artikel

Infrastructuur mag geen sluitpost in begroting zijn

infra

Infrastructuur mag geen sluitpost in begroting zijn

Minister Schultz van Haegen moet opnieuw bezuinigen. Zoals u al eerder heeft kunnen lezen schrapt de minister voor ongeveer 670 miljoen euro aan projecten en stelt ze daarnaast andere projecten uit. De investeringsagenda voor de Nederlandse infrastructuur is daarmee opnieuw aanzienlijk gekrompen.

Hoe de minster tot haar keuze is gekomen, is op voorhand niet duidelijk maar de bezuinigingen treffen met name de regionale ontwikkeling hard. Volgens de Minister wordt vooral op de minder rendabele projecten bezuinigd. In een poging om te redden wat er te redden valt, willen de regionale overheden nu zelf de door de bezuinigingen getroffen projecten voorfinancieren.

De grootschalige bezuinigingen van het ministerie zullen de bouwsector opnieuw diep raken. Hoe groot is dan het contrast wanneer we de huidige situatie vergelijken met circa vijf jaar geleden. In 2008 kondigde de toenmalige minister Eurlings het P rogramma Spoedaanpak Wegverbreding aan, waarmee toen circa 2,6 miljard euro werd vrijgemaakt om 30 knelpunten in de infrastructuur definitief op te lossen. Nog pas recent werd de Crisis- en herstelwet in stelling gebracht om een verdere economische impuls te geven aan de bouwsector ten tijde van de kredietcrisis. Terwijl het laatste kabinet Balkenende met de Spoedaanpak een investeringsimpuls gaf aan de infrastructuur, lijkt het huidige kabinet Rutte de ontwikkeling van infrastructuur toch voornamelijk te zien als wisselgeld in het rijkshuishoudboekje.

Mag onze weg- en spoorinfrastructuur de sluitpost zijn in de rijksbegroting? Als we het er over eens zijn dat onze infrastructuur de economische ruggengraat is van ons land moet het antwoord op deze vraag natuurlijk nee zijn. Daarom zou het wenselijk zijn als het belang van onze infrastructuur niet langer onderdeel is van de politieke stoelendans genaamd rijksbegroting waarbinnen totaal verschillende belangen tegen elkaar worden uitgeruild. Een strategische visie op het economisch belang van de Nederlandse infrastructuur die de gebruikelijke periode van vier jaar regeren overstijgt, is dan ook van essentieel belang. Wellicht is een eerste stap in de goede richting de instelling van een autonome autoriteit die, los van de politieke arena en zelfstandig gefinancierd, de kwaliteit van onze infrastructuur beheert en bewaakt.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels