefoontjes, dat is natuurlijk ook ondenkbaar.

Nogmaals, ik ben er wel blij mee dat het merendeel van de automobilisten erg van groepen houdt. Vooral zo houden. Het is een zegen voor verstandige weggebruikers. En het scheelt weer een minister van mobiliteit.



Lenny Vulperhorst is adviseur bij Andersson Elffers Felix Utrecht.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels