artikel

Draagvlak versterken voor aanpak dijken

infra

Draagvlak versterken voor aanpak dijken

Dijkbeheerders hebben de plicht te zorgen dat zij een nauwkeurig beeld hebben van de staat van hun dijken. Echter, aan deze plicht wordt door onvolledige toetsingen niet voldaan. Dit heeft grote gevolgen voor de waterveiligheid én voor het maatschappelijke draagvlak. De Inspectie Leefomgeving en Transport zou proactief moeten optreden en zorgen dat het nauwkeurig inwinnen van gegevens door beheerders expliciet deel uitmaakt van de toetsingen.

In Nederland zijn de waterschappen en Rijkswaterstaat als beheerders verantwoordelijk voor onze dijken. Zij voeren periodiek toetsingen uit om te beoordelen of de dijken voldoen aan de eisen. Dijken die niet voldoen aan die eisen, komen terecht in een verbeterprogramma.

Een technische toetsing bestaat uit berekeningen met een trapsgewijze opbouw. Als een eenvoudige toets niet het oordeel ‘voldoende’ oplevert, is een gedetailleerdere berekening nodig. Hiervoor zijn vaak aanvullende gegevens nodig en dat kan een behoorlijke investering vergen. Soms hebben beheerders afgezien van deze tweede stap. Zij hebben dijken afgekeurd zonder te kijken of een gedetailleerde toets een gunstiger oordeel op kan leveren. Er zijn dan ook grote verschillen ontstaan in detailniveau en kwaliteit van de toetsingen.

Om het niveau van toetsingen gelijk te trekken, wordt bij aanvang van een verbeterproject eerst een hertoetsing uitgevoerd om te kijken of meer detaillering leidt tot goedkeuren of een kleinere verbeteropgave. De kosten hiervan zijn voor het landelijke verbeterprogramma. Dit voorkomt onnodige versterkingen, maar dit had al onderdeel moeten zijn van de reguliere toetsing. De verantwoordelijkheid en dus ook de kosten voor die extra inspanning horen bij de beheerders te liggen.

Op het eerste gezicht lijkt dit niet erg. Het maakt immers niet uit of het Rijk of een andere overheid de kosten voor hoogwaterveiligheid betaalt; het is allemaal publiek geld.

Maar er speelt een serieuzer probleem. Dijkbeheerders hebben de plicht te zorgen dat zij een nauwkeurig beeld hebben van de staat van hun dijken. Aan deze plicht wordt door de onvolledige toetsingen niet voldaan. Maar nog belangrijker zijn de negatieve gevolgen voor de beeldvorming en voor het noodzakelijke maatschappelijke draagvlak voor verbeteringen.

Verdedigen

Het gevolg van onvolledige toetsingen is dat dijken ten onrechte zijn afgekeurd. Beheerders moeten steeds verdedigen waarom de dijken – ondanks de investeringen – nog niet op orde zijn. Er ontstaat zo het beeld dat ‘maar wat wordt gedaan’, terwijl maatschappelijk draagvlak juist broodnodig is om de projecten die wél nodig zijn te kunnen realiseren. Juist de zorgplicht en de noodzaak om draagvlak en vertrouwen te creëren bij burgers moeten de stimulans zijn voor de beheerders om hun zaakjes goed geregeld te hebben.

Om dit bereiken, is het nodig dat de beheerders meer aangesproken worden op de kwaliteit en het detailniveau van de toetsingen. De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) kan hier een rol spelen als landelijk toezichthouder op de dijken. De ILT heeft pas onlangs de taak van toezichthouder gekregen en zoekt nog naar een manier om die vorm te geven. Ik pleit ervoor dat de ILT een proactieve rol pakt. Niet alleen dat de ILT toezicht houdt op de toetsingen, maar ook in overleg met de waterschappen ervoor zorgt dat het nauwkeurig inwinnen van gegevens expliciet deel uitmaakt van die toetsingen.

Bovendien raad ik aan een ‘ja, mits’-strategie te hanteren: gedetailleerd onderzoek mag alleen achterwege blijven als wordt aangetoond dat een extra inspanning geen meerwaarde heeft. Op die manier krijgen de beheerders de staat van onze dijken goed in beeld en kunnen de belastingbetalers erop vertrouwen dat alleen geïnvesteerd wordt waar dat nodig is. Dit versterkt het broodnodige maatschappelijke draagvlak voor onze waterbeheerders.

Dr. Maurits van Dijk, adviseur Waterveiligheid bij Tauw

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels