artikel

Rotterdam wil inzicht in kwaliteit slappe grond

infra

Rotterdam wil inzicht in kwaliteit   slappe grond

Gemeentewerken Rotterdam wil slappe grond niet zonder meer afvoeren en vervangen door zand. De dienst wil met twee proefprojecten leren op welke manier slappe grond stevig en goed verwerkbaar kan worden gemaakt.

De Finse Machinebouwer Allu liet voor de tweede proef zijn nieuwste mengmachine Sure Mix SM50 overkomen uit zijn Britse fabriek. Rotterdam heeft daarmee de Nederlandse primeur. De mobiele machine bewerkt grond die is vrijgekomen bij een rioleringsproject op het bedrijventerrein Noord West. Normaal zou die worden afgevoerd en worden vervangen door zand. Dat kost geld en schaadt het milieu; de reden dat Gemeentewerken Rotterdam naar een alternatief zoekt.

De uitgegraven grond is van oorsprong baggerslib waarmee een deel van het bedrijventerrein is opgehoogd. Allu en aannemer Gebr. Schouls uit Leiden stabiliseren die met kalk. De machine mengt dit bindmiddel computergestuurd met de grond. Dat gebeurt in een depot. De vrijgekomen grond is daar voorbewerkt met een zeefbak van Allu. De grond wordt nog een keer gezeefd voordat die in de voorraadbunker van de machine wordt gestort. Boven de bunker zit een kiepende zeef. Grotere stukken puin die in de grond zijn achtergebleven kunnen daarmee zonder moeite worden verwijderd.

Kalk

De SM50kan ruim vijftig ton per uur verwerken van de grond uit het Rotterdamse bedrijventerrein. “Met wat drogere en lossere grond loopt de capaciteit op tot ruim 75 ton per uur”, zegt Allu’s projectmanager Mass Stabilisation Kees van der Fluit. Voor het proefproject wordt een kleine 900 ton grond verwerkt.

Aan elke 500 kilo grond wordt 3 procent bindmiddel toegevoegd. De machine doseert de kalk in stappen van een kwart procent. “Dat is een verbetering vergeleken met andere machines”, vindt Van der Fluit. Die doseren in stappen van 1 procent. “De verdeling in kwarten bespaart op het gebruik van bindmiddel.” Dat loont wanneer de toeslag niet op een afgerond percentage uitkomt, legt Van der Fluit uit. “Zeg dat er 2,5 procent bij moet. De doseur komt dan op 3 procent te staan. In de praktijk wordt het vaak 4 procent om er zeker van te zijn dat er inderdaad 3 procent uit komt. Er is immers altijd een bepaalde marge in de dosering. Daardoor kan het gebeuren dat je 25 procent meer bindmiddel gebruikt dan moet.”

Allu’s machine is nu onderweg naar Bristol voor een nieuwe praktijkproef. Van der Fluit: “En dat gaat zo door tot iemand zegt: laat maar staan en stuur de rekening maar.” Ingenieurs van de Britse fabriek van Allu reizen telkens mee om te zien of het ontwerp de dagelijkse praktijk doorstaat. Voordat de SM50 naar Rotterdam kwam draaide die ook al op locaties in Groot-Brittannië en Ierland. De opeenvolgende proefprojecten geven volgens Van der Fluit aan dat grondstabilisatie een grote markt is.

FORZ

Rotterdam wil met het proefproject meer inzicht verwerven in de kosten, de kwaliteit van de gestabiliseerde grond en de duurzaamheid van proces en product. In 2010 liet Gemeentewerken A&G uit Waalwijk slappe grond stabiliseren met het product FORZ; een secundaire bouwstof uit afvalstoffen als bodemas. De grond kon daarna zonder problemen opnieuw worden gebruikt. De tweede praktijkproject moet uitwijzen of FORZ en kalk vergelijkbare resultaten geven.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels