nieuws

Hofnar moet bouw opschudden: ‘Niemand pakt die rol’

bouwbreed Premium 1613

Hofnar moet bouw opschudden: ‘Niemand pakt die rol’
Iman Koster pleit voor een hofnar die de bouw opschudt. Foto Ruben Meijerink/APA

De bouw heeft een hofnar nodig. Een harlekijn die de sector een spiegel voorhoudt en de vinger op de zere plekken legt. “Innovatie en kennis delen, is heel hard nodig.” Niet Rijkswaterstaat, maar de provincies gaan straks de voortrekkersrol pakken, voorspelt scheidend directeur Iman Koster van CROW.

Ruim zeventien jaar heeft Koster (61) de scepter gezwaaid over CROW. De club die zich druk maakt over de spelregels in de bouw, RAW, UAV en UAV-gc, de hoeder van NEN-richtlijnen en de basisregels op rotondes en de inrichting van provinciale wegen. De club die de Aanbestedingskalender bedacht.

Koster heeft al plaatsgemaakt voor Pieter Litjens, maar woensdag 20 maart is het officiële afscheid. Hij stak persoonlijk een stokje voor de fusie met CURnet en heeft daar nog altijd geen spijt van.

Lonken de geraniums?
“Nou nee, ik hoop me nog een aantal jaren te kunnen inzetten. Ik ben met verschillende trajecten bezig, maar wil niet te snel toehappen.”

Zeventien jaar, dat is best lang?
“Ik ben in 2002 begonnen en zou zo’n 5 jaar blijven. Maar er kwamen steeds nieuwe uitdagingen om tijd en energie in te stoppen. Het eerste jaar draaide Rijkswaterstaat meteen de subsidiekraan dicht en viel de helft van het budget weg. Dat leert meteen je eigen broek op te houden en veel klantgerichter te gaan werken. We zijn nog altijd een stichting zonder winstoogmerk, met oog voor het publieke belang. CROW groeide van 55 naar 125 medewerkers met een omzetgroei van 8 miljoen euro naar 22 miljoen nu.”

Was het niet een mooi moment geweest om CROW op te heffen?
“Nee, natuurlijk niet. We spelen een cruciale rol als het gaat om richtlijnen en normen en als onafhankelijk intermediair tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. Ik weet nog goed dat oud-inframinister Karla Peijs het CROW na de bouwfraude zo noemde. Die rol als kennisplatform is nog lang niet uitgespeeld en is misschien wel harder nodig dan ooit.”

Is dat niet de rol van de Bouwcampus?
“Dat klopt ook, die hebben we even – onterecht – als bedreiging gezien. Maar de Bouwcampus speelt een heel eigen rol om toekomstige opgaves in kaart te brengen en de Marktvisie uit te rollen. Op een diplomatieke manier worden partijen bij elkaar gebracht. Die rollen zijn complementair.”

Marktvisie? Die is toch alweer opgedoekt?
Het gedachtegoed niet, verandering in houding en gedrag sijpelt overal door. Zo gaat het altijd met een concept: Je ontwikkelt een visie, die doet zijn werk en dan dooft het effect weer uit. Tijd voor een nieuwe strategie.”

Zoiets als Rijkswaterstaat nu met McKinsey probeert?
“Ik ken het rapport niet, maar je ziet de markt nu snel veranderen. Het is helemaal terecht dat bouwers keihard ‘nee’ zeggen tegen de risico’s van pps-projecten. Hèhè, eindelijk zou ik zeggen. Dat is volledig scheefgegroeid. Maar in de bouw is er bijna altijd wel een partij die zo’n roekeloos avontuur aangaat. Nu zie je dat kantelen. En dat werd hoog tijd.”

Is de sector wel innovatief genoeg voor een nieuwe koers?
“Bedrijven zijn best innovatief. Echt. Helaas krijgen ze lang niet altijd de kans innovaties toe te passen, zeker niet binnen de infra. Maar kijk eens naar een project als DOEN, de brug in Nijkerk of dat circulaire viaduct bij Kampen. Rijkswaterstaat geeft dan toch ruimte voor initiatief. Zoiets zie ik in Duitsland niet gebeuren.

En vergeet niet dat het basisniveau van de Nederlandse infrastructuur al heel hoog ligt. Misschien is het wel de grootste frustratie van ingenieurs. Niemand die ooit zegt: ‘mooi asfalt zeg’ of ‘slimme rotonde, hoor”

Maar iedereen wil wel meer innoveren?
“Het zal ook anders moeten. Er ligt veel werk, zeker als het gaat om vervanging van kunstwerken, bruggen en sluizen. Dat wordt peperduur en gaat te langzaam als dat op de huidige manier wordt aanbesteed: projectje per projectje. Rijkswaterstaat moet daar als grootste gww-opdrachtgever een andere rol in pakken, maar zal waarschijnlijk geen koploper zijn.

CV Iman Koster

Iman Koster (Stavenisse, 1958) studeerde Milieutechnologie aan de Landbouwuniversiteit Wageningen, promoveerde op een proefschrift over biogas en stichtte er een onderzoeksgroep voor valorisatie van organische afvalstoffen. Voor Volker Stevin werkte hij vanaf 1989 mee aan de uitbouw van KWS dochter Ecotechniek tot een volwaardige werkmaatschappij. Het kantoor in Seattle stond onder zijn leiding. Van 1991 tot 2006 was Koster kroonlid van de Commissie voor de Milieu-effectrapportage. Na een kort uitstapje naar TNO en 3 jaar bij een EPC-contractor in de chemische procesindustrie werd Koster per 2002 benoemd tot directeur van CROW.

Daarvoor staat de organisatie te veel in de politieke schijnwerpers. Ik denk dat de provincies die voortrekkersrol gaan pakken. Kijk bijvoorbeeld naar Noord-Holland en Overijssel. Daar wordt al echt anders gewerkt, geëxperimenteerd met hele andere contractvormen en nieuwe manieren van samenwerking. Opdrachtgevers kunnen ook van alles eisen en afdwingen. Kijk daarvoor eens naar het OV en de stappen die zijn gezet op het gebied van duurzaamheid. In alle aanbestedingen is zero emissie al een paar jaar het nieuwe normaal. Alle bussen gaan op waterstof of elektriciteit rijden, de helft van de vloot is al zover. Een revolutie die bijna geruisloos is voltrokken.”

Waarom lukt dat nog niet in de bouw?
“We missen in de bouw een hofnar. Iemand die buiten de gebaande paden loopt, de vinger op de zere plekken legt en de sector opschudt, wakker schudt. Maar wel een beetje humor. Hennes de Ridder heeft een tijdje zo’n rol gepakt en legolisering op de kaart weten te zetten. Dat hebben we veel vaker nodig.”

Wie kan zo’n rol spelen?
“Geen idee. Ik heb niet meteen een naam in gedachte. Misschien kan het zoiets worden als het Atelier Rijksbouwmeester. Een platform waarbinnen partijen helemaal ‘outside the box’ mogen brainstormen waardoor verfrissende inzichten ontstaan.”

Zijn er niet al veel te veel kennisclubjes?
“Dat valt erg mee. Er zijn nog maar weinig kennisinstellingen over als ik eerlijk ben. Toen ik begon bij CROW keken we jaloers naar CURnet: Daar zaten de grote projecten, liepen ministers in en uit. Maar toen daar de subsidies wegvielen ging het mis.”

Jullie zouden toch fuseren met CURnet?
“Tot twee keer toe zijn daar vergaande gesprekken over gevoerd. Maar financieel stond de organisatie er slecht voor. We hebben 1,5 jaar gewikt, gewogen en besloten de fusie niet door te zetten. Dat besluit is unaniem genomen door ons bestuur en Raad van Toezicht. De druk van buiten om het wel te doen, was enorm en het mislukken is me regelmatig persoonlijk kwalijk genomen. De realiteit heeft ons achteraf gelijk gegeven. Alleen CROW bestaat nog, staat er goed voor en is op de toekomst voorbereid.

Reageer op dit artikel