artikel

Helft wegenbouwers ervaart wantrouwen

infra

Helft wegenbouwers ervaart wantrouwen

Het vandaag verschenen boek “Prijsvechten” van Cobouw-redacteur Ingrid Koenen, concentreert zich op het fenomeen lage inschrijfprijzen in de bouw. Bouwers klagen steen en been over scheefgegroeide risico’s en belabberde winstmarges. Paul Groot van het EIB zet in een vraaggesprek de harde feiten op een rij.

Zijn de winstmarges in de bouw te laag en welke marge is minimaal nodig voor een gezond voortbestaan?
“In de afgelopen jaren is het aantal bouwbedrijven met verlies duidelijk toegenomen. Gemiddelde winstmarges die schommelen tussen 0 en 1 procent zullen dan ook gepaard gaan met een relatief groot aantal verliesmakende bedrijven. Een relatief groot aantal bouwbedrijven is de afgelopen jaren failliet gegaan. Het percentage bouwbedrijven met verlies was over de periode 1999-2009 zowel in gww als b&u in het mkb (veel) groter dan bij het grootbedrijf (tabel 3). Bij het kleinbedrijf maakte in die periode gemiddeld 30 procent van de bedrijven verlies, bij het grootbedrijf was dit ongeveer 10 procent. In de afgelopen 25 jaar lag het gemiddelde over de gehele sector op 3 procent, zonder grote verschillen tussen gww en b&u. De winstmarges zijn de afgelopen jaren sterk gedaald en vanaf 2009/2010 onder het langjarig gemiddelde gekomen. In de b&u was in de periode daarvoor, vanaf 2002, al sprake van een meer geleidelijke daling van de winstmarges. De winstmarges over 2013 (1,1 procent in de gww en 1,6 procent in de b&u) zijn de laagste van de afgelopen 25 jaar. Deze marges zijn structureel onhoudbaar en zullen op termijn weer terugkeren naar ongeveer het historisch gemiddelde.”

Schrijven bedrijven wel eens onder de kostprijs in bij een opdracht, en waarom?

Koop "Prijsvechten' hier

Koop "Prijsvechten' hier
“Het komt in de praktijk voor dat bedrijven onder de kostprijs inschrijven bij een opdracht. In perioden van lage bezetting zal dit veel vaker voorkomen dan bij normale of hoge bezetting. Hier zijn echter geen objectieve data van beschikbaar, want de relatie tussen een hogere raming van de opdrachtgever en de veel lagere inschrijfprijzen is niet één op één te vertalen. Structureel onder de kostprijs inschrijven schaadt de continuïteit van de bedrijven en belemmert investeringen in innovatie. Daarnaast zien we dat opdrachtgevers bij projecten in het algemeen wel hogere prijzen verwachten dan de niveaus waarvoor uiteindelijk wordt ingeschreven. Dit verschil tussen de directiebegroting en de gemiddelde inschrijfprijs bij aanbestedingen is gedurende de crisisjaren groter geworden hetgeen duidt op zeer scherp inschrijfgedrag bij de bedrijven.”

Is het prijsvechten in 2016 afgelopen?

Lage inschrijfprijzen en lage marges hebben vooral te maken met het achterblijven van de vraag/productie bij de capaciteit

“Lage inschrijfprijzen en lage marges hebben vooral te maken met het achterblijven van de vraag/productie bij de capaciteit. In 2015 zal de totale bouwproductie volgens het EIB met 6 procent groeien. Voor 2016 wordt verdere groei verwacht van 4 procent. De groeicijfers lopen wel uiteen tussen met name de woningbouw en de andere bouwsectoren. De toenemende vraag in de totale bouwsector leidt tot een betere bezetting van de productiecapaciteit en een betere aansluiting tussen vraag en aanbod. De verwachting is dat de prijzen van bouwprojecten en de winstmarges in 2016 op een hoger niveau zullen uitkomen dan in de afgelopen crisisjaren. Het margeherstel zal in de b&u gezien de sterke groei van de woningbouw mogelijk wat sterker zijn dan in de gww.”

Zijn de risico’s bij innovatieve contracten (UAV-gc + dbfm) te hoog?
“Dit kan niet in zijn algemeenheid met ja of nee worden beantwoord. Dit heeft onder meer te maken met de verdeling van de risico’s, met name welke partij de risico’s het best kan beheersen. Op enkele recente grote dbfm-projecten is deze risicoverdeling een belangrijk aandachtspunt geworden, zowel bij opdrachtgevers als opdrachtnemers.”

Wie heeft de sleutel in handen om prijsvechten te doorbreken: opdrachtgever of opdrachtnemer?
“Vooral de opdrachtgever kan het prijsvechten tegengaan door bij aanbestedingen de prijs een lager gewicht te geven ten gunste van kwaliteit. Aanbestedingsonderzoek geeft aan dat ongeveer een kwart van de openbare aanbestedingen op prijs wordt gegund, bij onderhandse aanbestedingen door gemeenten is dat driekwart. Bij deze projecten kunnen bedrijven zich niet onderscheiden op kwaliteit. Bij projecten die op emvi worden gegund is het gewicht van kwaliteit in bijna de helft van de gevallen minder dan 30 procent. Het prijsaandeel is dus ook vrij groot.”

Is de basis tussen opdrachtgever en opdrachtnemer vertrouwen/wantrouwen?

Ruim 45 procent geeft aan dat een gebrek aan vertrouwen een knelpunt is in de relatie opdrachtgever-opdrachtnemer

“Samenwerking tussen opdrachtgever en opdrachtnemer is volgens EIB-onderzoek de belangrijkste succesfactor op grote (infrastructuur)projecten. Goede samenwerking vereist bijvoorbeeld een gezamenlijke focus op het projectdoel – ‘best for project’ – en snelle en goede communicatie over problemen. Ruim 45 procent van de tweehonderd wegenbouwers geeft aan dat een gebrek aan vertrouwen een knelpunt is in de relatie opdrachtgever-opdrachtnemer. In de waterbouw vindt de helft van de bedrijven het onderling vertrouwen een verbeterpunt. Vooral mkb-bedrijven geven dit aan.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels