artikel

Besluit over infra soms gebaseerd op drijfzand

infra Premium

Besluit over infra soms gebaseerd op drijfzand

Beslissingen over infrastructurele projecten zijn soms op drijfzand gebaseerd, zónder dat de beslissers daarvan op de hoogte zijn. Projectorganisaties geven bestuurders in veel gevallen namelijk niet de juiste informatie. Een doodzonde, vindt Martijn Gesink, al twintig jaar betrokken bij grote infrastructurele projecten.

Wie erop let, kan de berichten bijna dagelijks in de krant lezen: infrastructurele projecten die financieel volledig uit de hand lijken te lopen. Een verdubbeling van het oorspronkelijke budget is geen uitzondering. Hoe kan dat toch, vraagt de gemiddelde lezer zich terecht af. Kunnen ‘die gasten’ soms niet rekenen? Dat kunnen ze wel degelijk; de overschrijdingen zijn dan ook zelden het gevolg van verkeerde kostenramingen. Het probleem is complexer en ook een stuk verontrustender.

Bestuurders nemen besluiten op basis van de informatie die ze van hun ambtelijk apparaat of een speciaal opgerichte projectorganisatie krijgen. En dus moeten ze er blind op kunnen vertrouwen dat die informatie klopt, dat de feiten ook écht de feiten zijn – volledig, correct en ongekleurd. Helaas is dat vaak niet het geval. Voorstellen die bestuurders op basis daarvan aan bijvoorbeeld de gemeenteraad doen, zijn dus gefundeerd op drijfzand.

Gemasseerd

Voor projectorganisaties is het relatief eenvoudig om een project de hemel in te schrijven, of juist de grond in. Bepaalde feiten en cijfers worden weggelaten of zodanig ‘gemasseerd’ dat het zonneklaar is dat die weg, brug of spoorlijn er zeker niet zal komen – of juist wel. Dat eerste kan bijvoorbeeld door een onrealistische planning te geven in combinatie met een heel hoge kostenraming. Bij een heel lage raming is de kans op groen licht van de politiek juist groot.

Bij zo’n lage raming is achter de schermen bekend dat het project in werkelijkheid veel duurder is. En dus zullen er gaandeweg ‘kostenoverschrijdingen’ gemeld moeten worden, wat geen overschrijdingen zijn maar gewoon de werkelijke, vooraf geraamde kosten. Het gevolg: commotie in de media, politieke strijd, onderzoekscommissies en nog meer wantrouwen bij burgers. Een volgend infrastructureel project zullen zij begroeten met de verzuchting: dat zal óók wel weer duurder worden.

Infrastructurele projecten zijn complex, langlopend én kapitaalintensief. En dus komen die per definitie niet zonder slag of stoot van de grond. Soms kan een bestuurder zelf de politieke keuze maken om een project met een lager budget van start te laten gaan, in de wetenschap dat die weg, brug of spoorlijn er anders niet zal komen én de rotsvaste overtuiging dat het resterende budget beschikbaar zal komen. Verstandig of niet, zo’n beslissing mag alleen een bestuurder nemen.

De enige manier om te voorkomen dat ondersteuners op de stoel van de bestuurder gaan zitten, is om vanaf dag één integriteit het leidmotief van de projectorganisatie te maken: een organisatie met betrouwbare, integere professionals die als onomstreden baken van objectiviteit bestuurders volledig en zonder kleuring informeren. Kostendeskundigen die zich met alles bezighouden behalve met de vraag of een project er wel of niet moet komen.

Ing. Martijn Gesink, kostendeskundige en partner bij Kodos, adviesbureau voor financieel projectmanagement in de gebouwde omgeving

Reageer op dit artikel