artikel

Omgevingswet moet meer stroomlijnen

infra

Omgevingswet moet meer stroomlijnen

Het voorstel voor de Omgevingswet mist een essentiële stap: alle overheden behouden hun bestaande verantwoordelijkheden. Dan verandert er niets, vreest Robert Jan Jonker.

Alle infrastructuur heeft behalve wegen, kabels, leidingen en kanalen een omgeving die terecht eisen stelt aan inpassing en gebruik. Dat vraagt afstemming tussen de initiatiefnemer of, in bredere zin de ontwikkelaar, met de bestuurlijke, ambtelijke en bewonersomgeving. Deze noodzaak tot afstemming leidt tot een groeiende vraag naar omgevings- en vergunningenmanagement als onderdeel daarvan. Dan zou je willen dat het wettelijk kader meehelpt dit pragmatisch en ook de voor niet-deskundige burger/belanghebbende transparant te houden. Helaas is dat niet het geval. Ook de nieuwe Omgevingswet lijkt kansen te missen dit structureel anders te organiseren.

Doordat alles met elkaar samenhangt en elke vergunning een ander deelbelang dient, raakt het gezamenlijke en integrale doel van het project uit beeld. Zelfs voor projecten met een breed bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak is de formele besluitvorming lastig. Zo zijn voor relatief simpele ingrepen in Ruimte voor de Rivierprojecten soms tien besluiten of vergunningen nodig. Van vijf verschillende overheden. Oorzaak is de sectorale wetgeving en vergunningverlening. Alle overheden beslissen mee over een ander deel van dat ene plan. Dat is niet helder en niet efficiënt.

Het wetsvoorstel voor de Omgevingswet lijkt een oplossing te bieden, maar mist een essentiële stap. Uitgangspunt is namelijk dat alle overheden hun verantwoordelijkheden behouden. Als dat inderdaad zo uitpakt, blijft het dus dat (bijvoorbeeld) voor een klein integraal Ruimte voor de Rivierproject als de Middelwaard langs de Nederrijn vergunningen nodig kunnen zijn van twee gemeenten, waterschap, provincie (twee, dus twee afdelingen), Rijkswaterstaat en ministerie van Economische Zaken. Als alle overheden hun bestaande bevoegdheden behouden, verandert er voor een dergelijk project dus vrijwel niets. Een gemiste kans.

En het kan zoveel eenvoudiger en transparanter. Ik pleit ervoor dat we besluitvorming organiseren op basis van de projectdoelen in plaats van sectorale randvoorwaarden. Met één besluitvormend bevoegd gezag. Vanuit integrale gebiedsverantwoordelijkheid en democratische legitimatie ligt het het meest voor de hand bij projecten die het lokale belang overstijgen de provincie daartoe aan te wijzen. De andere overheden blijven betrokken, maar als belanghebbenden. Het inpassingsplan van provincie of Rijk conform de Wro is een goede basis voor een dergelijke procedure en besluit. De vergunningverlening die daar nu nog op volgt vanuit afzonderlijke wetten, voegt daar weinig aan toe en kan in dat plan en besluit worden geïntegreerd.

We vragenvan initiatiefnemers steeds meer bij de integraliteit van de planvorming: houd rekening met alle belangen en alle belanghebbenden. Maar laten we die integraliteit dan ook zichtbaar maken in besluitvorming en in procedures om tot die besluiten te komen. Nu nog biedt de nieuwe Omgevingswet kans dat te realiseren. Integrale besluitvorming als sluitstuk van integrale planvorming. Ofwel: één plan, één procedure, één besluit. Dat is pas stroomlijnen.

Robert Jan Jonker, Senior adviseur Grontmij

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels