artikel

Het T-woord

infra Premium

Het T-woord

Het zal u wellicht niet zijn ontgaan; het motto van deze tiende editie van InfraTech is ‘trots’ – laten zien waarvoor de sector staat en daar rond voor uitkomen.

Dat thema is goed gekozen, het sluit namelijk aan bij een sentiment dat in de gww-sector leeft. Sterker nog, de hele bouwwereld – misschien zelfs de hele techniekbranche – vindt vaak dat ze te weinig trots is op de eigen verrichtingen. En dat zou vervolgens verklaren waarom het imago slecht zou zijn.

Ik ben het daar niet mee eens. Techniek heeft geen slecht imago, en de gww-sector al helemaal niet. Ga maar na: die imago-constatering wordt bijna altijd gedaan door iemand uit de branche zelf. Daarmee is het dus geen waardeoordeel van de buitenwereld over u, maar een oordeel van u over uzelf. Het is vaak een uiting van het eigen gevoel niet helemaal voor vol aan te worden gezien.

Persoonlijk heb ik grote bewondering voor de prestaties van de Nederlandse grond, weg en waterbouw. Het is mede dankzij uw sector dat Nederland internationaal een fantastische reputatie heeft. De strijd tegen het water en de vindingrijke oplossingen die daarvoor zijn ontwikkeld, zijn aansprekende, uiterst succesvolle exportproducten. Niet voor niets behoren een aantal Nederlandse bedrijven tot de wereldtop, zowel in engineering als in uitvoering.

Als niet-gww’er is bij u dus nog nooit de gedachte opgekomen dat uw branche meer trots op zichzelf zou moeten zijn, dat u wellicht zelfs een imagoprobleem zou hebben. Waarom zou ik ook. Ik ben immers trots op u. Toch is er een manier om mij aan het twijfelen te brengen. Dat is als u mij keer op keer zou vertellen hoe trots u op uzelf en op uw sector bent, of erger nog, dat u vindt dat ik dat zou moeten zijn.

Het is een beetje zoals dat echtpaar dat keer op keer vertelt hoe ontzettend veel ze van elkaar houden. Op een gegeven moment wordt dat verdacht. Krijg je toch een beetje het idee dat ze misschien wel helemáál niet zoveel van elkaar houden. Zo is het ook met trots. Een branche die het er te vaak of te nadrukkelijk over heeft, daarmee lijkt iets niet in de haak. Dat wordt een tikje verdacht. Dat brengt de buitenwereld aan het twijfelen.

Het is zoals de belangenbehartigers in de techniek die keer op keer benadrukken dat de sector niet trots genoeg is en onder meer daardoor een slecht imago heeft. En die dan vervolgens vreemd opkijken als jongeren niet staan te springen om techniek te gaan studeren en in de sector aan de slag te gaan. Dat noemen we nu een ‘selffulfilling prophecy’. Met aan de ene kant de kip en aan de andere kant het ei.

Trots is vooral iets wat je bént, of wat anderen op je zijn. Dat bereik je door keihard je best te doen, heel goed werk te leveren, door te innoveren, door de wereld in te trekken maar vooral ook door die innovaties, door al die staaltjes Hollands Glorie aan de wereld te laten zien. In al zijn geniale eenvoud. Dát is waardoor mensen trots op u worden, zijn en blijven. En ik kan het weten, want techniek aan de wereld tonen, dat is mijn vak.

Toon u kennis en kunde, toon uw vakmanschap. Zonder borstklopperij, zonder ooit het T-woord in de mond te nemen, maar met de vanzelfsprekende recht-door-zee-niet-lullen-maar-poetsen-mentaliteit die wij, niet gww-ers, zo in u bewonderen.

Remco de Boer

Reageer op dit artikel