artikel

Bestuurlijke boete bij overtreding van de WION

infra

Het Agentschap Telecom houdt toezicht op de naleving van de WION en kan bij overtreding een bestuurlijke boete opleggen aan zowel de netbeheerder, grondroerder als opdrachtgever. Tegen dergelijke boetes wordt met enige regelmaat bij het Agentschap bezwaar aangetekend.

Indien men het niet eens is met de beslissing op dit bezwaar, dan kan men in beroep bij de rechtbank. Een dergelijk beroep was ingesteld door de Gemeente Rozendaal bij de rechtbank Arnhem. De rechtbank Arnhem deed op 20 januari 2011 uitspraak. Deze uitspraak is gepubliceerd op rechtspraak.nl en betreft een eerste gepubliceerde uitspraak waarin door een rechtbank is geoordeeld over een WION boete.

De Gemeente maakte in de procedure bij de rechtbank bezwaar tegen de hoogte van de door het Agentschap aan haar opgelegde boete van € 12.000. Deze boete was opgelegd omdat de Gemeente haar beheerpolygoon niet had geregistreerd. De Gemeente was van oordeel dat van een ernstige overtreding geen sprake was en dat er in de periode van haar verzuim geen graafschade was ontstaan. Mede gelet op deze omstandigheden was de Gemeente van mening dat de boete onevenredig hoog was.

Het Agentschap Telecom stelde zich in de procedure op het standpunt dat zij bij de boeteoplegging conform haar vaste gedragslijn had gehandeld. Deze gedragslijn bestaat uit het geven van een waarschuwing, om zo de betrokken partij in de gelegenheid te stellen het verzuim te herstellen. Indien hieraan niet of niet tijdig gehoor wordt gegeven, dan zal er een boete worden opgelegd. Bij de hoogte van de boete maakt het Agentschap onderscheid tussen een beheerder van een net ten behoeve van de uitvoering van een of meerdere primaire bedrijfsonderdelen en een beheerder van een kleinschalig kabel- of leidingnet ten behoeve van private doeleinden. In het eerste geval kan een boete van € 50.000 worden opgelegd en in het tweede geval een boete van € 12.500. De Gemeente viel in deze laatste categorie.

De rechtbank stelt allereerst vast dat het Agentschap conform zijn vaste gedragslijn heeft gehandeld. Vervolgens oordeelt de rechtbank dat de Gemeente ook het in artikel 3:4 AWB neergelegde evenredigheidsbeginsel in acht dient te nemen. Dit betekent dat het Agentschap zich bij het vaststellen van de hoogte van een boete moet afvragen of de boete, gelet op alle omstandigheden van het geval, evenredig is aan het door de wetgever beoogde doel. Volgens de rechtbank behoren tot die omstandigheden in ieder geval de aard en ernst van de overtreding, de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten en de omstandigheden waaronder deze is gepleegd. In kwestie vond de rechtbank dat van enige onevenredigheid geen sprake was.

Het is in zijn algemeenheid weinig transparant welke bedragen het Agentschap bij welke overtredingen zal opleggen (behoudens de maximale bedragen die in de WION worden genoemd). Op de website van het Agentschap is wel een Toezichtarrangement gepubliceerd, doch dit document beschrijft meer in algemene zin de wijze waarop het Agentschap toezicht houdt. Wat voor iedere boete in ieder geval geldt, is dat deze de evenredigheidstoets moet kunnen doorstaan.

mrs. M.J. Bruis en A.M. Klunne, advocaten bij Severijn Hulshof advocaten

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels