artikel

‘Herstel vergt lange adem’

infra Premium 78

‘Herstel vergt lange adem’

Op zijn vroegst in 2019 zullen de grote bouwconcerns weer winstmarges boeken van rond de 3 procent. Dat verwacht Job Dura, topman van Dura Vermeer.

Dura heeft zich afgelopen jaren herhaaldelijk gestoord aan de optimistische geluiden die andere bouwbestuurders lieten horen bij de eerste tekenen van herstel. Zelf heeft hij altijd aangegeven dat de bouw niet van vandaag op morgen opkrabbelt, maar dat dat een proces is van jaren. “Ik denk dat ik gelijk heb gekregen”, zegt hij.
Dura is blij dat zijn onderneming weer zwarte cijfers schrijft. Dura: “Bovendien staat de organisatie en is ons risicoprofiel is aangescherpt. We zijn nagenoeg schuldenvrij. Dat betekent dat we kunnen investeren in bim, ict en vernieuwingen in de bouw.”
Niettemin blijft het noodzakelijk om de winsten op te voeren, benadrukt Barg. Streven is een nettoresultaat van 20 à 30 miljoen euro per jaar. “Dan kun je ook buffers opbouwen om tegenvallers op te vangen. Want hoe goed je risicomanagement ook is, elke bouwer heeft zo nu en dan wel eens een misser.”

Met de verder aantrekkende woningmarkt, is het momenteel vooral de vraag hoe de wegenbouw uit het dal getrokken kan worden. “Vraag en aanbod zullen naar elkaar toe moeten groeien”, haalt Dura een economische wetmatigheid van stal. “De politiek zou daar aan kunnen bijdragen door via gemeenten meer infrabudgetten vrij te maken. Ook pleit ik voor aanbestedingsvormen die niet op de laagste prijs zijn geënt. Gemeenten zouden daar meer gebruik van moeten maken.”
 
Dura Vermeer behoort tot de tien grootste bouwbedrijven van Nederland. De afstand met de allergrootste – BAM, VolkerWessels en Heijmans – is echter aanzienlijk.  De omzetkloof dichten wil het bedrijf niet. Ambitieuze groeidoelstellingen zijn enige tijd geleden alweer overboord gegooid.  
“Een omzet van 1 miljard vinden we prima. 1,1 miljard kan natuurlijk ook. Komen we uit op 800 miljoen dan is dat ook geen ramp, als er maar een mooi rendement aan vast zit. Dat liever dan heel veel omzet. Nee, ook als de markt krachtig herstelt zullen we niet naar 1,7 miljard groeien.”
Hele grote infraprojecten, zoals de Tweede Coentunnel, de A15 of de nog uit te voeren ondertunneling van de Zuidas, laat Dura Vermeer daarom links liggen. Al heeft dat ook vooral te maken met de risico’s. “Bij ingewikkelde projecten zou je beloond moeten worden voor de risico’s die je als bouwer loopt, maar dat gebeurt niet”, verklaart Barg.
Het vizier staan nu gericht op het ‘middensegment’. Projecten met een omvang van 100 tot 300 miljoen. Liefst integraal, dus wegenbouw in combinatie met beton- en/of spoorwerk.
Dura Vermeer blijft daarnaast actief in de regio, waar vooral de kleinere infraopdrachten worden verdeeld. De concurrentie is er moordend, de marges laag. Dura: “Op recht-toe-recht-aan-projecten valt bijna niets te verdienen, dus moet je zeer efficiënt zijn. Maar de risico’s zijn ook laag. Het komt dan aan op goed projectmanagement.”
Barq: “Voordeel is dat onze orderportefeuille, net als die van andere bouwers, weer toeneemt. Dat geeft rust. Je kunt selectiever zijn, makkelijker nee zeggen. Als je orderboek leeg is, is dat veel lastiger. Dat is wel een grote winst ten opzichte van voorgaande jaren.”

Reageer op dit artikel