nieuws

Staalbouwers: ‘Instorten dak AZ-stadion is slechts het topje van de ijsberg’

bouwbreed 12635

Staalbouwers: ‘Instorten dak AZ-stadion is slechts het topje van de ijsberg’
Lasser bij Van den Bersselaar

De instorting van het dak van het AZ-stadion maakt grote staalbouwbedrijven boos. Er wordt in Nederland grootschalig gemarchandeerd met de kwaliteit van staalconstructies, vinden staalbouwondernemer Hans van den Bersselaar en Rik van Thiel, voorzitter van de SNS, de vereniging van staalbouwers. “Er wordt massaal gerommeld.”

Het had niet veel gescheeld of boven de hoofden van de AZ-supporters had staal uit Udenhout gehangen. Staalbouwbedrijf Jos van den Bersselaar had in 2005 ook ingetekend voor het staal van het dak van het AZ-stadion. Maar zijn Brabantse bedrijf was te duur. Hoofdaannemer Midreth koos voor het kleine Hardstaal uit Lemmer. Op 10 augustus van dit jaar bezweek het dak. Één van de voorlopige conclusies van ingenieursbureau HaskoningDHV: de lassen waren niet goed uitgevoerd.

De ‘mannen van staal’ uit Udenhout danken god op hun blote knieën dat er in Alkmaar geen doden gevallen zijn. Maar ze zien de instorting ook als bewijs dat de staalbouwwereld te lijden heeft onder het gemarchandeer met wettelijke kwaliteitsnormen. “Leedvermaak past niet, maar de instorting in Alkmaar bevestigt wel wat wij al een aantal jaren roepen”, zegt Hans van den Bersselaar, zoon van oprichter Jos.

Gepruts bij AZ-stadion

Het gepruts van Hardstaal voor AZ is het topje van de ijsberg, menen Van den Bersselaar en Rik van Thiel, voorzitter van de Samenwerkende Nederlandse Staalbouw. Er is meer mis in de staalbouwwereld. “De meerderheid van de staalbouwbedrijven lapt de regels aan zijn laars”, zegt Van den Bersselaar, directeur-eigenaar van het 62 jaar oude familiebedrijf, dat bekend is van de 250 meter lange Paleisbrug in Den Bosch en de kap van de Erasmuslijn (voorgedragen voor de Europese staalprijs).

Rik van Thiel (links) en Hans van de Bersselaar (rechts). “De verf is niet de oorzaak van de instorting van het dak van het AZ-stadion, maar alles wijst toch wel dezelfde kant op.” Foto: Dolph Cantrijn

De wettelijke norm over hoe staalconstructies geproduceerd moeten worden, vastgelegd in de zogeheten CE-markering, wordt niet nageleefd. “Dat is een economische delict”, zegt Van Thiel. Het zijn niet één of twee bedrijven die illegaal bezig zijn, weet Van den Bersselaar. “Meer dan de helft van de staalbouwbedrijven houdt zich er niet aan. Handhaving is er niet. De toezichthouder laat het passeren, want die heeft ondercapaciteit.” Nu het dak van het AZ-stadion gedeeltelijk is ingestort moet het hele verhaal maar eens op tafel komen, vertellen Van den Bersselaar Van Thiel in de fabriek van Van den Bersselaar in Udenhout.

Geen awareness bij de lassers

De mannen van staal waren eigenlijk niet verrast toen ze het nieuws over Alkmaar hoorden. Het voorlopige onderzoek van HaskoningDHV wijst naast constructieve missers op mogelijke lasfouten bij Hardstaal: de betrokken bedrijven, de foto’s van de OVV met de afgebladderde verflaag die wijst op slechte hechting. “De verf is niet de oorzaak van de instorting, maar alles wijst toch wel dezelfde kant op.” Dit waren bedrijven die het niet zo nauw namen met de veiligheid van de Alkmaarse supporters.

Hardstaal stond bij de staalbouwvereniging niet bekend als een kwaliteitsbedrijf. “Het bedrijf  kwam niet in aanmerking om lid te worden van de vereniging. Ze hadden geen goed kwaliteitssysteem, waardoor de kans op ongelukken zoals in Alkmaar groter wordt.”, zegt Van Thiel. Hardstaal voldeed volgens SNS niet aan de voorloper van de wettelijke norm, het keurmerk staalbouw van de SNS. Ook was er volgens Van de Bersselaar kennelijk geen “awareness” bij de lassers en de leiding van Hardstaal dat de constructie van constructeur Romkes wel heel erg licht was en bovendien boven een grote groep mensen hangt.

Maar alle vingers richting Lemmer wijzen zou niet terecht zijn, meent Van den Bersselaar. Hoofdaannemer Midreth stond erom bekend dat het heel diep durfde te gaan in prijs. “Het begint eigenlijk al met de opdrachtgever. Die wil voor een dubbeltje op de eerste rang.”

Het gaat altijd over prijs

Van Thiel: “De frustratie is: het gaat altijd over prijs. Die hele keten wordt onder druk gezet. Te beginnen bij de hoofdaannemer. Die verlegt de prijsdruk naar de constructeur. Die gaat weer met zijn ontwerp naar de staalbouwer.”

Van den Bersselaar: “Meestal krijgt de staalbouwer mee: kijk eens of er nog wat uit te halen valt. Nog een keer de kaasschaaf eroverheen. De staalbouwer maakt vaak de detailberekeningen. Dan wordt er vaak gevraagd: kun je nog wat versimpelen, anders komen we met het budget niet uit.” Als staalbouwer heb je eigenlijk geen keuze dan mee omlaag te gaan, geeft Van den Bersselaar toe. “Je probeert tot een deal te komen.”

Hij wijst op een gevaar: als je als staalbouwer de kaasschaaf hanteert, weet je niet dat de hoofdconstructeur en de hoofdaannemer mogelijk ook al aan sterkte ingeleverd hebben. “Er is op dat moment niemand die het hele constructieve proces bewaakt.”

Hoe het AZ-stadion de genadeklap werd voor de Friese staalbouwer Hardstaal

Hoe het AZ-stadion de genadeklap werd voor de Friese staalbouwer Hardstaal

Prüfstatiker: een idee voor Nederland?

Nederland zou een voorbeeld moeten nemen aan Duitsland, vindt Van den Bersselaar. “In dat land kent de wet de Prüfstatiker, de beproevingsconstructeur. Dat is een onafhankelijk constructeur die aangesteld wordt door de opdrachtgever of de gemeente. Die volgt het proces tijdens de productie en de bouw. Als iemand tijdens de bouwfase iets wil veranderen, moet eerst de stempel van de Prüfstatiker erop, anders gaat het niet door.“

Met een Prüfstatiker was er geen balkondrama in Maastricht geweest, noch een ingestorte parkeergarage in Eindhoven. Van den Bersselaar: “Wij hebben het in Nederland niet geregeld dat er voortdurend onafhankelijk toezicht is op de constructieve veiligheid. Het overzicht wordt hier door niemand bewaakt.” Ook niet bij bouw- en woningtoezicht? “Daar zit de deskundigheid en de capaciteit niet meer”, meent Van den Bersselaar.

Terug naar de staalbouwwereld. Om ongelukken zoals in Alkmaar te voorkomen, doen staaldeskundigen graag een boekje open over de staalsector. Eerst een schets van de staalmarkt. “Er zijn 1.500 staalverwerkende bedrijven die zich staalconstructiebedrijf noemen in Nederland”, weet Van Thiel. “Daarvan zijn honderd bedrijven lid van de SNS. Dat zijn grote maar ook kleine bedrijven. De leden halen 60 procent van de omzet van de staalmarkt in Nederland. De totale staalomzet zit ergens tussen de 2 en 3 miljard euro. De leden van SNS zijn allemaal CE-gecertificeerd en werken volgens EN-1090-2, een kwaliteitsnorm die sinds 2014 verplicht is in Europa.”

Naast het station in Alphen aan den Rijn is aannemer van den Bersselaar uit Udenhout bezig met de bouw van een stalen 'fietsappel' met een capaciteit van bijna 1000 fietsen. Foto: Dijkstra.

Naast het station in Alphen aan den Rijn staat de stalen ‘fietsappel’ die gemaakt is door Van den Bersselaar. Het kunstwerk heeft een doorsnede van 22 meter en is ontworpen door oud-rijksbouwmeester Wytze Patijn van Kuipers Compagnons. Foto: Dijkstra

Kill the cowboys

Naast de goede jongens heb je een aantal cowboys, zegt Van Thiel. Natuurlijk zijn er goede ondernemers die proberen met hun eigen kwaliteitssystemen goed werk te leveren, geeft Van den Bersselaar toe. “Er zijn vele tinten grijs. Van alle 1.500 staalbedrijven denk ik dat 80 procent van hen niet gecertificeerd is volgens de EN 1090, of ze besteden het werk uit aan bedrijven die geen CE-markering hebben. “Er wordt massaal mee gerommeld.”

Van Thiel: “Het teleurstellende is dat opdrachtgevers er niet naar vragen. Zelfs overheden niet.” Vooral particuliere opdrachtgevers geloven het wel, merkt Van den Bersselaar: “Ze denken: de constructeur zal er wel naar gekeken hebben dat het overeind blijft staan.”

Zo verkwansel je het imago van de staalbouw. Het Brabantse familiebedrijf heeft juist fors geïnvesteerd in het kwaliteitssysteem. Van den Bersselaar: “We willen een level playing field. Als je geen CE-markering hebt, kun je leveren voor een aanzienlijk lagere kostprijs. Als je er dan met de opdracht vandoor gaat, terwijl ik hier met ruim honderd man netjes volgens de regels werk, dan steekt dat. Wij doen ons werk hier uitermate serieus. Dat zit ook in afwerking: zijn alle randjes gepoetst, zijn de braampjes eraf? Dat kun je allemaal niet uitleggen in een offerte. Vaak wordt alleen rechtsonder in het hoekje gekeken: wat staat er voor bedrag?”

Van Thiel: “Als je aanbiedt zonder CE-markering, pleeg je een economisch delict. Het frustrerende is dat de norm in Nederland niet wordt gehandhaafd. Er is een aantal gesprekken geweest van SNS met toezichthouder ILT. Die heeft gezegd: ‘Geef de naam van het bedrijf dat in overtreding is maar door, dan gaan wij er achteraan.’ Maar dat gebeurt niet. ILT, zo geeft het zlef toe, heeft ondercapaciteit.”

Met als gevolg dat de cowboys profiteren en gecertificeerde staalbouwers opdrachten mislopen en er mogelijk nog meer bouwwerken op instorten staan. Van Thiel, ferm: “Kill the cowboys.”

Hoe werkt de kwaliteitsnorm voor staalconstructies?

Staalbouwers moeten sinds juli 2014 voldoen aan de Europese kwaliteitsnorm NEN-EN 1090-2 voor het vervaardigen van staalconstructies. Met ingang van 1 juli 2014 is een CE-markering en een prestatieverklaring verplicht op alle geleverde stalen en/of aluminium constructie-onderdelen zoals omschreven in de norm EN 1090-1. Onderdeel daarvan is een FPC (Fabrication Production Control): Hoe produceer je staalconstructies? Hoe zorg je dat je weet dat de tekeningen goed zijn? Hoe zorg je voor degelijke lasprocedures? Om in aanmerking te komen voor certificering moeten de berekeningen en detailleringen worden gecontroleerd. Ook moet het lassen voldoen aan een voorgeschreven procedé. Zo moet er een lascoördinator zijn en moeten lassers jaarlijks bijgeschoold worden. Een externe certificeerder beoordeelt of je als bedrijf voldoet aan de norm.

Reactie toezichthouder ILT

Toezichthouder ILT wijst er in een reactie op het verhaal van de staalbouwvereniging op dat tijdens de bouw van AZ-stadion nog geen sprake was van verplichte CE-markering en dat ILT geen geen toezichthouder op staalconstructies was en is. Dat is de gemeente. Vanaf het van kracht worden van de EN 1090-norm is de Inspectie Leefomgeving en Transport toezichthouder op het in de handel brengen van de staalconstructies die onder deze norm vallen. Het is volgens ILT onjuist dat de norm niet wordt gehandhaafd. “De EN 1090 normering heeft sinds het van kracht worden van deze norm de aandacht van de Inspectie Leefomgeving en Transport. Ook neemt de Inspectie meldingen serieus en treedt zij op, zeker na een melding van een mogelijke misstand. Van genoemde ondercapaciteit is geen sprake, de ILT is momenteel op volle sterkte.”

Het ging echt op alle fronten mis bij de bouw van het AZ stadion

Het ging echt op alle fronten mis bij de bouw van het AZ stadion

 

Reageer op dit artikel