artikel

Moderne contracten blijken Paard van Troje

infra Premium

Moderne contracten blijken Paard van Troje

Uit nood worden de mooiste dingen geboren. De keerzijde van de economische crisis die de bouw nu al zes jaar raakt, is dat ondernemerschap en vernieuwingsdrang nieuwe impulsen krijgen. Dat uit zich niet alleen in nieuwe producten, ook de relatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer ontwikkelt zich, signaleert Iman Koster, directeur van het CROW.

Het tijdperk van dichtgetimmerde bestekken wordt verlaten. Contractvormen die sturen op resultaat bieden alle ruimte om de aannemer te laten zien wat hij in huis heeft. Deze nieuwe manier van samenwerking doet recht aan de kennis, kunde en innovatiedrang bij aannemers en draagt bij aan volwassen verhoudingen.

Dat dit leerproces met vallen en opstaan gaat, hoef ik u niet uit te leggen. Een ieder kan in deze krant volgen hoe Ballast Nedam en Strukton heel hard vallen over de genomen risico’s in het project A15 Maasvlakte-Vaanplein. Het begon met struikelen over kleine verliezen en resulteerde de afgelopen maanden in een keiharde smak met botbreuken tot gevolg.

De nieuwe verhoudingen blijken zo een bijeffect te hebben dat ik gerust pervers durf te noemen: aannemers halen risico’s in huis die zij helemaal niet kunnen en moeten willen dragen. De opdrachtgever schuift risico’s door die zij helemaal niet bij de aannemer neer zou moeten willen leggen. De moderne geïntegreerde contracten blijken daarmee een Paard van Troje.

Het is volkomen begrijpelijk en terecht dat een project dat begroot is op een miljard euro en waar bijna een kwart miljard kosten op wordt overschreden door twee van de grootste bouwers van het land zoveel aandacht krijgt. Mijn vrees is echter wel dat de problemen bij Strukton en Ballast Nedam slechts het topje van de ijsberg zijn. Bouwbedrijven op regionale en lokale schaal zitten in eenzelfde situatie. Ook zij hebben nu projecten in portefeuille met risico’s die in mijn ogen op de verkeerde plek liggen.

Het is onweerlegbaar dat in deze situatie opdrachtnemer en opdrachtgever ieder hun eigen verantwoordelijkheid hebben. Het toont van volwassenheid en innovatiedrang dat de aannemer beoordeeld wil worden op de prestatie die hij levert en minder op de manier waarop deze tot stand is gekomen. En het is volkomen begrijpelijk dat de bouwer er alles aan doet om werk binnen te halen in deze economisch moeilijke tijden. Tegelijk is onder de kostprijs inschrijven op een project met hoge risico’s niet goed te praten.

Regisseur

De opdrachtgever is op zijn beurt nog op zoek hoe hij het beste kan acteren in de nieuwe rol van regisseur. Maar de oude rol van voorschrijvend opdrachtgever is nu wel heel resoluut losgelaten. Het is niet verantwoord en te verdedigen dat de risico’s zo hard bij de markt worden neergelegd. Hier past meer verantwoordelijkheidsgevoel.

Pleit ik er dan voor om weer terug te gaan naar het oude? Natuurlijk niet! Maar ik vind wel dat we te veel doorschieten in de innovatiedrift en nu ook instrumenten overboord gooien die heel functioneel waren en dat nog steeds zijn.

Ik zie een belangrijke oplossing in het opknippen van grote projecten in hapklare brokken. Op gemeentelijk niveau zien wij dat al gebeuren. Daar worden werken onderhands aanbesteed. Onder andere uit verantwoordelijkheidsgevoel voor de lokale en regionale aannemerij: zo wordt het werk verdeeld over beschikbare capaciteit en zijn de klussen nog behapbaar voor de kleinere ondernemer. Die kan zo kwalitatief werk leveren en de opdrachtgever weet tegelijk dat de uitvoerder ook over vijf jaar nog bestaat.

Nee, dit is geen vriendjespolitiek, dit is verantwoord opdrachtgeverschap. Want de opdrachtgever snapt heel goed dat deze manier van gunnen veel openheid en transparantie vraagt. Die is er dus ook. Onder andere door instrumenten als een tool voor prestatiemeting past performance te gebruiken. Die helpt opdrachtgevers om opdrachtnemers objectief te beoordelen op in het verleden geleverde prestaties. Lagere overheden omarmen deze manier van werken massaal.

Heel veel standaardwerk kan nog steeds met een goed opgesteld bestek (RAW) op de markt worden gezet. Dat is dan een traditioneel contract, maar vergis u niet: ook hier kunnen in de aanbesteding zaken als emvi/ gunnen op waarde, alternatieven vragen en social return moeiteloos hun plek krijgen.

En om opdrachtgevers de gelegenheid te bieden het beste van beide te combineren: er zijn ook zogenaamde hybride contractvormen waarmee de opdrachtgever de paar zaken die hij echt zelf wil beslissen als RAW-bestek voorschrijft en de rest vrijlaat, zodat de aannemer daar zelf de invulling van de functioneel omschreven opdracht kan aanbieden.

CROW ziet het als een van zijn belangrijkste rollen om opdrachtgevers en opdrachtnemers op het juiste moment te voorzien van de juiste kennis en instrumenten. Ook op kleine schaal wordt uiteraard nog gestruikeld en is er een steile leercurve om van een dichtgetimmerd bestek te komen tot een meer moderne manier van samenwerken. Wellicht dat dit zelfs nog leidt tot geschaafde knieën. Laten we er in elk geval samen voor zorgen dat doodssmakken zoals ze nu zijn gemaakt niet meer voorkomen. Verantwoord opdrachtgeverschap is daarin een belangrijke sleutel.

Iman Koster, directeur CROW, kenniscentrum op het gebied van aanbesteden en contracteren

Reageer op dit artikel