blog

Precario: goed recht of 
gemeentelijke melkkoe?

infra

Precario: goed recht of 
gemeentelijke melkkoe?

Steeds meer Nederlandse gemeenten willen precario­belasting heffen op kabels en leidingen in de gemeentegrond. Uit de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 12 november jl. volgt echter dat het voor gemeenten opletten is geblazen. Lang geleden met de netbeheerder gesloten overeenkomsten kunnen het heffen van precario in de weg staan.

De precariobelasting kent als belastbaar feit ‘het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond’ (artikel 228 Gemeentewet). Bij het heffen van precariobelasting verleent de gemeente in wezen een gunst; de gemeente gedoogt het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond onder de voorwaarde van het betalen van precario. Precariobelasting kan in beginsel worden geheven op de kabels en leidingen die in gemeentegrond zijn gelegen. Hierbij valt te denken aan de kabels en leidingen voor gas, water en elektriciteit. Het heffen van precariobelasting op telecomkabels is echter niet toegestaan, omdat daarvoor een wettelijke gedoogplicht geldt; de gemeente moet dergelijk gebruik toestaan (Stb. 2004, 189). Voor de andere in de gemeentegrond gelegen kabels en leidingen geldt de gedoogplicht niet.Ondanks dat precarioheffing in beginsel mogelijk is, kan een met de netbeheerder gesloten overeenkomst aan het heffen van precario in de weg staan. Daarbij hoeft het niet alleen te gaan om recente, met de netbeheerder gesloten overeenkomsten, maar ook om ‘oude’, nog geldende overeenkomsten die stammen uit het begin van de twintigste eeuw.

Grofweg zijn er twee typen afspraken te onderscheiden waarop gemeenten bedacht moeten zijn en die ertoe leiden dat het heffen van precario niet is toegestaan:

In het geval dat een gemeente overeenkomsten is aangegaan die het heffen van precario uitsluiten, betekent dat nog niet dat de gemeente eeuwig­durend aan deze overeenkomsten is gebonden. Dergelijke overeenkomsten, die doorgaans voor onbepaalde tijd zijn aangegaan, zijn namelijk in beginsel opzegbaar, zo volgt uit het arrest van de Hoge Raad inzake De Ronde Venen/Stedin. Een zwaarwegende grond voor de opzegging is – zo volgt uit de tot nu toe gewezen jurisprudentie – niet vereist.

Na opzegging staat het gemeenten vrij om op basis van een gemeentelijke precarioverordening precario te heffen op de kabels en leidingen in gemeentegrond (zie artikel 216 en 217 Gemeentewet).

De laatste tijd zijn er via de media verschillende oproepen aan de wetgever gedaan om het heffen van precario op onder de grond gelegen kabels en leidingen te verbieden. De voornaamste reden daartoe is dat precarioheffing er in de praktijk veelal toe leidt dat de kosten worden doorberekend aan de eindgebruiker. Het is dus de inwoner die zich geconfronteerd ziet met lastenverhogingen. Argumenten pro precarioheffing zijn er echter ook; zo is het in de overheidspraktijk heel gebruikelijk, en zelfs regel, dat men moet betalen voor het gebruik van gemeentegrond en is het nog steeds voor een aantal netbeheerders een eigen keuze om de extra kosten als gevolg van precarioheffing door te berekenen aan de eindgebruiker; zie r.o.v. 5.10 en 5.17 van het vonnis van de rechtbank Gelderland van 30 september jl. Vooralsnog is het heffen van precario in ieder geval nog mogelijk. Het is uiteindelijk aan de wetgever om in deze kwestie knopen door te hakken.

Anouk Hofman, Advocaat omgevingsrecht bij AKD
Gerrit van der Veen, Partner en advocaat omgevingsrecht bij AKD

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels