artikel

INTERVIEW aad van den ende‘Ik vertrouw op mijn creativiteit’

infra

Of hij het slaan van de eerste paal voor zijn Stevelduct nog meemaakt, weet Aad van den Ende niet, al zegt hij wel volmondig ‘ja’. Hij maakt zich daar ook niet zo druk om. “Ik heb mijn idee uitgewerkt. Het is klaar. Nu gaat het erom wat Nederland ermee gaat doen. De BV Nederland. Daar doe ik het voor. Willen we innoveren of laten we alles bij het oude?”

Van den Ende voegde vorig jaar met zijn idee een vierde vervoersmodaliteit toe aan weg, spoor en water. Een aquaduct op palen, dat onder licht verval volcontinu containers met goederen vervoert. Met minimaal energieverbruik, alleen op tussenstations, en zonder emissie van schadelijke stoffen en geluid. Hij deed met zijn plan mee aan een prijsvraag van de provincie Zuid-Holland, won die niet, maar kwam zo wel in contact met de juiste personen om zijn plan verder te laten uitwerken.

De TU Delft heeft het Stevelduct inmiddels als studieobject omarmd, evenals de Hogeschool Rotterdam. De eerste onderzoeksrapporten zijn verschenen en de resultaten noemt Van den Ende bemoedigend. “Mijn doel is nu dat er een schaalmodel wordt gebouwd op de RDM-campus in Rotterdam van 100 meter lang. En dan kan de hele wereld daar langskomen.”

Stevelen

Wie Stevelduct op Google intikt, krijgt al meer dan 2000 hits. De meeste vakbladen hebben inmiddels vele pagina’s gewijd aan de vinding. En dat terwijl het woord stevelen in de oorspronkelijke betekenis niet eens meer te vinden is in de Grote Van Dale. Het was in een ver verleden een methode in het scheepsvervoer om vracht, louter door gebruik te maken van de stroming van het water, van a naar b te brengen. Toen het te druk werd op het water en steeds meer schepen werden voorzien van motoren, werd dit om veiligheidsredenen verboden.Tot Van den Ende deze vergeten techniek in 2010 dus combineerde met de aquaducten, zoals de Romeinen die bouwden voor transport van water uit hoger gelegen gebieden. “Het leuke tot nu toe is dat mijn idee zo enthousiast is opgepakt door het onderwijs. Er valt natuurlijk nog veel te onderzoeken. De invloed op het milieu bijvoorbeeld. En wat zijn de macro-economische effecten. Daar kun je mooie onderwijsprojecten van maken.”

Zijn plan heeft potentie, weet innovator Van den Ende. “Er is veel sympathie voor. Ik zie het ook als burgerplicht om in de infra over dit soort dingen na te denken. Wij moeten verantwoording kunnen afleggen aan de volgende generatie. En moeten we dan zeggen dat we alles maar bij het oude hebben gelaten? De geschiedenis leert dat als je alles bij het oude laat, het meestal helemaal verkeerd gaat.”

Aad van den Ende heeft een bewogen decennium achter de rug. In de eerste helft haalde hij geregeld de kolommen van Cobouwtoen hij vocht voor het voortbestaan van zijn baggerverwerkingsbedrijf Pecos in Dordrecht, waarvan hij mede-eigenaar was. “Een miljoenenbedrijf, het grootste in de branche, dus groter dan de baggerverwerkingspoot van Boskalis”, volgens Van den Ende, die uiteindelijk gedwongen was de poorten te sluiten vanwege een, in zijn optiek, onbegrijpelijke zet van toenmalig VVD-staatssecretaris Monique de Vries van Verkeer en Waterstaat en de openstelling van grote slibdepots. Dat gebeurde onder andere op de Slufter in het Rotterdamse havengebied en in het Ketelmeer, waar de grote opdrachtgevers als waterschappen hun vervuilde slib goedkoop konden storten.

Pecos, dat genoeg werk had en zelfs voorraden slib moest opslaan in grote bakken in de Merwede, kreeg steun van de vaste Kamercommissie voor Verkeer en Waterstaat. De leden waren onder de indruk van de innovatieve werkwijze van het bedrijf, dat plannen had klaarliggen om zelfs uit de tot dan onverwerkbare, vervuilde slibkoek producten als grind te maken.

“Onder druk van een motie werd de staatssecretaris gedwongen met beleid te komen om veel meer met bagger te gaan doen. Nu gaat het komen, dachten we toen. De staatssecretaris kondigde aan dat voor nieuwe initiatieven in de baggerverwerking subsidies beschikbaar zouden komen. Alleen niet direct, maar over vier jaar. En van de ene op de andere dag vielen voor ons de opdrachten weg. De overheden schortten al hun baggerplannen op. Alleen de verwerking van schone bagger ging nog door.”

In 2001 ging bij Pecos het licht uit. Niet eens vanwege het wegvallen van de opdrachten, maar door, in de ogen van Van den Ende, een “futiliteit”. “We waren eruit met zo’n negentig schuldeisers, en daarvan hadden we er één over het hoofd gezien. Die vroeg het faillissement aan.”

Rechtszaak

Wat het meest knaagde in de periode die volgde was het feit dat Pecos andere bedrijven zoals leveranciers in de problemen had gebracht en dreigde mee te sleuren. De directeuren spanden een zaak aan tegen de Staat. “Voor die bedrijven wilden we doorgaan en laten zien dat we ons tot het uiterste wilden inspannen om hen niet de dupe te laten worden. We wilden van de rechter weten of het de bewindsvrouw niet was aan te rekenen dat zij met haar uitspraken over de subsidies, die pas op termijn zouden komen, een onrechtmatige daad had begaan. En zo in feite een going businesste gronde had gericht.”

Ze verloren de zaak, in de ogen van Van den Ende op bijzaken. Pas vorige maand kon hij het boek Pecos definitief sluiten met de laatste betaling aan zaakkosten. Zonder overigens wrok te koesteren. “Ik kan op niemand boos zijn”, zegt hij. Van den Ende heeft de negatieve energie van de afgelopen jaren verdreven door zijn uitvindersgaven weer volop in te zetten. “Ik vertrouw op mijn creativiteit.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels