artikel

Hoger die lat

infra Premium

Hoger die lat

Als je in een vrij weekje door België naar Frankrijk rijdt, sta je weer even stil bij de kwaliteit van de Nederlandse infrastructuur. Mooie brede en vlakke wegen, architectonisch verantwoorde geluidschermen, flauwe bochten met adviessnelheden, noem het maar op. Dit staat in schril contrast met de soms armoedige staat, invoegstroken van een halve autolengte en levensgevaarlijke bochten in het buitenland.

Zo tolerant als we zijn in onze samenleving, zo intolerant zijn we (als Bouwend Nederland) voor lage standaarden. Als je de staat van een wat oudere Nederlandse weg vergelijkt met de andere wegen binnen onze landsgrenzen, zit je al snel op een ‘laag’ kwaliteitsniveau en kom je waarschijnlijk tot de conclusie dat de kwaliteit veel hoger kan en dus moet. Bij een breder referentiekader (lees: Europa), is de kans groot dat je de kwaliteit juist als redelijk hoog inschat en dat de urgentie een stuk minder groot lijkt. Datzelfde gevoel krijg ik bij de Tunnelwet, de vele dijkversterkingsprogramma’s en zeer recent nog de aanpak van 40.000 woningen in het kader van mogelijke gaswinningsgevaren. De lat kan altijd hoger en het liefst leggen we dit in Nederland vast in heldere normen, richtlijnen en procedures.

Vaak wordt geklaagd over de vastlegging van deze lat. Administratieve handelingen die soms helemaal niet leiden tot die beoogde verbetering van het eindresultaat. Geredeneerd vanuit kostenefficiëntie van projecten, snap ik die gedachtelijn wel. Gezien vanuit een breder kader ben ik het echter niet met deze critici eens. Op deze manier houden we (een deel van) de werknemers van overheden, ingenieursbureaus en aannemers in tijden van lage bouwproductie aan de gang met hoge papierproductie. Goed voor de medewerkers, goed voor de economie en dus goed voor Nederland. Moeten we alleen wel even in de gaten houden dat de crisis straks afgelopen is en we weer echt aan de bak moeten.

Bas Klaver, procesmanager VBK Groep, Hoorn

Reageer op dit artikel