nieuws

Cobouw Praktijkdag Circulair: ‘Deel alles met je concurrenten’

bouwbreed 795

Cobouw Praktijkdag Circulair: ‘Deel alles met je concurrenten’

Circulair bouwen. Het is allang geen vreemd begrip meer. Maar hoe zorgen we ervoor dat het nieuwe normaal wordt? Kenners en pioniers die op de Cobouw Praktijkdag hun ervaringen kwamen delen, waren het erover eens: we moeten meer, véél meer, samenwerken.

‘Experimenteren’ en ‘oefenen’. Net als vorig jaar kwamen op de tweede editie van de Cobouw Praktijkdag Circulair Bouwen, dit soort termen voorbij. Toch had de dag dit keer duidelijk een ander karakter. Het ging niet meer alleen over ‘ga het maar proberen’, maar vooral over: hoe gaan we hier nu écht mee verder?

Praktijkdag
De Cobouw Praktijdag Circulair Bouwen vond dit jaar plaats in het QO-hotel in Amsterdam. Er waren diverse sprekers, zoals Michel Baars, Annemieke Roobeek en Paul de Ruiter aanwezig. Ook waren er diverse kennissessies bij te wonen en kregen gasten een rondleiding door het circulaire hotel.

Tijd van prutsen voorbij

Want de tijd van prutsen lijkt aan zijn einde te komen. De laatste jaren zijn er steeds meer pilotprojecten van start gegaan. Van circulaire bruggen en kantoren, tot circulaire woningbouw. Langzaamaan komt de vraag: ‘Hoe gaan we opschalen?’ op. Hoe zorgen we dat circulair bouwen geen uitzondering meer is, maar normaal wordt?

Door te samenwerken. Was het eenduidige antwoord, van de sprekers op de Cobouw Praktijkdag. Maar niet samenwerken zoals we gewend zijn. Er zijn compleet andere vormen van samenwerkingsverbanden nodig dan we nu al kennen, zeiden de kenners. Kaarten open en bloot op tafel leggen. Verbindingen maken die niet voor de hand liggen. Denkwijze compleet omgooien. Wil je echt opschalen, dan zijn dat soort zaken hard nodig.

‘Ook samenwerken met concurrenten’

Ook samenwerken met je concurrenten hoort daarbij, maakte hoogleraar strategie transformatiemanagment Annemieke Roobeek de zaal met een strenge blik duidelijk. Halverwege de middag legde zij de bezoekers met haar felle betoog het zwijgen op.

Hoogleraar Roobeek sprak de zaal streng toe.

“We hebben het steeds over ketensamenwerkingen, maar dat is niet genoeg. Er zijn netwerksamenwerkingen nodig. Denk groter en breder. Ga in gesprek met partijen buiten de bouwsector. Ga samenwerken met je concurrenten. Zie die partij als een bron van informatie en niet als degene die broedermoord gaat plegen. In veel andere sectoren gebeurt dit al. De bouw moet ook die kant op.”

‘Kom uit je comfortzone’

Circulair bouwen is complex en daar is véél meer voor nodig dan we gewend zijn, zei ze. “Technocratisch ingestelde mensen zijn het gewend om ingewikkelde vraagstukken in partjes te knippen. Maar dat is ouderwets. Doe niet alleen het stukje dat aan jou gevraagd wordt. Maar ga met elkaar zitten en werk over elkaars domeinen heen. Dit betekent dat je uit je comfortzone moet komen. ‘Push the bounderies’. Dit soort samenwerken ontstaan niet vanzelf, maar als je een gezamenlijke missie hebt om ergens voor te gaan. Circulair bouwen is zo’n missie.”

‘Neem een Webber aan’

Rookbeek snapt dat dit makkelijker gezegd dan gedaan is. En dat bouwkundig ingenieurs niet al die verbanden kunnen leggen. Daarom zijn er volgens haar nieuwe rollen nodig. Mensen die verbindingen gaan leggen. Die weten wat er in zowel de advieswereld speelt, de bouwwereld en de kenniswereld. Geen bouwdirecteuren, maar wel mensen die mandaat hebben en een directe verbinding met de top. Webbers noemt ze die.

“Ik raad u aan deze in huis te nemen, minimaal een. Ze worden in de toekomst heel belangrijk. Als er bij het sluizenproject in IJmuiden Webbers waren geweest, was er waarschijnlijk niet zoveel misgegaan.”

Michel Baars: ‘doen en samenwerken’

Eerder die ochtend schudde Michel Baars de zaal ook al wakker met termen als ‘ik zie helemaal niets in duurzaamheid’, ‘ik vind het geweldig te pikken in de gevestigde orde’ en ‘zonder urban mining kun je straks geen bouwvergunning meer krijgen’. Met zijn bedrijf New Horizon is hij nog maar 3,5 jaar onderweg, heeft al een omzet van 20 miljoen euro, en belangrijker nog: hij heeft al een hele nieuwe beweging teweeg gebracht in de branche. Het hoeft volgens hem helemaal niet zo ingewikkeld te zijn om dit óók te doen. En om daarmee circulair bouwen op te schalen. Wat vooral nodig is, zegt hij, is ‘doen’ én ‘samenwerken’.

“Doen is nodig om voortschrijdend inzicht op te doen. En dat hebben we heel hard nodig om processen te optimaliseren en beter op elkaar te laten aansluiten. Daarvoor hebben we nieuwe samenwerkingsvormen nodig. Dat kan best simpel zijn. Kijk wat ik in een paar jaar heb bereikt. Dat is niet perse hogere wiskunde. Daarbij is wel nodig dat je op een andere manier naar de wereld kijkt. Zie de bouw als een waardevol magazijn aan grondstoffen en producten. En leg verbindingen die niet perse voor de hand liggen.”

Michel Baars: ‘Doen en samenwerken zijn hard nodig.’

Koffie drinken was het belangrijkste ingrediënt

Woningcorporatie Heemwonen ondervond dat aan den lijve in het experimenteel circulair bouwproject, Superlocal, in krimpregio Parkstad. Doel was om een nieuw expogebouw te realiseren, voor honderd procent bestaande uit materiaal uit een oude flat. Daar bleek uiteindelijk ‘koffie drinken’ het belangrijkste ingrediënt te zijn voor succes. “We hebben heel veel koffie gedronken, nagedacht en overlegd”, vertelt Martijn Segers, projectleider Superlocal, tijdens een van de kennissessies.

“We zijn hier op een totaal andere manier te werk gegaan dan we gewend zijn. De rollen hebben we 360 graden omgedraaid. Bij een ‘gewoon’ project zouden we eerst gaan slopen. Nu moesten we eerst van te voren goed nadenken:  welk materiaal halen we uit de flats en kunnen we opnieuw gebruiken? Dit klinkt simpel, maar bleek een enorme uitdaging te zijn waarvoor we veel moesten overleggen. Op een gegeven moment zei onze architect: wanneer kan ik nou éindelijk eens gaan ontwerpen?”

Martijn Segers van Heemwonen: “Koffie drinken was het belangrijkste ingrediënt.”

Bouw QO-hotel was een soort ‘heaven’

Bij de bouw van het QO-hotel in Amsterdam, waar de Cobouw Praktijkdag plaatshad, ontstond zo’n tien jaar gelden al een bijzondere vorm van samenwerking. Architect Paul de Ruiter was al jaren daarvoor bezig met circulair bouwen. Maar het kreeg nauwelijks voet aan de grond. Totdat hij in 2009 de opdracht kreeg het hotel te ontwerpen. “Het project was een soort ‘heaven’ voor ons. Eindelijk was er een opdrachtgever die met ons wilde nadenken over duurzaamheid en circulariteit.”

Aannemer J.P. van Eesteren beaamt dat overleg hard nodig was. “Wij wilden de hotelkamers in kant- en klare werkpakketen realiseren. We wilden geen afval aanvoeren en geen afval afvoeren. Alles hadden we tot in de puntjes prefab voorbereid, met installaties erop en eraan. Als je zoiets wil, moet je goed met je opdrachtgever omgaan. Dat hebben wij hier gedaan”, vertelt directievoorzitter Ton Vaags.

Ton Vaags en Paul de Ruiter over de bouw van het QO-hotel.

‘Denk niet meteen in risico-verdelingen’

Volgens Guido Braam, chief van stichting C-Creators, is samenwerking in de bouw helemaal niet zo uitzonderlijk. Alleen is er nu nog een extra stap nodig. “Wij staan in het buitenland bekend om onze goede samenwerking. Dat bouwers en opdrachtgevers met elkaar om de tafel kunnen zitten, is in Frankrijk bijna onmogelijk. Toch moeten we nog een stapje verder zetten. We moeten, als we circulariteit het nieuwe normaal willen maken, op een andere manier met elkaar gaan samenwerken”, was zijn boodschap aan het einde van de dag.

Tijdens co-creatie- sessies wordt volgens hem nog veel te veel gesproken over ‘risico-verdelingen’. “Als verschillende partijen bij elkaar gaan zitten, wordt meteen de vraag gesteld: ‘wie pakt de lead?’ Terwijl er nog niet eens een ontwerp ligt. Samenwerkingen die wij hier in Nederland kennen zijn vaak allemaal nog op basis van ‘klant-leveranciers’- verhoudingen. Leer elkaar nou eens eerst beter kennen, is mijn advies. Ga samenwerken op basis van vertrouwen. Als we hierin beter worden, staan we in het buitenland straks écht bekend om onze samenwerkingen”, sloot hij af.

Reageer op dit artikel