blog

Instroom(probleem)

infra 15

Instroom(probleem)

Er is veel te doen over het gebrek aan instroom in ons mooie vak. Dat ons vak mooi is vinden we vooral zelf. De overheersende gedachte is dat als we aan al die onwetenden uitleggen dat we een prachtig vak hebben, het allemaal goed komt met de instroom. Oftewel: dat er een oplossing voor dit probleem is.

Als infra-opleidingsbedrijf leiden wij voornamelijk op voor beroepen op niveau 2 en 3. Het merendeel van onze leerling-werknemers volgt de opleiding tot vakman GWW. Ook een prachtig beroep, met volop kans op een mooie carrière. 

[intermezzos:1] Gelukkig lukt het ons om jongeren te werven en vast te houden, maar of het er genoeg zijn voor de langere termijnvraag vanuit de markt is zeer de vraag. Bij de ROC’s in het land nam het aantal leerlingen (machinisten uitgezonderd) op niveau 2 en 3 met zo’n zestig procent af.

Problemen op langere termijn

Wat mij zorgen baart, is dat er een aantal ongunstige factoren bij elkaar komen. Enkele bestonden al, maar de combinatie met nieuwe ontwikkelingen veroorzaken naar mijn mening problemen op de langere termijn.

Nederland is van oudsher een handel- en diensteneconomie. De maakindustrie vind je bijvoorbeeld eerder in Duitsland. Technische beroepen staan bij onze oosterburen in hoog aanzien. Grote technische bedrijven hebben nog steeds bedrijfsscholen, waar je als ‘azubi’ (aus zu bildene) aan het werk kunt én na je opleiding aan het werk blijft. Een jongere die door zo’n bedrijfsschool aangenomen wordt, heeft het gemaakt.

In Nederland ligt dat anders. Jongeren die niet zo goed kunnen stilzitten en/of die niet zo goed kunnen leren, ‘moeten maar’ met hun handen gaan werken.

Minder, minder, minder jongeren

Er zijn simpelweg minder jongeren. Van die minder jongeren gaat een hoger percentage dan voorheen naar havo of vwo en zij kiezen over het algemeen niet voor MBO trajecten. 
Het aantal vmbo leerlingen daalt dus. Vervolgens kiest een lager vmbo leerlingen voor techniek. Vrij vertaald: minder, minder, minder maar dan in een andere context.

De niveau 2-opleidingen zijn niet meer toegankelijk voor ‘zwakkere’ leerlingen. Jongeren die wel willen werken, maar moeite hebben met leren, kunnen niet meer instromen in een opleiding voor een beroep. Zij moeten naar een zeer algemene entreeopleiding die opleidt tot niks. Vervolgens is doorstroom naar niveau 2 vrij ingewikkeld (gemaakt).

Opleidende bedrijven geen subsidie meer

De ‘sociale’ partners hebben ervoor gekozen om bedrijven die opleiden niet meer te subsidiëren vanuit de bedrijfstak. Nu betaalt en investeert het bedrijf dat opleidt de hogere rekening. Lijkt logisch, maar verstandig is het niet.

Bedrijven die niet opleiden, zullen toch vakmensen nodig hebben en die worden vroeg of laat ‘van de markt’ gehaald … opgeleid door andere bedrijven dus. Waar in het verleden de niet opleidende bedrijven via premies meebetaalden doen dat nu niet meer.

Gevolg: leerlingen worden nu als duur ervaren door de bedrijven die opleiden. Om de kosten te verlagen zijn de leerlingsalarissen verlaagd… Of dat de instroom ten goede komt, zal de tijd leren.

Gezamenlijke verantwoordelijkheid om tot oplossingen te komen

Veel bedrijven willen een grotere flexibele schil. Is goed te begrijpen, maar verwacht niet dat de flexibele schil gaat opleiden of de sector promoten. Zij vinden het over het algemeen te duur en/of ze hebben zelf te weinig continuïteit om een leerling op te leiden.

Waarom deze kritische noot? Veel oplossingen voor het instroomprobleem die ik her en der lees komen van (wegen)bouwers. Uiteraard vinden zij het een mooi vak. Als een ander dat niét vindt, moet je vooral gaan uitleggen dat het wél een mooi vak is.

Mijn zorg: het lost ons probleem niet op. Wél doen natuurlijk, maar vergeet de andere factoren niet. Het is het probleem van de sector, maar een gezamenlijke verantwoordelijkheid van overheid, onderwijs en bedrijfsleven om tot oplossingen te komen.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels