nieuws

De Arbiter: Betonmengsel zonder vertrager laat zich stroef storten

bouwbreed 1124

De Arbiter: Betonmengsel zonder vertrager laat zich stroef storten
raad van arbitrage De Arbiter

Over het gebeurde en de gevolgen daarvan voor het werk verschillen de meningen niet. Over wie de rekening moet betalen des te meer…

De Arbiter

Vonnissen van de Raad van Arbitrage zijn vaak interessant voor een breder publiek dan alleen de partijen die bij het geschil betrokken zijn. In deze rubriek wordt elke maand een zaak van de Raad besproken.

Wat is er in dit geval gebeurd? Een onderaannemer gaat betonnen wanden en vloeren voor een fietstunnel storten. Hij heeft het werk aangenomen (voor 410 duizend euro), terwijl – dit blijkt later van belang – het beton wordt geleverd in opdracht van de aannemer. Het storten van een proefwand verloopt nog zonder problemen. Maar op de eerste echte stortdag is het meteen mis.

Al na levering van de eerste truckmixers merkt de onderaannemer dat het mengsel te stug wordt om goed te verwerken. Overleg met en aanpassingen door de betonleverancier bieden geen soelaas. Ook toevoegen van water helpt niet. Het storten gaat wel door.

Slopen en opnieuw storten

Na ontkisting laat de wand onvolkomenheden zien, zoals stortlagen, luchtbellen en grindnesten. Maar een proefbelasting en ook druksterkteproeven op boorkernen leveren geen problemen op. Toch besluit de aannemer, uit onzekerheid over het halen van de beoogde levensduur van 100 jaar, de wand te slopen en opnieuw te storten. Dat gebeurt, door dezelfde onderaannemer en dit keer zonder problemen.

Uit onderzoek in opdracht van de aannemer blijkt vervolgens dat het betonmengsel voor de proefwand én voor de herstelde wand een vertrager bevatte die ontbrak toen het misging. De samenstelling van het mengsel is de verantwoordelijkheid van de betoncentrale. Die erkent dat ook en daarmee, zou je zeggen, is de kous dan af. Dat zou je misschien zeggen, maar de aannemer denkt er anders over: die vindt dat de onderaannemer verantwoordelijk is en betaalt daarom diens rekening niet.

Uiteindelijk stapt de onderaannemer naar de Raad van Arbitrage voor de Bouw. Hij wil zo’n 3,5 ton aan onbetaalde facturen, vooral voor het herstel, betaald hebben. De aannemer stelt daar tegenover dat de onderaannemer tekortgeschoten is in een resultaatverplichting. Daarom zou hij de aannemer een schade van meer dan 8 ton moeten vergoeden.

Welke voorwaarden?

De eerste knoop die de arbiters ontwarren, gaat over de toepasselijke voorwaarden. Volgens de aannemer is er een back-to-back clausule en gelden daarom dezelfde voorwaarden als die tussen provincie en hoofdaannemer, respectievelijk tussen hoofdaannemer en hemzelf als aannemer. Daarom zouden de UAV 2012 dan wel de UAV 1989 en de algemene voorwaarden van de hoofdaannemer van toepassing zijn.

De arbiters zijn het echter eens met de onderaannemer dat in deze zaak de AVA 1992 moet gelden. Dat staat expliciet in de overeenkomst met de aannemer waarin ook nog eens te lezen valt dat de back-to-back clausule niet van toepassing is als die strijdig is met afspraken tussen onderaannemer en aannemer.

‘Ter beschikking gestelde bouwstoffen’

Gelukkig voor de onderaannemer is de AVA 1992 (in artikel 4, leden 2 en 4) heel duidelijk: bij gebreken aan bouwstoffen die de opdrachtgever (hier de aannemer) ter beschikking stelt, of die hij door derden laat leveren, is deze aansprakelijk voor eventuele schade. Verder kon de onderaannemer niet weten, en hoefde ook niet te weten, dat het betonmengsel gebreken vertoonde. Zodra duidelijk werd dat er problemen waren, heeft hij er alles aan gedaan om ze op te lossen en erover te communiceren. Dat hij het storten had moeten staken, zoals de aannemer stelt, verwijzen de arbiters naar de prullenmand.
De arbiters stellen de eis van de onderaannemer enigszins bij. Toch moet de aannemer ruim 280.000 euro plus de proceskosten betalen.

(Meer over dit vonnis is te vinden op raadvanarbitrage.info, onder nummer 36.120)

Reageer op dit artikel